Een afscheid en nieuwe mogelijkheden

Op 5 september 2018 ben ik gestopt als leraar Nederlands. Op mijn laatste school, Helen Parkhurst, heb ik dan 15 jaar gewerkt. Het afscheid van de leerlingen is het moeilijkst.

Maar het geeft weer nieuwe mogelijkheden en ruimte. Ik heb nu meer tijd voor andere privé- en professionele activiteiten en kan nu mijn agenda geheel zelf bepalen.
Die laatste blijven vooral gekoppeld aan digitale geletterdheid en taalonderwijs. Ik ga door met mijn project Verborgen Familieverleden, blijf scholen, teams en leraren ondersteunen en ga weer meer onderzoek doen op dit gebied. Ook zijn er al verzoeken voor gastcolleges en meedenken.
Ook blijf ik werken binnen nationale en internationale netwerken, waar ik lid van ben (of zoals bij Elinet, Chairperson Digital Literacy). Kijk naar de activiteiten die ik de laatste jaren heb gedaan.
Neem contact op als je wil overleggen over mogelijkheden voor ondersteuning of gewoon een gesprek wil voeren. Een afscheid en nieuwe mogelijkheden.

Digitale geletterdheid en taalvaardigheid. De leraren Nederlands aan zet

Update Volledig artikel inmiddels te lezen via mijn Academia.edu pagina
In mei 2018 is mijn artikel verschenen Digitale  geletterdheid en taalvaardigheid. De leraren  Nederlands aan zet in In Levende Talen Magazine nr. 4. Ik publiceer hier een voorproefje met delen uit het artikel. Een appetizer, dus.

(…) De laatste tijd staat digitale geletterdheid sterk in de belangstelling. Maar het is een heel brede term, die soms verwarring geeft. Digitale geletterdheid is ook gewoon een uitbreiding van geletterdheid, kunnen lezen en schrijven, maar dan online. Hiervoor is traditioneel taalonderwijs niet voldoende. Leerlingen geletterd maken is ons vak, dus hebben we een nieuwe uitdaging.

In een eerder artikel in LTM in 2014 stelde ik: ‘Vrijwel alle informatie staat tegenwoordig online en je bent functioneel ongeletterd als je daar niet mee om kan gaan. (…) En omdat de school leerlingen voorbereidt op de maatschappij, ligt daar een opdracht voor ons. Maar dat doen we nog niet’ (Clemens, 2014, p. 4).
Het is inmiddels meer dan drie jaar verder, en er is veel gebeurd. De term digitale geletterdheid is
geïntroduceerd en de overheid, SLO en Kennisnet zijn druk bezig kaders te scheppen, informatie te
geven en leer- en ontwikkellijnen te maken.1 Het ministerie van Onderwijs heeft in het rapport Ons
onderwijs2032 duidelijk gemaakt dat digitale geletterdheid van groot belang is en in het curriculum
aandacht moet krijgen. Er is zelfs een apart domein voor geïntroduceerd, ‘Digitale Geletterdheid’.
Maar ook wordt expliciet naar het vak Nederlands verwezen: ‘Ook kritisch teksten lezen en bespreken
en leren omgaan met het steeds grotere aantal informatiebronnen verdienen meer aandacht. Digitale
teksten en beelden komen steeds vaker in de plaats van papieren tekstvormen en ook daar moeten
leerlingen vaardig mee kunnen omgaan’ (Platform Onderwijs2032, 2016, p. 30). Ook heeft de SLO in
een vakspecifieke trendanalyse geconstateerd dat digitale geletterdheid een noodzakelijke toevoeging
aan het curriculum van Nederlands moet zijn (SLO, 2015). (…)

De definitie
(…)

De uitdaging
Dit betekent dat we onze lessen moeten aanpassen. Gelukkig is er al wat hulp beschikbaar. Zo zijn er
voorstellen voor leerlijnen voor onderdelen van digitale geletterdheid, gepresenteerd door de SLO en
via Kennisnet. En sinds november vorig jaar heeft Kennisnet een Handboek digitale geletterdheid
gepubliceerd, waarin digitale geletterdheid en Nederlands ook aandacht krijgt (zie <bit.ly/ltm-dghb>).
Er wordt dus gewerkt aan vernieuwing, maar er is nog nauwelijks lesmateriaal of nieuwe didactiek. Er
zijn nog geen nieuwe kerndoelen, eindtermen en schoolboeken.
Dat betekent dat we zelf aan de slag moeten gaan. Ik heb ervaring met het werken met
docentontwikkelteams. Dit blijkt een zeer effectieve manier van professionaliseren (Voogt, Pieters &
Handelzalts, 2016). (…)

