European Conference on Reading 2013 Presentations & Keynotes

I’m the representative of the Netherlands at the IDEC, International Development of Europe Committee of the International Reading Association, IRA.
Every second year the IDEC organises a European Reading Conference. The 18th European Conference on Reading was held in Jönköping, Sweden, August 6-9, 2013 and was a success. More than 300 participants, almost 170 presentations and workshops.The weather was great and so was Jönköping. I had a workshop there too.
I’m also the webmaster of the IDEC website. Look at the website to see the programme of the conference and the presentations, workshops and posters available online.

21 Century Learning Design workshop

29/30 of May I participated  in a workshop 21st Century Learning Design (21CLD Workshop)  in Kopenhagen organized by Microsoft as part of the Partners in Learning Initiative. European countries were invited to send participants to take part in this workshop. I was invited by Kennisnet to be one of the participants from the Netherlands. The other Dutch representative Petra Fisser, a specialist on TPACK from University Twente and Henk Lamers, consultant 21st Century Skills. The other participants came from Denmark, Sweden, Norway, the UK and Portugal. It was a very interesting and professional group to work with. The workshop was led by Deirdre Butler, senior lecturer at St. Patrick’s College, Dublin University, a very professional trainer.
Microsoft defines 21st Century Learning Design as a ” a global professional development program for teachers and schools to develop more innovative pedagogies that develop students’ skills for the 21st Century”.  The program is based on the Innovative Teaching and Learning (ITL) Research project.
In general 21st Century Learning Design asks teachers and school leaders to (1)  Analyze and ‘code’ learning activities to see how deeply they integrate 21st century skills, (2) Collaborate in designing new learning activities that provide deeper 21st century skills development, (3) Examine the impact of these learning activities on students’ work and (4) Use ICT as part of the process.

In the workshop we worked on the understanding and improving the 21st Century Learning key concepts and the materials, especially rubrics. The participants were professionals in teacher training, professional development and Educational R&D and were asked to work with the materials, try to understand the key concepts and  give feedback on the clarity and the applicability of these concepts and the materials / rubrics  for teacher training and professional development.
The rubrics describe six important skills for students to develop: (1) collaboration, (2) knowledge construction, (3) self-regulation, (4) real-world problem-solving and innovation, (5) the use of ICT for learning and (6) skilled communication. The rubrics can be used to analyze learning materials / lesson plans and to use when designing new educational plans and materials. In every rubric you can assign a a number from 1-4(5) according to how strongly it offers opportunities to develop a given skill. We were given examples from the ITL research of learning activities from participating countries. Continue reading

Oproep voor bijdragen HSN 27 in Utrecht / Call for Papers

Elk jaar wordt er een tweedaagse conferentie georganiseerd Het Schoolvak Nederlands (HSN). Dit jaar HSN-27 (Utrecht, 29 en 30 november 2013). HSN wil alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt: van basisschool via secundair/voortgezet onderwijs tot hogeschool en lerarenopleiding. Naar verwachting staan er weer een tachtig workshops, lezingen en andere activiteiten op het programma in parallelle programmakolommen.

Een nieuwe kolom is Nieuwe Media. Ik ben dit jaar, samen met Jordi Casteleyn uit Vlaanderen leider van deze kolom. Hierbij roepen wij leraren/docenten/lectoren en didactici op om zich als spreker/workshopleider te melden via dit formulier (link gesloten). Er wordt vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en aan het vernieuwende karakter van de presentatie. Voor ervaringen uit eigen onderwijspraktijk en bevindingen uit kleinschalig onderzoek bestaat veel belangstelling. We missen nog Vlaamse sprekers.

De HSN-conferenties zijn het resultaat van nauwe samenwerking van alle Nederlandse en Vlaamse verenigingen van leraren/docenten en didactici Nederlands. Bovendien kunnen ze rekenen op de steun van de Nederlandse Taalunie en de Stichting Lezen Nederland.De conferenties zijn uitgegroeid tot een onmisbaar forum voor al degenen die zich bij de ontwikkelingen in het onderwijs Nederlands betrokken voelen.

