Het Heelal, vakoverstijgende online leeromgeving 1999-2002

Nostalgia 2:
IMG_0422

Met de browser Netscape, een innovatie ūüėČ

Aan het einde van de vorige eeuw, begin deze eeuw, was ik al bezig met het ontwerpen van elektronische leeromgevingen. Ik was gefascineerd door de mogelijkheden van internet en wilde graag vakoverstijgend laten leren met een nadruk op hogere orde vaardigheden. Ik citeer “En het is een interactief platform waar mensen met elkaar kunnen communiceren. Het Heelal ‚Äď dat zich niet tot b√®tavakken beperkt ‚Äď is gericht op vakoverstijgend leren en kan worden gebruikt door alle vakdocenten. De leeromgeving sluit aan bij het streven naar onafhankelijk en actief leren, naar productief leren en naar het werken met betekenisvolle taken.” Dit klinkt nu main-stream, maar dat was het 15 jaar geleden niet. Ik werkte bij het APS en had in Javascript, het meest moderne van toen, een elektronische omgeving laten programmeren, Het Heelal.
Ik vond net een artikel uit Didactief 2004, waarin een onderzoekje staat beschreven naar onze pilot met deze leeromgeving. Hierin kan je lezen wat de doelstelling en de opzet was. En zie je ook dat online samenwerken in die tijd heel moeilijk was, vanwege de matige kwaliteit van de electronica en internet. Bedenk: het was in de tijd dat internet heel traag was en er maar weinig computers op school waren. Ik kopieer de tekst hieronder en voeg het artikel Heelal Middelbare scholen testen elektronisch leren, waarin ook een mooie foto van toen, bij. Helaas heeft het APS de server, waar de elektronische leeromgeving op stond weggegooid. Hij is dus niet meer life te zien. Ik heb nog wel screenshots die ik later zal bijvoegen.

