Docentontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start

De docent-ontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start. Lees hier meer over hier en hier.
Ik heb gisteren een Facebook-groep gestart. Dit is een besloten groep, maar wel zichtbaar voor iedereen.  We gaan actief aan het werk online via Facebook en GoogleDrive en in levende lijve. Eind januari nodig ik de deelnemers uit op mijn school Helen Parkhurst in Almere voor een eerste bijeenkomst, in newspeak een kick-off meeting.
Maar de online wereld is ongeduldig. Gisterenavond was er gelijk een zeer grote hoeveelheid collega’s die lid wilde worden worden van de FB-groep. We hebben echter besloten dat we niet zo maar nieuwe leden toelaten tot de FB-groep en de Google werkomgeving. Als je toch echt-echt mee wil doen en ideeën en ervaring hebt en je per ongeluk niet hebt opgegeven is er nog een achterdeurtje. ‘ Collega’s die zich niet eerder hebben aangemeld moeten eerst een online formulier invullen, waarin ze meer informatie over zichzelf geven en laten weten wat ze willen bereiken en kunnen inbrengen.’. Dan wordt besloten of je alsnog mee kan doen.  Er is dus een ballotage. Kwaliteit gaat voor. Maar goede mensen zijn van harte welkom. 

 

Docentontwikkelgroep Schrijven van start: Geef je op!

Per 16/12/16 hebben zich 23 collega’s (1 man!) aangemeld. Het wordt een volle klas. Vandaag laatste dag voor inschrijven.
Recent heb ik in een blogbericht en op de Facebookpagina’s Actief leren zonder cijfers en Leraar Nederlands een oproep gedaan om samen te werken aan het ontwerpen van een leerlijn voor schrijven, waarbij formatief toetsen/ feedback, keuzevrijheid leerlingen/ leertrajecten, verschillende manieren van afsluiten, online en offline samenwerken en integratie met onlinegeletterdheid onderdelen zijn.
Tot mijn vreugde hebben  veel mensen enthousiast gereageerd, dus we gaan van start. Ik vraag iedereen die geïnteresseerd is een kort formulier in te vullen. Klik HIER.
Deze informatie deel ik dan later met jullie en op grond daarvan doe ik een voorstel voor de volgende stap. Een eerste live bijeenkomst op mijn school is bijvoorbeeld mogelijk. Ik heb er veel zin in

Leerlijn schrijven herschrijven. Het kan en moet beter.

Laten we samen aan de slag met het ontwerpen van een moderne leerlijn schrijven. Deze behoefte heb ik als leraar Nederlands en sluit ook aan bij mijn onderzoek en ontwikkelwerk rond onlinegeletterdheid.
Ik heb net een oproep via de sociale media gedaan om samen na te denken over en te gaan ontwerpen van een leerlijn schrijven. Mijn invalshoek is bovenbouw VO, maar onderbouw VO en MBO hebben natuurlijk eenzelfde probleem, denk ik.
De schoolboeken leveren niets bruikbaars, het is alleen schrijven voor een cijfer, leerlingen worden hetzelfde behandeld, nieuw mogelijkheden krijgen geen aandacht, leerlingen kunnen geen individueel traject kiezen, (zie verder beneden). Ook is schrijven tegenwoordig in in onze crossmediale informatieomgeving heel anders dan vroeger. Dit kan beter.
Ik ben heel benieuwd naar andermans ideeën en hoop op een ontwikkelgroep. Lees de oproep die ik op sociale media – met name de groepen Actief leren zonder cijfers en Leraar Nederlands op Facebook- hieronder en reageer.

Ik ben ontevreden over de leerlijn schrijven op mijn eigen school, die het niveau van een aantal opdrachten in het PTA niet overschrijdt. Ik probeer wel van alles, maar het is niet systematisch en dat wil ik wel.
Wie wil meedenken en meewerken over/ aan het ontwerpen van een leerlijn – in eerste instantie voor de bovenbouw – voor schrijven, waarbij formatief toetsen/ feedback, keuzevrijheid leerlingen/ leertrajecten, verschillende manieren van afsluiten, online en offline samenwerken en integratie met onlinegeletterdheid een onderdeel zijn. Maar ik wil niet een theoretische leerlijn, maar ook praktisch een verzameling opdrachten, didactische werkvormen, misschien een online werkomgeving (heb vroeger hiervoor wel Wikis gemaakt). Wie doet mee?