Een voorbeeld
Ik geef een voorbeeld van een school die ervoor heeft gekozen digitale geletterdheid geïntegreerd aan
te pakken. Wat doen ze, waarom en hoe (…)

De toekomst
Als uitvloeisel van Onderwijs2032 zijn er ontwikkelteams gestart van Curriculum.nu, waarin leraren,
schoolleiders en scholen zich bezighouden met de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet
onderwijs moeten kennen en kunnen. Met de opbrengst van dit ontwikkelproces zullen kerndoelen en
eindtermen worden geactualiseerd. Er is een ontwikkelteam voor Nederlands en voor Digitale
Geletterdheid. Ik hoop dat beide ontwikkelteams heel goed contact met elkaar houden, zodat delen
van digitale geletterdheid geïntegreerd gaan worden in het vak Nederlands en digitale geletterdheid
geen apart vak wordt. (…)
Vaak wordt de vraag gesteld: ‘Digitale geletterdheid is toch van belang voor al het leren bij alle
vakken, niet alleen bij Nederlands?’ Dat is helemaal waar. Toch ben ik ervoor om Nederlands het
voortouw te laten nemen. Geletterdheid is al een hoofddoelstelling van het vak Nederlands. Het
implementeren van digitale geletterdheid in het vak past mooi bij de wens om Nederlands beter aan te
laten sluiten op de moderne tijd, waarin de meeste communicatie zich online afspeelt. Bovendien
biedt het de kans om wat wij vroeger taalbeleid noemden nu vanzelf en zonder de last van die term
een vlucht te laten nemen.
(…) 

 

 

 

Brussel: HSN Conferentie 2018. Nog maar een dag voor indienen voorstel

De HSN conferentie vindt dit jaar plaats in Brussel op 16 en 17 november. Zie informatie op de site van de HSN.
Ruim twee maanden geleden heb ik hier een Call for Papers voor de HSN-conferentie 2018 gepubliceerd. De deadline is 21 maart 2018. Dat is morgen.
Ik ben weer (mede)kolomleider voor de stroom Innovatie/ Digitale geletterdheid.  Het enthousiasme vanuit Nederland laat te wensen over. Je hebt nog een dag om je voorstel in te dienen. Doe het via dit formulier!
Neem contact met mij op als je nog vragen of wensen hebt. Of je voorstel wordt overgenomen door de programmacommissie is van een aantal factoren afhankelijk.

Call for Papers HSN-32 in Brussel.

De HSN-conferentie 2018 vindt plaats op 16 en 17 november in Brussel. Op de website van de HSN-conferentie is de nieuwe Call for papers geplaatst. Als je een bijdrage wil leveren, vul  dit formulier in voor 21 maart.

Naar verwachting staan er weer een tachtigtal presentaties/workshops en andere activiteiten op het programma. Hierbij roepen de organisatoren in Vlaanderen en Nederland docenten, didactici en anderen op om zich als spreker/workshopleider te melden met een inhoudelijk voorstel.

Er wordt vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en aan het vernieuwende karakter van de presentatie. Voor ervaringen uit eigen onderwijspraktijk en bevindingen uit kleinschalig onderzoek bestaat veel belangstelling. Gedacht wordt aan programmakolommen die gericht zijn op onderwijstypen (bv. basis-, hoger onderwijs, mbo) en aan themakolommen als:

  • literatuuronderwijs;
  • leesbevordering;
  • Innovatie, w.o. nieuwe media; digitale geletterdheid
  • taalbeschouwing;
  • taalvaardigheid secundair/voortgezet onderwijs;
  • taal- en letterkunde;
  • lerarenopleiding basis/secundair onderwijs;
  • Nederlands in een meertalige context;
  • evaluatie.

Deze opsomming is niet uitputtend en kan nog aangepast worden.
Ik hoop op veel mooie voorstellen en natuurlijk weer veel vrienden en collega’s te mogen ontmoeten.

HSN Conferentie 2017: een terugblik

De 31ste HSN Conferentie Onderwijs Nederlands was een groot succes. Er waren meer dan 500 deelnemers tijdens de twee dagen. Windesheim had alles geweldig georganiseerd, ruimtes, verzorging en ondersteuning. Hiervoor hulde.
Omdat ik het wel belangrijk vind veel te delen zal ik proberen hier zoveel mogelijk presentaties uit de stroom Innovatie en Digitale geletterdheid, waar ik stroomleider en zaalvoorzitter was, te delen.