Middelbare scholen testen elektronisch leren.
Het Heelal op proef.
Didactiek, jan. 2004
Voorzichtig starten scholen met het inzetten van een elektronische leeromgeving. De vooruitzichten zijn groots, maar in de praktijk blijken er flink wat kinderziektes te overwinnen. Twee middelbare scholen waagden een experiment met ‚ÄėHet Heelal‚Äô. De evaluatie levert nuttige gegevens op voor een volgende ronde.
Twee scholen voor voortgezet onderwijs, het Pleincollege Bisschop Bekkers en de vestiging Het Nieuwe Eemland van het Meridiaan College, voerden gedurende twee jaar een kleinschalig experiment uit met de elektronische leeromgeving ‚ÄėHet Heelal‚Äô. Het Heelal is een databasegestuurde website met een tweeledige functie. Het is een (informatie) bron waar opdrachten op staan waarvoor op internet gezocht moet worden. En het is een interactief platform waar mensen met elkaar kunnen communiceren. Het Heelal ‚Äď dat zich niet tot b√®tavakken beperkt ‚Äď is gericht op vakoverstijgend leren en kan worden gebruikt door alle vakdocenten. De leeromgeving sluit aan bij het streven naar onafhankelijk en actief leren, naar productief leren en naar het werken met betekenisvolle taken. Doorslaggevend argument voor de scholen om voor Het Heelal te kiezen was dat dit product reeds opdrachten bevatte, in tegenstelling tot veel andere elektronische leeromgevingen (elo‚Äôs). De scholen werkten tijdens twee schooljaren gedurende zes tot acht weken in 4 en 5 havo en/of vwo aan het project Het Heelal. De co√∂rdinatie en realisatie van het project berustte geheel bij de ict-co√∂rdinatoren, op beide scholen een b√®tadocent. Op beide scholen namen vier tot vijf leraren deel aan het project. Door vertrek van een aantal docenten die aanvankelijk het project zouden uitvoeren, moesten minder ictvaardige docenten hun taken overnemen. Het project is uitgevoerd bij de vakken anw, biologie, frans, klassieke talen en/of economie. De introductielessen vonden in de klas plaats, daarna werden de opdrachten door de leerlingen buiten de klas uitgewerkt op een door hen zelf gekozen plaats en tijdstip. Beoordelingscriteria en tijdsplanning waren bij de opdrachten vermeld. De bedoeling was dat de leerlingen on line zouden samenwerken en on line met de docenten over de vorderingen en producten zouden communiceren. Met de deelnemende leerkrachten is voorafgaand aan de start het programma doorlopen; tijdens de rit kregen ze technische begeleiding van de ict-co√∂rdinator. Overleg vond ad hoc plaats. De docenten konden bij problemen telefoneren of e-mailen met de externe begeleider. Er heeft geen onderwijskundige begeleiding plaatsgevonden. Op grond van de evaluatie van het eerste uitvoeringsjaar zijn er in Het Heelal een aantal verbeteringen aangebracht en hebben de docenten zelf opdrachten gemaakt voor het tweede uitvoeringsjaar, die ze trachtten in te passen in het curriculum. De opdrachten gingen over zaken als microorganismen, voortplanting, fabeldieren, of over het kopen en huren van een huis. Aan het einde van het tweede uitvoeringsjaar is opnieuw ge√ęvalueerd.
RESULTATEN
Is het project geslaagd? Voor een deel wel, zo blijkt als we de vooraf geformuleerde doelen voor het management, de docenten en de leerlingen langslopen. De scholen hebben daadwerkelijk een elo ingezet in het primaire leerproces en ze gaan daar zeker mee door. Door het experiment hebben de schoolleiders nu een beter idee hoe dit vervolg opgezet moet worden. De link naar het leren en onderwijzen moet echter nog verder uitgewerkt worden. Of en in hoeverre de leraren beter zicht gekregen hebben op de mogelijkheden van een elo en op de mate waarin ze meer durf hebben gekregen ermee te werken, dat verschilt van docent tot docent. De meerderheid is gemotiveerd gebleven of geraakt om er in de toekomst gebruik van te maken. Maar wel is duidelijk geworden dat de opstellers van ict-projecten de mogelijkheden van leerkrachten niet moeten overschatten. De doelen voor de leerlingen zijn deels gerealiseerd. Alle scholieren hebben leren werken met een elo. En vrijwel alle leerlingen hebben samengewerkt en een ‚Äėproduct‚Äô gemaakt, zoals een powerpointpresentatie of een webpagina. Een deel heeft ook iets geleerd over een planning maken, een onderzoek uitvoeren en presenteren. De scholieren hebben daarbij vaker iets geleerd van zichzelf dan van de docent, van de elo of van de medeleerling. Dit beantwoordt aan de wens van de scholen dat leerlingen vooral zelfstandig leren.