Ideeën voor onderwijsonderzoek

Dick van der Wateren plaatste de volgende oproep op de blog van het Blogcollectief OnderwijsOnderzoek.
Als een van de deelnemers aan dit blogcollectief neem ik deze oproep hier over op mijn eigen EduBlog, zodat de verspreiding misschien nog groter is.

Oproep tot het aandragen van ideeën voor onderwijsonderzoek

NRO-logoIn de zomer van 2012 heeft het ministerie van OCW besloten tot de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is ingesteld om de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs te verkleinen. Vanaf 2014 zal het NRO onderzoek naar onderwijs laten uitvoeren. Dit zal deels gebeuren door onderzoeksteams waarin scholen en wetenschappers samenwerken.

Voor de invulling van het onderzoek is het van belang de juiste thema’s vast te stellen. Essentieel criterium is dat de thema’s relevantie hebben voor de onderwijspraktijk: de onderzoeksresultaten moeten bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Het NRO hoort graag van onderzoekers en van professionals uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid welke thema’s volgens hen de komende jaren op de agenda moeten staan. U kunt uw ideeën aan de hand van onderstaande vragen tot 15 mei 2013 opsturen naar info@nro.nl.

  1. Beschrijf het thema en het (theoretische, beleidsmatige en/of onderwijspraktijkgerichte) kader waarin dit beschouwd moet worden.
  2. Beschrijf de relevantie van het thema: waarom moet de komende jaren juist naar dit thema onderzoek gedaan worden en voor welke onderwijssector(en) is het (vooral) relevant.
  3. Beschrijf welke partijen (uit onderzoek, praktijk en/of beleid) bij het onderzoek betrokken moeten worden.

Het NRO streeft ernaar alle binnengekomen ideeën deze zomer te inventariseren. Via de website http://www.nro.nl en met een emailbericht aan alle inzenders maakt de Stuurgroep van het NRO na de zomer bekend welke thema’s gekozen zijn voor een eerste onderzoeksprogramma. Naar verwachting kunnen in het najaar bij het NRO subsidieaanvragen worden ingediend voor dit onderzoeksprogramma.

Missie

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) coördineert de programmering en financiering van onderzoek naar onderwijs.
Het bevordert de wisselwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid en de toepassing van onderzoeksresultaten.
Zo draagt het NRO bij aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs.

www.nro.nl

Vragen over deze oproep kunt u sturen naar: info@nro.nl
http://onderzoekonderwijs.net/2013/04/11/ideeen-voor-onderwijsonderzoek/

Hoofdonderzoek Online Tekstbegrip: Doe mee!

Kijk voor veelgestelde vragen (waarom, hoe, voor wie planning etc.) op de FAQ-pagina
Update 20/03/13
 
Voor het hoofdonderzoek zijn na sluiting van de pilot op 16 maart alweer 19 nieuwe aanmeldingen binnen gekomen. Geweldig. Het wordt een mooi onderzoek, waar we allemaal wat aan hebben. Zegt het voort!
Pilot
In het voorjaar 2013 hebben 126 docenten Nederlands meegedaan aan een pilotonderzoek Online Tekstbegrip. De mogelijkheid om deel te nemen is gesloten per 16 februari. De gegevens worden nu geanalyseerd. Meer informatie over de pilot vindt u hier.
Op grond hiervan komt er een hoofdonderzoek vlak voor of vlak na de zomervakantie. Ik nodig zoveel mogelijk docenten Nederlands in het VO uit zich aan te melden als belangstellende. U kunt zich via dit formulier opgeven. Als de vragenlijst online gaat, krijgt u persoonlijk via de mail een uitnodiging.
De collega’s die al aan de pilot hebben deelgenomen hoeven dit niet nogmaals te doen. Zij worden automatisch uitgenodigd. Haal ook uw collega’s over om mee te doen. Het is belangrijk dat het een grote steekproef wordt van docenten Nederlands, zodat we een representatief beeld krijgen van de stand van zaken.
Dit is een onderdeel van mijn promotieonderzoek. Meer over dit promotieonderzoek vindt u hier. Naast mijn werk als onderzoeker werk ik als docent Nederlands in het VO.