Hier vind je het programma van vrijdag en zaterdag, zodat je nog even kan kijken waar je heen bent geweest of waar je niet bent geweest. De mooie conferentiebundel werd aan het begin al uitgereikt en zal later (maar de Taalunie is wat traag hierin) ook te downloaden zijn. Helaas worden de presentaties nog niet gedeeld op de site van de HSN. Hier staan alleen de presentaties waar ik het materiaal van heb ontvangen. Kom regelmatig terug om de aanvullingen te kunnen zien.

HSN Conferentie Onderwijs Nederlands Programma online

Inmiddels is het programma voor de 31ste HSN Conferentie Onderwijs Nederlands (24 en 25 november 2017 in Zwolle) op de website geplaatst. Ga voor de meest recente informatie naar de website van de HSN. Zie het mooie programma en bedenk welke workshops je wil bezoeken. Het worden twee leerzame dagen. Een must voor de professionele docent, die het onderwijs Nederlands nog beter wil maken. Kom naar Zwolle.
Bedankt, alle collega’s die zich al hebben ingeschreven. Er zijn nog een paar plaatsen open, je kan je nog inschrijven.

De conferentie HSN-31  beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt: basisschool, secundair onderwijs op alle niveaus (vwo, havo, (v)mbo, resp. aso, bso, kso, tso), hogeschool/universiteit en lerarenopleidingen. Wij hebben een tachtigtal presentaties / workshops kunnen plaatsen in de parallelle programmakolommen. Ik ben, samen met mijn Vlaamse collega Jordi Casteleijn, verantwoordelijk voor de kolom Innovatie en digitale geletterdheid

  • Basisonderwijs
  • Lerarenopleiding basisonderwijs
  • Taalvaardigheden 12 – 18 jaar
  • Lerarenopleiding Secundair/Voortgezet Onderwijs
  • Hoger onderwijs
  • Mbo (Bso/Tso)
  • Nederlands in een meertalige context
  • Innovatie en digitale geletterdheid
  • Taalbeschouwing
  • Leesbevordering
  • Literatuuronderwijs
  • Taal- en letterkunde

 

Internet en de verwarring van leerlingen

Digitale geletterdheid en mediawijsheid houdt ook in dat we met leerlingen praten over de waarde van informatie en ze daarover laten nadenken. Informatie is nog lang geen kennis en dat kan je vaak zien in de klas. Een voorbeeld.

Mijn leerlingen schrijven blogs over gelezen boeken. Pas geleden had een leerling uit VWO4 een recensie geschreven over Van de vos Reynaerde. De leerling was zelfstandig op zoek gegaan naar informatie en was wat in de war over wie de schrijver zou kunnen zijn. Dat zijn we allemaal omdat we dat niet zeker weten. Maar zij schreef het zo op “Dit boek heet van den vos Reynaerde en de auteur is onbekend, er zijn namelijk veel schrijvers van dit boek op internet te vinden. De auteur die het eerst verscheen was Paul Biegel en een andere auteur die gegeven wordt is “ene Willem”. Ze maakt voor het gemak maar geen keuze.

Ik ga er met haar over praten. Een goede tip is dat je altijd en zeker bij twijfel informatie dubbelcheckt. Dat betekent hier dat je onderzoekt wie die Biegel is, wat over die ‘ene Willem’ te vinden is en wat die met Reynaerde te maken hebben.
Dan is het antwoord duidelijk want zij zegt wel even later dat “dit boek is uitgegeven door Uitgeverij Taal & Teken, Leeuwarden en de eerste druk was ergens in de 13e eeuw.” Ik ben benieuwd wat ze vindt en leert na de dubbelcheck. En die Paul Biegel heeft er misschien op een andere manier wel mee te maken. En ik zal ook met haar even praten over de uitdrukking “de eerste druk was ergens in de 13e eeuw”. Er is nog veel te leren, maar dat is leuk, als het goed gaat. Het lijkt me nu al een leuk gesprek.

Docentontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start


De docent-ontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start. Lees hier meer over hier en hier.
Ik heb gisteren een Facebook-groep gestart. Dit is een besloten groep, maar wel zichtbaar voor iedereen. We gaan actief aan het werk online via Facebook en GoogleDrive en in levende lijve. Eind januari nodig ik de deelnemers uit op mijn school Helen Parkhurst in Almere voor een eerste bijeenkomst, in newspeak een kick-off meeting.
Maar de online wereld is ongeduldig. Gisterenavond was er gelijk een zeer grote hoeveelheid collega’s die lid wilde worden worden van de FB-groep. We hebben echter besloten dat we niet zo maar nieuwe leden toelaten tot de FB-groep en de Google werkomgeving. Als je toch echt-echt mee wil doen en ideeën en ervaring hebt en je per ongeluk niet hebt opgegeven is er nog een achterdeurtje. Collega’s die zich niet eerder hebben aangemeld moeten eerst een online formulier invullen, waarin ze meer informatie over zichzelf geven en laten weten wat ze willen bereiken en kunnen inbrengen.’. Dan wordt besloten of je alsnog mee kan doen. Er is dus een ballotage. Kwaliteit gaat voor. Maar goede mensen zijn van harte welkom.

Docentontwikkelgroep Schrijven van start: Geef je op!

Per 16/12/16 hebben zich 23 collega’s (1 man!) aangemeld. Het wordt een volle klas. Vandaag laatste dag voor inschrijven. Recent heb ik in een blogbericht en op de Facebookpagina’s Actief leren zonder cijfers en Leraar Nederlands een oproep gedaan om samen te werken aan het ontwerpen van een leerlijn voor schrijven, waarbij formatief toetsen/ feedback, keuzevrijheid leerlingen/ leertrajecten, verschillende manieren van afsluiten, online en offline samenwerken en integratie met onlinegeletterdheid onderdelen zijn.
Tot mijn vreugde hebben  veel mensen enthousiast gereageerd, dus we gaan van start. Ik vraag iedereen die geïnteresseerd is een kort formulier in te vullen. Klik HIER. Deze informatie deel ik dan later met jullie en op grond daarvan doe ik een voorstel voor de volgende stap. Een eerste live bijeenkomst op mijn school is bijvoorbeeld mogelijk. Ik heb er veel zin in

Update Lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’ Onlinegeletterdheid en Onderwijs2032 bij Nederlands

nonc-theo-fotos_26499174970_o

UPDATE Paul Schnabel, de voorzitter van de commissie onderwijs2032 geeft ons een compliment.
“.. een mooi plan, al is uw eigen voorbeeld natuurlijk wel meteen zeer jaloersmakend. Op het gymnasium ben ik zelf – meer dan 50 jaar geleden – ook de sporen van mijn eigen familie in de archieven gaan zoeken en een jaar of tien geleden heb ik over mijn grootvader bij gelegenheid van het afscheid van de toenmalige directeur van het Nationaal Archief een verhaal geschreven. Ik steun uw plan dus van harte en het past ook zeker bij de ideeën van Platform Onderwijs 2032 ( al is het ook weer niet zo specifiek dat het alleen daarbij zou passen, zie mijn eigen activiteit tijdens het pre-Mammoetonderwijs). Met vriendelijke groet, Paul Schnabel”

 “Iedereen heeft ze: opmerkelijke, interessante, geheimzinnige, bewonderenswaardige, rare, maar ook beruchte en omstreden familieleden. Ook jij. Sommigen ken je, of heb je gekend. Maar wat weet je eigenlijk van bloedverwanten die al lang geleden zijn overleden? Van sommigen heb je wellicht nog nooit gehoord, laat staan dat je de bijzondere belevenissen uit hun leven kent. In de lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’ wek je niet alleen een vergeten dode uit jouw eigen familiegeschiedenis weer tot leven. Je vertelt ook zijn of haar verhaal, in de vorm van een geschreven meesterproef. De beoordeling telt mee als cijfer voor het vak Nederlands.”  (deel van lesmateriaal voor de leerling)