ADVIEZEN
Betrokkenen van beide scholen gaven een groot aantal adviezen voor verbetering van een project als Het Heelal en voor leeromgevingen als zodanig. Zo viel de hoeveelheid en ook de geschiktheid van de opdrachten tegen. En de beloofde dan wel gewenste uitbreiding van het aantal opdrachten vond vrijwel niet plaats. Behalve dat een aantal van twee deelnemende scholen daarvoor te gering is, bleken de uitvoerende docenten ook over te weinig tijd te beschikken om zelf meerdere opdrachten (met links naar andere bronnen) te ontwikkelen. Het ontwikkelen van opdrachten zal op een andere manier georganiseerd en gerealiseerd moeten worden. De nagestreefde on line communicatie kwam niet goed van de grond doordat docenten en leerlingen elkaar dagelijks zagen; mondelinge communicatie gaat dan sneller. On line samenwerking zal alleen lukken als er door leerlingen en docenten van verschillende locaties of scholen tegelijkertijd gezamenlijk aan een opdracht gewerkt wordt. Omdat Het Heelal nog in de experimenteerfase verkeerde, waren uitbreiding en integratie in het onderwijs niet mogelijk. Een schoolleider: ‚ÄúIn een dergelijke fase heeft het alleen zin om er met pioniers aan te werken. Evenmin is in zo‚Äôn stadium een elo geschikt om docenten computervaardig te laten worden. Gebleken is dat het zeker een jaar duurt voordat een klein groepje docenten uit de voeten kan met een elo, zelfs als het een goed programma zou zijn. Een school moet nu eenmaal zelf kunnen ervaren, zelf uitvogelen‚ÄĚ. Maar een dergelijk project moet wel planmatig aangepakt worden, met evaluatie en snelle bijstelling. Onderwijskundige begeleiding en de aanwezigheid van iets als een helpdesk zijn noodzakelijk. Expliciete ondersteuning door de schoolleiding spreekt voor zich. Of de leerlingen met Het Heelal meer kennis hebben opgedaan dan via een traditionele werkwijze, kon niet worden nagegaan. De leerlingen werkten buiten het zicht van de docent aan de opdrachten, toetsen was niet mogelijk. Voor het opdoen van vakkennis zou deze elo zich dan ook minder goed lenen. ‚ÄėAndere‚Äô vaardigheden zouden gemakkelijker te realiseren zijn, zoals het leren omgaan met een elo, het doen van een onderzoekje, het maken van een planning of iets presenteren. Daaruit vloeit voort dat het werken met een elo beter in de lagere leerjaren kan plaatsvinden, nadat eerst cursussen in de basisvaardigheden, afgestemd op wat een leerling al kan, zijn gegeven. De kwaliteit van de leeromgeving ten slotte werd door de leerlingen gemiddeld als net voldoende beoordeeld. De leerlingen adviseren dan ook uitbreiding en een grotere toegankelijkheid van bronnen, meer ruimte, meer multimedia, een chatbox, maar ook een betere uitleg op de site van hoe de elo werkt. Een pagina met instructies is bijvoorbeeld door een deel van de leerlingen niet gezien. En de opdrachten werden door een deel van de scholieren tamelijk oninteressant gevonden, een belangrijk knelpunt. Slechts een enkele leerling heeft zelf een opdracht ontworpen. Evenmin waren alle scholieren tevreden over de rol van de docent. Enkele leraren kregen dan ook het advies zich zelf eerst voor te bereiden en pas dan duidelijk uit te leggen, meer interesse te hebben, meer persoonlijk contact te hebben met de leerling, meer te motiveren en meer ‚Äėleraar‚Äô te spelen. Het aantal doelen dat vooraf geformuleerd was voor het management, de docenten en de leerlingen blijkt achteraf te groot geweest te zijn voor een kleinschalig project als dit. Duidelijk is dat voor het inzetten van een elo een beperkt aantal realistische doelen geformuleerd moet worden en dat vooraf concreet uitgewerkt moet zijn hoe die doelen gerealiseerd en getoetst kunnen worden. De ontwikkelaars van Het Heelal werken inmiddels aan verbetering (http://heelal.aps.nl).
A.M. de Vries, Ervaringen met een elektronische leeromgeving in havo en vwo (lpc-kortlopend onderwijsonderzoek uitgevoerd op verzoek van het veld), GION/RUG. a.m.de.vries@ppsw.rug.nl