Luister de Podcast. Mijn ideeën over onlinegeletterdheid en onderwijsinnovatie.

Schermafdruk 2016-05-20 11.53.36
Don Zuiderman “In mijn 31e podcast spreek ik met Jeroen Clemens, leraar Nederlands aan het Helen Parkhurst College in Almere. Jeroen is nu vijf jaar bezig met onderzoek naar onlinegeletterdheid. Samen praten we onder andere over hoe het vak Nederlands zich zou moeten ontwikkelen om recht te doen aan het soort teksten waarmee jongeren tegenwoordig te maken krijgen.”.
We hebben ook gesproken over de verschillende strategieën voor onderwijsinnovatie en de stroperige situatie bij zowel scholen als de overheid.
Klik op de titel van dit blogbericht voor embedded Podcast

Lidmaatschap Commissie Mediawijsheid van de Raad van Cultuur. Een beslissing.

Schermafdruk 2016-05-08 17.48.17Vanaf 1 mei 2016 ben ik lid van de commissie Mediawijsheid van de Raad voor Cultuur.
De laatste tijd is er veel discussie over de te geringe invloed die leraren hebben op de ontwikkelingen in het onderwijs. En dat gevoel deel ik van harte. Maar als leraren gevraagd worden mee te denken met de overheid in officiële overheidsorganen, zie ik ook veel argwaan. René Kneyber heeft niet alleen maar lof gekregen, toen hij toetrad tot de onderwijsraad. Je zou de politieke achterkamertjes worden ingetrokken en je scherpte van denken verliezen. Het doet me denken aan de jaren ’70 waarin je, als je een oproep kreeg voor de dienstplicht, moest kiezen (1) je te laten afkeuren, (2) dienst te weigeren of (3) het leger in te gaan om ‘ het van binnenuit te veranderen’. Toen koos ik (1), nu voor (3). Waarom?Ik hou mij al een aantal jaren -naast mijn werk als leraar Nederlands- bezig met onlinegeletterdheid. Ik heb mij regelmatig uitgelaten over de babylonische spraakverwarring rond vaardigheden die te maken hadden met ons tegenwoordige leven online. En ik heb mij kritisch uitgelaten over de hele industrie die er is ontstaan rond Mediawijsheid, met coaches, afstudeerrichtingen en dergelijke en het gevaar dat het een nieuw vak gaat worden en leraren het niet meer herkennen als hun ‘core-business’. En ‘i’am to blame too’ met de introductie van de term onlinegeletterdheid, waarmee ik beter wil aansluiten bij het onderwijs in geletterdheid, met name door talenleraren. De laatste tijd ben ik pragmatischer, ik wil zorgen dat de leraren al deze nieuwerwetsheid niet meer zien als ‘niet van ons’, maar herkennen als deel van hun nieuwe curriculum. Ik ben tegenwoordig meer vriendjes met anderen, omdat ik vind dat er in het onderwijs meer structurele aandacht moet zijn voor vaardigheden en attitudes nodig om je staande te houden in de gedigitaliseerde samenleving en goed gebruik te kunnen maken van de nieuwe mogelijkheden die dit geeft.