Ik ben twee weken geleden begonnen met een lang project in VWO4, doorlopend tot februari 2017, wanneer de klas dus VWO 5 is geworden. Een tijdje geleden werd ik benaderd door Ferdi Schrooten, schrijver en zelfstandig (onderzoeks)journalist met twee decennia ervaring bij tv, print en online media in binnen- en buitenland. Hij is auteur van het non-fictieboek ‘Nonk Theo en de mijnen’. Hij wilde met me praten omdat hij een avontuurlijk onderzoek had gedaan naar een onduidelijke oom, Nonk Theo, die in de jaren ’50 was geëmigreerd naar Australië en daar rijk wilde worden met goud zoeken. Hij wist dat ik veel bezig was met onlinegeletterdheid en altijd geïnteresseerd ben in betekenisvol en uitdagend onderwijs. Hij zag veel aanknopingspunten van zijn onderzoek en mijn werk rond onlinegeletterdheid en uitdagend onderwijs voor nu. Het gesprek was heel interessant en we hebben inmiddels samen een lesmodule gemaakt waarin leerlingen zelf op zoek gaan naar interessante familieleden van lang geleden. In dit project wordt een groot beroep gedaan op de vaardigheden in onlinegeletterdheid van de leerlingen. Zoals bekend ben ik, naast lesgeven, bezig met onderzoek naar onlinegeletterdheid en het ontwikkelen van lesmateriaal samen met leraren en geef ik workshops en ondersteuning hierin. En nieuwe dingen uitproberen in je eigen klas is natuurlijk het meest leerzaam en zorgt er ook voor dat ik echte voorbeelden kan geven als ik met andere leraren werk. Ook ben ik altijd in voor voor leerlingen en mij uitdagende lesideeën. We hebben er allemaal veel zin in: Ferdi en ik, de leerlingen en de schoolleiding. Ik voer het eerst als een pilotproject uit, om te kijken wat goed gaat en wat beter kan. Daarna willen collega’s ook al mee doen. Misschien jij ook? Ik zal geregeld op mijn blog berichten hoe het verloopt.

Dit project past goed in recente ontwikkelingen in het denken, ook van de overheid, over onderwijsvernieuwingen. Zoals ik al in een eerder blogbericht schreef is de context voor het implementeren van onlinegeletterdheid bij Nederlands, en bij de andere vakken, beter geworden. ‘Verborgen Familieverleden’ is een voorbeeld van ‘betekenisvol onderwijs op maat’, zoals gepropageerd in de toekomstagenda ‘Ons onderwijs2032, onlangs gepubliceerd door Platform Onderwijs2032 onder leiding van Paul Schnabel. Binnen de lesmodule worden kennis en vaardigheden ontwikkeld door creativiteit en nieuwsgierigheid van de leerling aan te wakkeren en in te zetten. Motivatie komt voort uit leren aan de hand van ‘het echte leven’, nauw aansluitend bij het eigen ik en de eigen familie. Tevens draagt de lesmodule bij aan persoonsvorming en identiteitsontwikkeling van leerlingen, belangrijke pijlers onder het ‘toekomstgericht leren’. In al haar samenhang draagt de lesmodule bij aan Bildung, ontwikkeling en ontplooiing van leerlingen tot zelfstandige volwassenen die – om met een term uit ‘Ons onderwijs 2032’ te spreken – ‘vaardig, waardig en aardig’ zijn.

Hieronder wat meer informatie, geschreven door Ferdi Schrooten.
‘Verborgen familieverleden’ is een vernieuwend lesprogramma voor het voortgezet onderwijs. Deelnemende leerlingen halen informatie boven water over een lang geleden overleden familielid dat om wat voor reden dan ook de nieuwsgierigheid wekt. Er moet niet al te veel bekend zijn over het familielid; er moet nog wat te speuren en ontdekken zijn. Het onderzoek kan via alle denkbare bronnen: levend, papier, digitaal, online en offline. Denk daarbij onder meer aan interviews, (online) databanken en archieven. Op basis van gevonden en gewogen informatie schrijven de leerlingen uiteindelijk een meesterproef, in het Nederlands, voor het vak Nederlands. Andere vakken, zoals Geschiedenis, Maatschappijleer en CKV, kunnen bij het lesprogramma aansluiten. Dat maakt de lesmodule vakoverstijgend.
De lesmodule telt, verspreid over een aantal maanden, diverse lessen voor instructie, planning en begeleiding. Als start en als bron van inspiratie verdiepen de leerlingen zich in het boek ‘Nonk Theo en de mijnen’, van journalist en schrijver Ferdi Schrooten, een van de ontwikkelaars en begeleiders van deze lesmodule. Zijn boek beschrijft de bij tijd en wijlen gekmakende zoektocht naar sporen van een dode oom, die in Australië een even avontuurlijk als tragisch bestaan kende als pionier, kangoeroejager, geluk- en goudzoeker. In zekere zin gaan de leerlingen binnen de lesmodule op zoek naar hun eigen – ‘Nonk Theo’, maar dan in miniatuur en in hun eigen familie. De uitkomst is compleet ongewis. Dat maakt het proces spannend. Tegelijkertijd raakt het de leerlingen persoonlijk: ze wekken een bloedverwant tot leven.