1995-97 Digitale schrijfomgeving op CD-Rom: de voorhoede van toen

Komend weekend is de 28e HSNconferentie 2014 in Brugge. Bij het voorbereiden van mijn presentatie kwam ik toevallig de presentatie tegen die ik 14 jaar geleden heb gegeven op HSN14 in 2001. Ik werkte toe op het APS als projectleider Talen en was heel ge√Įnteresseerd in de mogelijkheden van ICT en leren. Een van de dingen die we toentertijd hebben ontwikkeld was een digitale schrijfomgeving met de veelzeggende titel Octopus. Deze omgeving is ontworpen in opdracht van Print-Vo 1995-97. Dit was in de tijd dat internet nog niet zo goed was en er zeker geen handige cloudomgevingen te vinden waren. Wij maakten toen leeromgevingen die je op CD-rom ( ja, zeker), kon aanschaffen. Het was een briljant idee in een tijd dat je nog niet zoveel digitale mogelijkheden had.
Lees mijn stukje over Octopus met de titel Octopus, een leerrijke digitale schrijfomgeving. Hulp bij gedocumenteerd schrijven en verbaas je: Octopus HSN 14 2001

21 Century Learning Design workshop

29/30 of May I participated  in a workshop 21st Century Learning Design (21CLD Workshop)  in Kopenhagen organized by Microsoft as part of the Partners in Learning Initiative. European countries were invited to send participants to take part in this workshop. I was invited by Kennisnet to be one of the participants from the Netherlands. The other Dutch representative Petra Fisser, a specialist on TPACK from University Twente and Henk Lamers, consultant 21st Century Skills. The other participants came from Denmark, Sweden, Norway, the UK and Portugal. It was a very interesting and professional group to work with. The workshop was led by Deirdre Butler, senior lecturer at St. Patrick’s College, Dublin University, a very professional trainer.
Microsoft defines 21st Century Learning Design as a ” a global professional development program for teachers and schools to develop more innovative pedagogies that develop students‚Äô skills for the 21st Century”.¬† The program is based on the Innovative Teaching and Learning (ITL) Research project.
In general 21st Century Learning Design asks teachers and school leaders to (1)¬† Analyze and ‘code’ learning activities to see how deeply they integrate 21st century skills, (2) Collaborate in designing new learning activities that provide deeper 21st century skills development, (3) Examine the impact of these learning activities on students’ work and (4) Use ICT as part of the process.

In the workshop we worked on the understanding and improving the 21st Century Learning key concepts and the materials, especially rubrics. The participants were professionals in teacher training, professional development and Educational R&D and were asked to work with the materials, try to understand the key concepts and  give feedback on the clarity and the applicability of these concepts and the materials / rubrics  for teacher training and professional development.
The rubrics describe six important skills for students to develop: (1) collaboration, (2) knowledge construction, (3) self-regulation, (4) real-world problem-solving and innovation, (5) the use of ICT for learning and (6) skilled communication. The rubrics can be used to analyze learning materials / lesson plans and to use when designing new educational plans and materials. In every rubric you can assign a a number from 1-4(5) according to how strongly it offers opportunities to develop a given skill. We were given examples from the ITL research of learning activities from participating countries. Continue reading

ereaders, ebooks en de werkelijkheid

De laatste tijd wordt er veel gedacht over de mogelijkheden en voor- en nadelen van ebooks en ereaders. 2009 was het jaar van de ereader. Amazon.com haalde een geweldige omzet toen veel mensen ereaders als cadeautje hadden gekocht met de kerst. In januari kreeg de discussie een nieuwe duw toen Apple de iPad aankondigde. De discussie verschoof een beetje, want de iPad had niet het handige, energiezuinige eIink scherm maar gewoon een TFT scherm. Nadeel: veel minder zuinig, voordeel: de tijdschriften zagen ineens een interactieve versie van hun bladen verschrijnen voor hun geestesoog met vooral veel honkbalvideos die je gelijk kan bekijken. En ik zag wel ineens veel meer mogelijkheden met interactieve, up-to-date schoolboeken.