In de uitleg van de Raad voor Cultuur staan een paar uitspraken die mij overhaalden: (1) “In 2005 heeft de raad het begrip mediawijsheid geïntroduceerd en er een advies over uitgebracht: Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap. (…) [Maar] De (media)technologie is de afgelopen tien jaar namelijk flink veranderd. Zo heeft digitalisering in veel facetten van ons leven ingegrepen, zijn opvattingen over het belang van cultuur in een digitale context veranderd en zijn mediaconsumptiepatronen gewijzigd.” Ik vind ook dat dit advies achterhaald is en we ons opnieuw moeten beraden. (2) “Het komende advies over mediawijsheid zal in het bijzonder ingaan op de kenmerken van een onderwijscultuur die rekening houdt met een gemedialiseerde samenleving en zal anderzijds ingaan op de problematiek van de hoge graad van laaggeletterdheid in Nederland.” Hier voel ik me erg door aangesproken. De huidige maatschappij vraagt van alle leerders een uitbreiding van geletterdheid. Het onderwijs moet serieus aandacht  besteden aan nieuwe vormen van geletterdheid, op alle niveaus. (3) “De Algemene Rekenkamer geeft aan dat er met name meer actie ondernomen dient te worden op het gebied van digitale vaardigheden.” Zeker. Dit advies zien we ook terugkomen in het Eindadvies Ons onderwijs2032. En daar zie ik mogelijkheden.
Als laatste een punt waar ik nog niet veel over had nagedacht: “Het Platform2032 van de commissie Schnabel heeft in januari 2016 een advies uitgebracht over het onderwijs van de toekomst. Daarin wordt bepleit om mediawijsheid te integreren in het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs. Dat gebeurt echter vanuit een beperkt perspectief: mediawijsheid bestaat voor het platform in de eerste plaats uit een set van vaardigheden die met ICT en arbeidsmarktkansen te maken hebben. De raad onderschrijft uiteraard het belang van het maximaliseren van de arbeidsmarktkansen van leerlingen, maar constateert een gebrek aan een breed en dynamisch perspectief op cultuur en cultuurparticipatie.” Dit sluit mooi aan bij de definitie van geletterdheid in Nederland, dat drie onderdelen omvat: lezen, schrijven en literaire competentie. Ik hou mij vooral met de eerste twee onderdelen bezig, maar ben ook erg geïnteresseerd in de derde invalshoek. En dan hoeft het zich niet te beperken tot boeken, maar tot de hele culturele competentie. Een mooie, nieuwe uitdaging. Zeker voor een leraar Nederlands en cultuurliefhebber. Ik ga aan de slag en hoop dat jullie nog van me houden 😉 Ik hou je op de hoogte.