 

66.67% !! Pilot Survey Online Tekstbegrip

Pilot is gesloten. Update 16/03/13
Op 16 maart heb ik zoals aangekondigd de mogelijkheid om vragenlijsten in te sturen gesloten. Ik heb de 6 onvolledige vragenlijsten verwijderd. Dan heb ik exact 2/3 van de verzonden vragenlijsten terug. Een respons van 66,67% is heel hoog. Dank jullie hartelijk hiervoor. Er hebben zich 126 mensen opgegegeven, 84 hebben geantwoord en 42 niet.  

Vervolg.
Ik ga nu eerst de pilotversie analyseren. Op grond hiervan wordt een nieuwe uiteindelijke versie gemaakt. Hiervoor wil ik weer alle docenten Nederlands uitnodigen. Ik wil voor deze versie nog meer collega’s bevragen.
De collega’s die al hebben meegedaan met de pilotversie blijven op de lijst staan en hoeven zich dus niet opnieuw op te geven. De meeste van hen hebben eengegeven ook met de uiteindelijke versie mee te willen doen. Hartelijk dank hiervoor. Nodig ook collega’s uit.
Verder nodig ik alle andere collega’s Nederlands uit zich in te schijven voor de hoofdversie die voor de zomervakentie is gepland.
Probeer ook collega’s te wijzen op dit voor ons interessante onderzoek naar online tekstbegrip. Ik maak een nieuw formulier om je aan te melden.

14/3/13 De deadlines voor nieuwe deelnemers is inmiddels verstreken. Je kunt je nog wel opgeven voor het hoofdonderzoek, dat waarschijnlijk eind april wordt uitgevoerd. De deadline voor het invullen van de vragenlijst is nog steeds donderdag 14 maart, middernacht.
Historie:
Op 25 februari j.l.  is de vragenlijst voor pilot online gegaan. Docenten Nederlands VO die zich hadden opgegeven hebben een persoonlijke link gekregen. Er komen  nog aanvragen binnen via het formulier ( zie verderop).
Herinnering: Op 08/03 is een herinnering gestuurd naar de deelnemers die de vragenlijst nog niet hebben ingestuurd. Dit helpt.  Als u dit leest en de vragenlijst nog niet hebt ingevuld, graag invullen en retourneren. Dank alvast. De verdeling over vmbo/havo/vwo is nu goed. Ik zoek nog docenten uit de onderbouw HV. Je kan je nog opgeven  via dit formulier.

Update 25/2/13
De survey / vragenlijst over Online Tekstbegrip is vandaag (25/2/13) online gezet! Bedankt voor jullie geduld. Deze vragenlijst is een pilotversie, dus commentaar is hierbij heel heel welkom. Die kan je me in de vragenlijst laten weten.
Het onderzoek is in eerste instantie bedoeld voor docenten Nederlands uit het VO.
Er zijn nu ruim 120 aanmeldingen, waarvan 91 aanmeldingen van docenten uit het VO. Een iets groter aantal docenten VO is welkom, met name docenten Nederlands uit de onderbouw. Spreek nog wat collega’s aan. Iedereen kan zich aanmelden  je via dit formulier . Als je je hebt aangemeld krijg je een uitnodiging mee te doen met een link naar de vragenlijst.
Kijk voor meer details op de FAQ pagina.