Als ge√Įnteresseerde in elearning met een taakje op school als e-coach wilde ik het toch maar eens zelf ervaren en heb dus via de bieb van Almere ( ja, ook de bieb weer eens gebruiken), een ereader (Sony PRS-600) geleend. In een mooi tasje gekregen en er staan wat boeken op. Dit wel weer alleen de bekende boeken van Gutenberg soort, dus 70 jaar of ouder. Jules Verne etc
Nu ben ik benieuwd of ik boeken kan lenen en op mijn ereader zetten en of ik eigen eboeken op de reader kan zetten en zo lezen.
Tot nu toe twee keer nee.
Ben inmiddels een groot gedeelte van de zaterdag bezig en raak gefrustreerd. Ik, die tegen collega’s zeg dat dit toch heel veel interessante mogelijkheden geeft, krijg het zelf niet voor elkaar.
Twitter helpt een beetje: @zbdigitaal, @essen2punt0 en @AnnieMaessen geven als Biebdeskundigen geestelijke steun. Ik ken nu de ebookpagina van de Bieb, heb via de telefoon een account gekregen en kan online kijken.
Maar: de boeken op mijn computer willen niet op de ereader. Hij zegt streng: ‘ Het ebook kan niet worden overgezet, omdat de reader voor een andere gebruiker is gemachtigd’. Het voelt weer zoals vroeger op de Windowsmachines. Hij doet het niet, maar je hebt geen idee waarom niet.
Dan maar even naar de eboeken van de Bieb, misschien gaat dat. Er blijken nogal wat boeken op te staan, maar het zijn grotendeels de gratis boeken van Charlottesville, Va University of Virginia Library en de downloadable boeken grotendeels van de Maxwell Air Force Base, Ala Air University Press. Interessante informatie over oorlogvoeren van de USA. Iets anders vind ik niet. Misschien komt het ook omdat ik de pagina’s van de Bieb niet goed begrijp: steeds gaat het mis, krijg ik geen boeken te zien en moet ik het weer op een andere manier proberen.
Misschien ben ik te dom voor Sony readers of voor moderne bibliotheken, maar van mijn niveau of lager zijn er toch veel mensen?
De volgende post gaat over de mooie dingen die ik heb ontdekt van ereaders en ebooks, maar tot nu toe is het frustrerend. Hoop dat deze stemming snel omslaat.

Wikis winnen

Ook over wikis in de klas heb ik een aantal keren geschreven op deze edublog: zie bijvoorbeeld  hier , hier en hier. Ik begin nu een nieuw project met leerlingen uit de derde klas met een school in Turkije.

Ook ben ik een wiki begonnen om studenten van de masteropleiding Nederlands van de HU te begeleiden. Hier verwees ik in mijn vorige bericht al naar.

Met enige trots laat ik ook weten dat het internationale samenwerkingsproject dat we met een school in Macedoni√ę hadden in 2007 en 2008 en waarover ik o.a.¬†hier heb geschreven¬†inmiddels in Macedonie een prijs heeft gewonnen. Ik citeer de docente Anica Petkoska uit Macedoni√ę: ”¬†Mac Ned WIKI was the winner for category ¬†“Innovative Collaboration among teachers and students inside and outside the school.”¬†It was funny to hear your and Douwe, Cristian, Margot names in Macedonian.¬†Here is a¬†link to one of the posters, that me and 4 other Mac students made for the event.¬†Here is a¬†link to the you tube video, made while brainstorming what to put on the PPP, for the event yesterday.”. Er komt nog een link naar een uitgebreidere presentatie. Wel trots natuurlijk.

ICT en leren in Lunteren

Gisteren was ik een dag op de I&I-conferentie in Lunteren.Het was de 19e keer en voor mij geloof ik de 5e of 6e. Het thema en de naam van de conferentie was ‘ in de wolken’ ( in the clouds), waarmee gerefereerd werd aan het feit dat steeds meer online gebeurt ( programma’s gebruiken, data bewaren).
Ik begin met een bekende irritatie, die er beetje uitziet als een slapstick.
Wederom opmerkelijk was dat de meeste aanwezigen helemaal niet in de wolken konden zijn, omdat er nog steeds gekozen wordt voor een locatie die een van de laatste plekjes in Nederland is waar bereik van telefoon / smartphone vrijwel afwezig is en waar je niet gratis online kan. En waar als je aan het eind van de dag een inlogcode krijgt, er nog steeds nauwelijks verbinding is.
Het was daardoor een beetje slapstickachtig: een workshop over twitteren waar je niet kan twitteren, een interactieve presentatie waar de meeste mensen niet met hun telefoon aan mee kunnen doen en workshops over het vervangen van eigen servers en eigen programmatuur door een volledige online ICT omgeving, terwijl je niet even kan meekijken op je eigen laptop.
Genoeg hierover: dit is al jaren de grote klacht en er blijken toch onbekende overwegingen te zijn om hier telkens weer heen te gaan en om deze problemen niet op te lossen.