It Giet Oan! Een stap verder met de ontwerpgroep onlinegeletterdheid

Schermafdruk 2015-11-15 13.39.14

Dit schooljaar ben ik vooral bezig met het ontwikkelen van de concrete praktijk van onderwijs in onlinegeletterdheid. Ik ben blij dat er veel interesse is. Belangrijk is het nu meer concreet te maken door het ontwerpen van lessen en materiaal en dit uit te proberen. We zijn sinds kort weer een stapje verder. Er start een landelijke ontwerpgroep en voor mijn onderzoek werk ik met drie proefscholen die lessen ontwerpen en uitproberen. We gaan kijken of die lessen de leerlingen beter maken in onlinegeletterdheid. Dus moeten we ook zicht op te krijgen op hun onlinegeletterdheid voor- en achteraf. Hiervoor heb ik inmiddels een testomgeving gemaakt, die is gebaseerd op het ORCA (Online Reading Comprehension Assessment) instrument van Don Leu c.s. Dit heb ik gedaan in samenwerking met slimme leerlingen als programmeurs.
Maar inmiddels zijn er ook veel leraren, remedial teachers en scholen die aan de slag willen. De uitdaging is nu om dit zo te organiseren dat we kunnen werken aan co-creatie zonder dat we vaak bij elkaar komen. Er gaan namelijk mensen meedoen uit bijvoorbeeld Heerenveen, Goes en Brugge in Vlaanderen. Leraren geven zich op via de workshops die ik hou en als reactie op een oproep die ik heb gedaan om samen te gaan werken. Ik heb voorgesteld om vooral vooral online te gaan werken via een online community en via Google Drive. Ik heb  al ervaring met deze manier van samenwerken met mijn leerlingen en heb op deze wijze ook al samen met leraren opdrachten gemaakt voor de veranderde eindexamen Nederlands.
Maar het is niet makkelijk – elk geval niet voor mij – om een goed werkende online werkgemeenschap van de grond te krijgen. Alleen informatie, voorbeelden en een manier van werken is niet genoeg. Er moet toch een combinatie komen van live bijeenkomsten en online werken. Maar mijn tijd is beperkt, lesgeven en promoveren vragen ook veel tijd en aandacht. Op de HSN conferentie van 13 en 14 november heb ik hier tijdens mijn workshop en op andere momenten over gesproken met mensen die actief aan de gang willen. Hoe kunnen we regionaal en landelijk aan de slag in een combinatie van live bijeenkomsten en online. Een van de beslissingen die we hebben genomen is dat vooroplopende mensen een aanvullende rol gaan nemen om het ontwerpen op regionaal verband te ondersteunen. Dries Krikke uit Heerenveen is de eerste die deze rol wil gaan vervullen in het Noorden. Hij wordt het rayonhoofd in het Noorden van Nederland. Daarom in de titel het enthousiaste It Giet Oan! Hij gaat met de proefschool in Leeuwarden samenwerken en probeert ook anderen uit de regio actief te krijgen en te ondersteunen. Hij zou ook bijeenkomsten in die regio kunnen organiseren. Ik ben erg blij met deze nieuwe manier van werken. Ik ga eerst kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt, maart ben nu toch al op zoek naar collega’s die een vergelijkbare rol zouden willen en kunnen spelen voor de regio’s Randstad, Oosten en Zuiden. Neem contact op voor overleg hierover. We gaan zien of dit werkt. Ik wil zelf af en toe meewerken op een regionale bijeenkomst en iemand hebben die mij kan ondersteunen het proces actief te houden in de regio. Hopelijk is dit een vorm van professioneel samenwerken die het implementeren van onlinegeletterdheid een nieuwe impuls zal geven.
Een tweede beslissing die tijdens de HSN conferentie is genomen is dat ik meer halffabrikaten wil gaan maken van lessen en materialen voor onderwijs in onlinegeletterdheid. Het blijkt toch vaak te moeilijk om met alleen losse voorbeelden en informatie bruikbaar lesmateriaal te ontwerpen. Dit wist ik al maar had niet genoeg tijd om het anders te doen. Er is toch meer steun voor nodig. We kunnen nu een stap verder doen doordat ik een afspraak voor samenwerking heb gemaakt met Maarten Sprenger. Hij is specialist kinderinformatie en zoekgedrag bij startup Wizenoze, publiceerde het boek “Slim Zoeken op internet” en ontwikkelt een doorlopende leerlijn zoekvaardigheden als onderdeel van Onlinegeletterdheid. Maarten en ik gaan een serie lesmodules maken die door leraren en scholen op maat gemaakt kunnen worden. Hierdoor denken we dat het ontwerpen en uitproberen van lessen beter van de grond zal komen. Ook zullen Maarten en ik gaan werken aan een betere online community. Hij heeft daar veel ervaring mee. Zo heeft de HSN conferentie nog veel meer opgeleverd dan een goede conferentie voor de meer dan 400 aanwezigen. Ik ben er blij mee. Onderwijs is onlinegeletterdheid giet oan!