Update 16/2/13
Op 16/2/13 zijn er 123 belangstellenden om mee te doen aan het onderzoek. Daar ben ik heel blij mee. 101 daarvan zijn docenten Nederlands. Bijna 70% geeft les in de bovenbouw van het VO  en 30 % in de onderbouw. Verder is de verdeling: 20 VMBO,  28 HAVO, 24 VWO, 8 MBO. Er zouden iets meer mensen uit de onderbouw en het VMBO bij kunnen om een nog betere afspiegeling te vormen.  Mijn onderzoek richt zich in eerste instantie op het VO.

Op 15 februari 2013 is een mail uitgegaan naar diegenen die zich hebben opgegeven voor het online onderzoek middels een vragenlijst. Als je je wel hebt opgegeven maar geen mail hebt ontvangen neem dan met mij contact op. Vier mailadressen werkten niet meer.

De planning om in  januari de testversie van de vragenlijst over online tekstbegrip uit te doen gaan is iets uitgesteld. De vragenlijst gaat uit aan eind van de week na de voorjaarsvakantie ( dus eind van de week van 25 februari) naar de mensen die zich hebben opgegeven of zich nu nog willen aansluiten.  Er hebben zich tot nu toe 118 mensen opgegeven, waaronder 99 docenten. Dat is mooi.

Ik wil voor deze versie alleen docenten uitnodigen. Dat is de echte doelgroep. Dat zijn er nu dus bijna 100. De bovenbouw is oververtegenwoordigd (70%), dus ik nodig vooral onderbouwdocenten uit zich nog aan te melden.  Meld je via dit formulier  aan (deze versie is gesloten). Kijk voor meer details op de FAQ pagina.

Op 24 september 2012 deed ik een oproep doet aan docenten  om mee te doen aan onderzoek naar online tekstbegrip. Ik gebruikte daarbij de social media ( twitter, Facebook, Google+ ) mijn blog (daar bent u nu) en emails aan mensen in netwerken als de community Nederlands en mijn privénetwerken. De oproep is, behalve op mijn edublog ( hier dus), ook geplaatst op Kennisnet-VO en op de Nieuwsblog Nederlands . Waarvoor dank.
De aanmelding loopt goed, waarvoor alvast mijn dank aan al die collega’s die ook belangstelling hebben voor online tekstbegrip en zich misschien, net als ik, zorgen maken dat leerlingen hiermee nog niet goed genoeg worden geholpen in het VO. Ik hoop op nog meer belangstellenden. Ik wil met een mooie doorsnede van vakgenoten in gesprek.  Meld je via dit formulier  aan.

nu even ontspannen

bekend, maar o zo waar 😉

einstein cluttered desk

Digitale geletterdheid is populair en een buzzword

Anderhalf jaar geleden schreef ik over de terminologische verwarring die er is rondom digitale vaardigheden. Bij de start van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip gebruikte ik nog de term digitale geletterdheid. Dat sloeg toen niet aan.
Maar tegenwoordig is deze term populair en wordt ten pas en onpas gebruikt. Veel aandacht hebben in elk geval het rapport van de NAW en een toespraak van Neeli Kroes gekregen. Dit heeft in elk geval als voordeel dat het onderwerp nu echt in beeld is. Zie het laatste nummer van Didactief, waar ik ook met 100 woorden aanwezig ben. Binnenkort schrijf ik een uitgebreidere beschouwing hierover.
didactief0313

Voorstel nieuw CSE Nederlands blijft 20ste eeuws

Vanmorgen kreeg ik een uitnodiging om als iemand uit ‘het veld’ mijn oordeel te geven over aanpassingen in het CSE voor HAVO en VWO vanaf 2015. Dat is een positieve actie van het College voor Examens (CvE). De docent die het moet doen, moet natuurlijk om zijn/ haar mening worden gevraagd.
Ik kreeg de uitnodiging via Levende talen die niet geheel neutraal het verzoek zo formuleerde ” Mede naar aanleiding van de discussiebijeenkomst die we vorig jaar als vakvereniging hebben georganiseerd, heeft het College voor Examens besloten het examen Nederlands voor havo en vwo aan te passen. Zo wordt tot vreugde van velen de geleide samenvatopdracht geschrapt. In de concept-syllabus leest u wat daarvoor in de plaats komt.”