Er was veel leuk, interessant en leerzaam.
Leuk is altijd om weer veel bekenden tegen te komen. Om de mogelijkheid te hebben lang met mensen te praten die je vooral online kent. Leuke gesprekken, niet, Willem, Margreet, Fons, .. ?
Ook om mensen tegenkomen die je alleen online kent en je nu voor het eerst ziet: leuk was het Annemarie, Fiona… ?
Om te overleggen over nieuwe projecten: werken met de hoogbegaafden van Leonardo, doorzetten met 23 dingen,..
Om kennis en ervaringen te delen, bij mijn eigen workshop over social software, bij workshops waar ik zelf deelnemer was.
Om weer dingen te zien en te horen die je al wel kende maar weer was vergeten en waarvan je nu denkt dat je ze nu toch echt gaat gebruiken: de interactieve powerpoint van Willen bijvoorbeeld.
En het netwerk werkt ook op een andere manier: uitnodiging voor onderwijsdagen als edublogger, misschien weer op pad met Apple.

Fons was weer op dreef in de TeachMeet met weer een paar nieuwe activerende werkvormen. Ook mooi is toch telkens weer dat op zo’n teachmeet mensen toch veel meer durven te zeggen en delen dat ze zef voor mogelijk hadden gehouden. Een sommigen hebben door goede idee√ęn te delen er ook nog een Flip aan over gehouden.

Ik was er maar een dag en heb lang niet alles gezien. Er waren voor zover ik kon zien geen spectaculaire nieuwe zaken, maar vooral inspiratie en uitwerken van krachtige mogelijkheden en uitdagingen als ‘ in the cloud’ werken, meer gebruik maken van mobiele apparaten, beter aansluiten op de jonge generatie. En misschien worden de smartboards op school nu veel smarter gebruikt als ze het spiksplinternieuwe boek over smartboards van de Rode Planeet eens goed lezen.

De keynote van John Moravec, Toward Education 3.0, gaf weer veel stof om over na te denken. Ik hou wel van ‘out of the box’ denken. Wat zou dat nou in het Nederlands zijn?

bloggen over literatuur in de klas revisited

Al eerder heb ik geschreven over het gebruik van bloggen over literatuur in de klas. Aan het begin van het jaar heb ik de leerlingen van twee klassen, een 4VWO en een 5VWO, gezegd dat ze geen boekverslagen meer mochten schrijven, maar dat we de volgende 2 of 3 jaren met elkaar in gesprek gingen via weblogs. Iedere leerling heeft nu een weblog en zij moeten daar schrijven over de gelezen boeken. Ook moeten ze minstens drie keer reageren op een weblog van een andere leerling.
Gaat dat nou lukken, worden het geen overgeschreven boekverslagen online, denken ze meer na en is het leuker voor de leraar, voor mij dus? Ik ben er open ingestapt en wilde kijken wat daar uit zou komen. Het is nu het eind van het jaar en tijd om terug te kijken. Er is inmiddels een leuk stuk hierover geschreven door Carla Dessain verschenen in Vives 2009 Wie schrijft die blijft, wie blogt wordt bezocht.