co-create: livebijeenkomst ontwerpgroep onlinegeletterdheid

cocreateDeze post staat ook onder de tab Ontwerpgroep. Daar zullen vanaf nu de updates komen.
De eerste live bijeenkomst van de ontwerpgroep onlinegeletterdheid is op zaterdag 14 november 2015 tijdens de HSN Conferentie. Meer details volgen later. Ik stuur mail daarover aan de mensen die zich hebben aangemeld. Of laat je informeren via de Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid met maandelijks informatie over onderzoek, de ontwerpgroep en lees-, kijk- en luistertips.
Het is belangrijk dat onderwijs aandacht besteedt aan onlinegeletterdheid. Maar er is nog nauwelijks bruikbaar (les)materiaal. Leraren hebben hier veel behoefte aan. Dit blijkt onder meer in uit een survey die ik heb uitgevoerd onder leraren Nederlands. We willen en moeten niet wachten tot de uitgevers en de SLO wakker is. Dat betekent: zelf materiaal ontwikkelen.
Daarom ben ik gestart met een ontwerpgroep onlinegeletterdheid, waarin leraren Nederlands en lerarenopleiders / studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen gaan werken aan het ontwerpen van nieuw lesmateriaal en didactiek voor onlinegeletterdheid. We gaan ontwerpen, uitproberen en delen. Veel leraren hebben enthousiast gereageerd op het idee. De vragen kwamen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo in Nederland en Vlaanderen. We gaan samen bepalen hoe we het best kunnen samenwerken, online, live bijeenkomsten etc. Als je interesse hebt, geef dit dan aan via dit online formulier. Geef deze uitnodiging door aan zoveel mogelijk collega’s. Dank alvast. Het gaat mooi worden! Stel vragen als iets onduidelijk is.
Naast deze ontwikkelgroep ben ik in schooljaar 2015-16 met vier proefscholen bezig met ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van lessen onlinegeletterdheid.

Mediawijsheid en Onlinegeletterdheid meer vriendjes

onletcartoon

http://mhhsinternetsafety.weebly.com

Leerlingen hebben vaak moeite met onlinegeletterdheid: vaardigheden die te maken hebben met de complexe taaltaak van vooral lezen en schrijven online. Ik vind dat het onderwijs hier veel meer aan moet doen en daarom ben ik ook bezig met onderzoek op dit gebied. Maar een aantal jaren geleden was het moeizaam om het onderwijs hiervoor warm te krijgen.
Een van de redenen was  de Babylonische spraakverwarring met de, niet altijd even duidelijke, nieuwe terminologie: 21e eeuwse vaardigheden, digitale geletterdheid, mediawijsheid, informatievaardigheden, ICT-vaardigheden etc. Ik zag dat veel leraren (in elk geval die in het VO) de relatie met hun eigen vak niet zien, denken dat het weer een hobby van onderzoekers is en overgaan tot de orde van de dag. Om het belang van aandacht voor nieuwe taalvaardigheden online te laten aanslaan bij leraren, te beginnen bij leraren Nederlands, introduceerde ik de term onlinegeletterdheid. Een, gezien het voorafgaande, misschien een wat paradoxale stap. Een belangrijke reden om dat te doen was dat het rapport Digitale Geletterdheid van de KNAW uitkwam. De titel van dit rapport  heeft niets te maken met geletterdheid in de definitie van vaardigheid in lezen en schrijven, die mijn doelgroep daaraan geeft. Om hen ervan te overtuigen dat zij aandacht moeten besteden aan geletterdheid online en het een uitbreiding van hun vak is heb ik toen de nieuwe term onlinegeletterdheid geïntroduceerd, waarin ik geletterdheid koppel aan vaardigheid om online (op internet) goed te kunnen omgaan met nieuwe tekstsoorten, een vaardigheid die veel leerlingen niet hebben. Ik heb daarover toen ook gesproken met Kennisnet. De Podcast is hier te beluisteren.

Langzamerhand ben ik er meer van overtuigd dat ik meer moet aansluiten waar dat kan en minder verketteren. Waarom deze overgang? Patrick Koning en ik  hebben verschillende keren gesproken over waar hij (Mediawijsheid) en ik (onlinegeletterdheid) mee bezig waren. Zijn boek Mediawijsheid laat veel leraren, met name op het MBO, meer nadenken over vaardigheden die nodig zijn om competent te zijn online. Het werd ons duidelijk dat leraren Nederlands op het MBO, die vaak wel het boek lazen, voor hun vak niet goed handen en voeten kunnen geven aan eerste aanzetten die in zijn boek  staan, i.c. onlinegeletterdheid. Om te onderzoeken of het koppelen van mijn perspectief van onlinegeletterdheid en zijn veel ruimere perspectief van Mediawijsheid de leraren zou helpen, hebben wij vorige week een gezamenlijke workshop gegeven. De groep aanwezigen bestond uit leraren Nederlands en taalcoaches op het Willem I College. Die ingang was een groot succes. Zie Patricks blog hierover. We willen deze samenwerking meer uitbouwen.
Ik denk nog steeds dat voor leraren al die verschillende termen nog steeds verwarrend zijn, maar ik ben er nou meer van overtuigd dat ik veel meer moet verbinden en minder verketteren. Voortschrijdend inzicht op latere leeftijd zullen we meer zeggen. Gelukkig is de aandacht voor onlinegeletterdheid in het algemeen tegenwoordig groot. Het besef dat we aan het werk moeten is groot en daar ben ik blij mee.