Ik heb me direct opgegeven en de conceptsyllabi gedownload. Wat ik daar aantrof was helaas wat ik had verwacht. De aanpassingen zijn vooral ingegeven door de wens nog betrouwbaarder te beoordelen, maar de validiteit van het examen is volgens mij slecht. Het is een examen uit de twintigste eeuw, we toetsen geen 21st century skills.
De verandering betreft een aanpassing van het gedeelte Leesvaardigheid, waarvan een deel bestond uit een (geleide) samenvatting.
Om met het positieve te beginnen: Ik ben het eens met de beslissing de manier waarop dit nu wordt getoetst te veranderen. Het is geenszins (ecologisch) valide als bij de opdracht tot het maken van een samenvatting de inhoudselementen die in die samenvatting voor moeten komen al vooraf zijn gegeven. In de wereld buiten de school zal je zoiets nooit tegenkomen en de vaardigheid een tekst samen te vatten wordt daar m.i. niet door getoetst. De beslissing dit zo te toetsen is louter ingegeven door de grote nadruk die er bij toetsen wordt gelegd op betrouwbaarheid. Zo kijkt het makkelijk na en iedereen komt ongeveer op hetzelfde cijfer uit. Betrouwbaarheid ‘rules’.

Nu het punt waar ik veel bezwaar tegen heb. Zoals lezers van deze edublog weten doe ik onderzoek naar online tekstbegrip. Kort samengevat doe ik dat omdat (1) tegenwoordig (in de 21ste eeuw) de meeste teksten online staan en online worden gelezen, (2) deze teksten (meestal hyperteksten) andere kenmerken hebben dan offline teksten: ze hebben een andere structuur, zijn niet lineair opgebouwd, zijn niet statisch, maar veranderend, zijn vaak een cluster van teksten ipv een enkele tekst, hebben niet altijd een aanwijsbare auteur etc., (3) we uit grootschalig onderzoek (PISA, ORCA) weten dat leerlingen problemen hebben met het begrijpen van online teksten. Ook weten we dat leerlingen nauwelijks gebruik maken van papieren teksten, geen papieren kranten en tijdschriften lezen en dat de maatschappij ook vooral communiceert via online teksten.

Een misschien ouderwetse gedachte is dat onderwijs normaal-functioneel is, zoals Ten Brinke het in 1976 formuleerde. De school bereidt de leerling voor op de maatschappij buiten de school. Het onderwijs in tekstbegrip / leesvaardigheid zou dan gericht moeten zijn op de manier waarop teksten nu worden gemaakt. Dat hoeft niet uitsluitend, want kunnen lezen van papieren, lineaire teksten is ook een groot goed. Maar de meerderheid van de teksten zijn online teksten met hun eigen kenmerken en problemen.

Als we kijken naar de beschrijving van het nieuwe examen komen we echter geen enkele verwijzing tegen naar online teksten en online tekstbegrip. We nemen het voorbeeld van het VWO. VWO leerlingen moeten teksten kunnen begrijpen van referentieniveau 4F. Deze wordt als volgt omschreven:
Lezen zakelijke teksten. Algemene omschrijving 4F Kan een grote variatie aan teksten lezen over tal van onderwerpen uit de (beroeps) opleiding en van maatschappelijke aard en kan die in detail begrijpen. Tekstkenmerken De teksten zijn complex en de structuur is niet altijd even duidelijk.