Ik wilde de blogs op onze eigen server hebben draaien en de gebruikersvriendelijkheid van de online blogsservers is nog niet zo groot. Gelukkig had ik een leerling in mijn 5V klas, Bas Hinteman, die een expert is in html, blogs en websites. Ik heb hem gevraagd om de baas te worden van het hele bloggebeuren en het technisch voor elkaar te krijgen. Dit heeft hij briljant gedaan. Mijn rol was alleen bedenken dat ik dit wil, een specificatie in dialoog hem doorspreken hoe ik het zou willen en hij ging aan de gang. Daarna heb ik tegen collega’s ( ineens wilden veel meer klassen werken met blogs) en leerlingen dat er een baas was van de blogomgeving en dat is Bas. De leerling is trots en gemotiveerd en het onderwijs is een stapje vooruit. Duidelijk win-win.
Het jaar daarna moest hij een profielwerkstuk maken en heb ik hem gevraagd de website van de school te verbeteren. De schoolleiding heeft daarom toegestemd en de website is heel veel beter geworden. Altijd mensen ( en leerlingen zijn ook mensen) aanspreken op hun expertise.

Waar ben ik tevreden over? Het belangrijkste is dat er steeds meer blogs komen die een heel persoonlijke beschrijving van een leeservaring geven. Dit zag ik in boekverslagen veel minder.
Hoe zou dat komen? Ik denk omdat ik vaker met ze praat over hun weblogs, ik vaker direct reageer ( ik heb alle blogs in de RSS feed staan) en ze langzamerhand ook gaan kijken bij elkaar. Natuurlijk zie je nog steeds van die uitgebreide blogs met teveel samenvatting en teveel biografische informatie die niet uit eigen koker komt. Rome is niet op een dag gebouwd. En de leerlingen beginnen er meer lol in te krijgen. Ze zeggen mij soms dat dit veel leuker is dan stomme boekverslagen schrijven. En daar ben ik het roerend mee eens.
En voor de meester is het veel leuker om blogs te lezen en daar op te reageren. En ik raak ook niets meer kwijt. En zij ook niet. Ze zien het voordeel dat ze over drie jaar nog weten welke boeken ze hebben gelezen en wat ze daar ook weer van vonden.

Wat kan beter? Het is nog lang niet zo’n interactieve plek als Janien had met haar leerlingen in de Sausage Machine. En dat wil ik wel meer. Er zou veel meer kunnen gebeuren dan seri√ęle monologen met enkele reacties. Daar ben ik over aan het denken.

En laat me vooral weten wat je ervan vindt, via Twitter, als reactie op dit bericht of gewoon via mijn mail. Zelfs snailmail mag ūüėČ Als ervaren bloglezer weet je waar je mijn gegevens kunt vinden. Zo niet, want je bent per ongeluk terecht gekomen op deze edublog, ga dan naar mijn CV online voor meer informatie.

een wiki voor discussie en debat?

Ik ben weer bezig om lessen te ontwerpen voor discussie en debat. Ik doe dat op dit moment voor 4 VWO.
Er is al een aantal leerlingen bezig in een debatclub van de school, dus er is wel interesse. En leeringen moeten mondelinge en schriftelijke betogen houden, werkstukken schrijven, debatten en discussies voeren, etc

Een van mijn zwakkere kanten is is organisatie. Ik zie vaak leuke onderwerpen in de krant, op op tv of op internet waarvan ik denk dat dat een heel goed onderwerp is om een debat over te voeren of over te discussi√ęren. Ik knip dan uit en zet het in een mapje of deel het uit, maar het blijft te incidenteel. Het volgende jaar moet ik het weer voor een groot gedeelte overnieuw doen. En de onderwerpen blijven niet up-to-date genoeg.
Wat een zwakke kant is van leerlingen is het genereren van idee√ęn en probleemstellingen. Op mijn school, een Daltonschool, proberen we vaak ‘ het uit de leerlingen te laten komen’. Dat is moeilijk. Als ik ze vraag waar ze een scriptie, een betoog of een beschouwing over zouden willen houden, wat een brandende kwestie is om een mondeling betoog over te houden, blijft het bij de meeste leerlingen stil.
Vaak neem ik grote stapels kranten en dag- en weekbladen mee, maar, nog steeds tot mijn verbazing, halen ze daar heel moeilijk brandende kwesties uit, terwijl dat bijvoorbeeld bij de NRC-Next zo makkelijk te vinden is. Daar ga ik ook later nog eens mee aan de slag.