Als het over de keuze van de teksten gaat wordt gezegd:
Onderwerpen van de teksten. De kandidaten lezen teksten over onderwerpen van maatschappelijke aard. De teksten voor de havokandidaten zijn over het algemeen qua inhoud van een minder hoge abstractiegraad dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstkenmerken. De teksten zijn relatief complex, maar hebben een duidelijke structuur. De informatiedichtheid kan hoog zijn. De teksten die aan de havokandidaten worden aangeboden, zijn over het algemeen qua zinsbouw en woordkeuze minder ingewikkeld dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstsoorten. De kandidaten lezen informatieve, beschouwende en betogende teksten uit kranten en tijdschriften.

De keuze om alleen teksten te nemen uit kranten en tijdschriften met hun lineaire structuur en op geen enkele manier aandacht te besteden aan online teksten en tekstbegrip is is een keuze die past bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Het is geen nieuw examen dat aansluit bij de eenentwintigste eeuw. De leerlingen worden hierdoor niet goed opgeleid voor deze 21ste eeuw. Er is nog heel veel te doen.

Proposal accepted 18th European Conference on Reading

Just received acceptance of my proposal to do a workshop at the 18th European Conference on Reading Jönköping, Sweden, 6-9 August 2013  ” On behalf of the Coordinating Committee of the 18th European Conference on Reading, we are very pleased to inform you that your proposal has been accepted. Type of presentation: Workshop”. One of the key note speakers will be Donald Leu. Very happy with that. Hope to be able to talk with one of the founding fathers of research on online reading comprehension. Join us at the conference!  Go here for more details.

Abstract proposal workshop
In our daily practice we experience that a lot of students find it difficult to find, evaluate, choose and understand information online. PISA (2009) tells us that, “ on average among 15-year-olds who have grown up in a “wired” world, 18% have serious difficulties navigating through the digital environment, (…). And in some countries these percentages are much larger” (OECD, 2011). In some countries the level of offline reading comprehension (reading texts on paper) is much higher than the level of online reading comprehension, while in other countries it’s the other way around. So online and offline reading comprehension seem to be a different ballgame. Already a decade ago the RAND Reading Study Group reported, “[E]lectronic texts that incorporate hyperlinks and hypermedia . . . require skills and abilities beyond those required for the comprehension of conventional, linear print”” — (Coiro, 2011, p. 3). And the International Reading Association tells us “ (…) that traditional definitions of reading, writing, and communication, and traditional definitions of best practice instruction—derived from a long tradition of book and other print media—are insufficient in the 21st century.” (International Reading Association, 2009, p. 2) The IRA tells us also that  “Literacy educators have a responsibility to integrate these new literacies into the curriculum to prepare students for successful civic participation in a global environment.” — (International Reading Association, 2009, p. 2)
OK, but how? Most teachers find it difficult to understand what’s different in Online Reading Comprehension and what we can do to make this a part of our curriculum. And that’s understandable, because there is not very much information available for classroom teachers. Donne Alverman tells us that for “classroom teachers, teacher educators, and researchers whose work is focused at the middle and high school level [online reading comprehension  JC] is rarely a topic of discussion in practitioner journals, or at least in the ones I read on a regular basis.” — (Alvermann, 2008, p. 9)

I would like to discuss Online Reading Comprehension with teachers in an interactive workshop setting. We will talk about the difference between Online and Offline Reading Comprehension, our challenges and fears, our daily practice, and the possibilities to include this in our classrooms and maybe even possibilities to collaborate.

Alvermann, D. E. (2008). Why Bother Theorizing Adolescents’ Online Literacies for Classroom Practice and Research? Journal of Adolescent & Adult Literacy, 52(1), 8–19.
Coiro, J. L. (2011). Predicting Reading Comprehension on the Internet: Contributions of Offline Reading Skills, Online Reading Skills, and Prior Knowledge. Journal of Literacy Research, 1–42.
International Reading Association. (2009). New literacies and 21st century technologies: A position statement of the International Reading Association. Newark, DE: Author.
OECD. (2011). PISA 2009 Results: Students On Line (Vol. VI, p. 395). OECD Publishing.