Om het mij en hen ook wat makkelijker te maken dacht ik aan een plek om alles bij elkaar te zetten en toegankelijk te maken voor het onderwijs, dus interessante kwesties neer te zetten om over te debatteren of te discussi√ęren en die up-to-date te houden. Hiervoor zou ik idee√ęn van collega’s en van leerlingen bij elkaar willen brengen.
Ik wil geen grote en daardoor onoverzichtelijke bak maken. Dit is de valkuil van het zo makkelijk toegankelijk zijn van informatie. Mijn Delicious is bijvoorbeeld al veel te onoverzichtelijk geworden. De boel wordt regelmatig opgeschoond.

Aangezien we in deze tijd van sociale software zoveel mogelijkheden hebben om expertise te bundelen heb ik het volgende idee ontwikkeld, waar ik graag commentaar op wil hebben.
We maken een WIKI. Die WIKI dient als Instructieruimte ( pagina’s : hoe pak ik een discussie/ debat aan, tips etc) en vooral als idee√ęnplaats of zoals de Vlamingen zo mooi zeggen een Denkpiste.
Ik zou mensen willen uitnodigen hieraan hun bijdrage te leveren. Hierbij denk ik aan mensen uit het onderwijs ( in brede zin), uit bibliotheken, de krant in de klas, jourmalisten (?) etc. En een paar leerlingen die ik / wij op basis van serieusheid uitkies of anderen aanbieden.

Wat denken jullie hiervan? En wil je meedoen?

Dit bericht sluit aan op idee√ęn die ik heb geopperd over het literatuuronderwijs ( zie tags literatuuronderwijs) en ook aan het uitwerken ben over schrijfonderwijs.

Wim Veen

Gisteren hadden we op school een studiedag. ’s Middags was Wim Veen uitgenodigd om te praten over de Homo Zappiens. De meeste van ons hebben wel werl van Wim gelezen.

De presentatie was heel goed en gaf een aantal van de aanwezigen stof tot nadenken.¬†Waarom vond ik het zo goed? ¬†Hij praatte ‘ from inside out’. dat betekent dat hij veel voorbeelden gaf van leersituaties waar zowel hij als leerlingen / studenten inzaten. En liet zien hoe anders jongeren leren, hoe goed jongeren in communities kunnen werken, in games kunnen plannen en leiding geven en dat zij nooit meer informatie lineair / sequentieel tot zich nemen. En hij maakte heel duidelijk dat bijvoorbeeld gamen niet niets doen is maar hard leren. Ook liet hij zien dat hij veel gebruik maakt van virtual worlds om te overleggen, zich te professionaliseren etc.

Dit gaf te denken over de inrichting van ons onderwijs. Het goede gevolg is dat mijn afdelingsleider heel gemotiveerd is om veel te gaan doen aan ‘ virtual learning’. Dat is voor mij als ICT¬†co√∂rdinator¬†van de afdeling weer handig.
De andere kant is dat in een gesprek vanmorgen er toch weer teveel collega’s waren die mopperden van ¬†‘ Ik ben niet¬†ge√Įnteresseerd¬†hoe hij zijn tijd doorbrengt’, tot ‘ dit waait wel weer over’.

Lachen en huilen dus.

Twitteren en Tweets

Mijn eerste tweet verstuurd via de iPhone.
Nu ervaren wat er gaat gebeuren en of ik er wat mee kan in persoonlijke leven of met de leerlingen. Ik ben benieuwd.