De excellente leerling en de verbetering van onderwijs: kijk om je heen

UPDATE 12-03-15  (oorspronkelijke blog 16 juni 2014)
Herhaalde oproep: ik wil graag meer mooie voorbeelden van het inzetten van excellente leerlingen op school laten zien. Vertel erover in een commentaar op deze blog of stuur mij die toe. We hebben veel in huis, maar moeten dan wel zien en gebruiken.

Er wordt de laatste tijd veel gepraat over excellente leerlingen en over meer uitdaging in het onderwijs. Dat gebeurt meestal op de top-down manier en nogal neerbuigend voor de leerlingen. En de training- en adviesbureaus – die zelf meestal helemaal niet excellent zijn – spelen daar gelijk op in. U weet niet hoe het moet en ik train u in het excellenter worden. De school moet een excellente school worden en je krijgt er een prijs voor.Ik zou zeggen: kijk gewoon om je heen en waag eens wat. Er zijn genoeg leerlingen die heel erg goed in iets zijn en dat heel graag willen laten zien. En als ze dat mogen doen zijn ze gemotiveerd ( en dat waren ze toch niet ?), het leren is betekenisvol ( en dat kan je weer in je folder zetten en daarmee ouders overtuigen), je lost er soms problemen mee op, de school wordt beter en het onderwijs is zoveel leuker. Ik zeg: betrek de leerlingen nog meer, maak nog meer gebruik van de kwaliteiten van de leerlingen om het onderwijs echt beter te maken.
Er zijn voorbeelden van docenten en scholen die dit ook vinden en mooie dingen doen. Ik zal hier meer voorbeelden gaan verzamelen en noem er nu drie, waarvan twee van mezelf (is geen hybris, maar ik heb nog niet goed genoeg gezocht naar de andere, die zeker zullen komen 😉 )
1. Ik noem er nu een van Frans Droog, die leerlingen vaak heel erg uitdaagt, zie zijn weblog: een voorbeeld.
2. Ook ik heb soms het geluk op tijd bij zinnen te komen en de pareltjes te laten schijnen [stilistisch slechte, maar verder adequate beeldspraak]. Het eerste voorbeeld van mijzelf is al uit 2009, waarbij een leerling de technische directeur was van alles wat ik deed ( en later veel collega’s ook) met bloggen in de klas.
3. Zoals veel van mijn lezertjes weten, doe ik – naast lesgeven – promotieonderzoek naar online geletterdheid. In de derde fase van mijn onderzoek ga ik schooljaar 2014-15 een pilot doen met de sectie Nederlands van het onvolprezen Vathorst-college in Amersfoort. De inspirerende rector, Elly Loman, heeft mij uitgenodigd en geeft mij de gelegenheid dingen te ontwerpen en uit te proberen samen met de sectie Nederlands.
Ik heb hiervoor een testomgeving nodig om te kijken in hoeverre de vaardigheid online geletterdheid van de leerlingen vooruit gaat door de lessen die we gaan geven. Die bestaat nog niet in Nederland. Ik heb de beschikking gekregen over een deel van de ORCA testomgeving (online Reading Comprehension) van Dr. Leu en zijn collega’s uit de USA, en moet een Nederlandse versie maken. Hiervoor had ik een programmeur / ontwerper nodig, maar daarvoor geen budget. Maar ik heb ook slimme leerlingen, die wel een uitdaging willen. Drie leerlingen uit 4VWO gaan de klus klaren en worden daarvoor ‘betaald’ binnen het curriculum  binnen het vak O&O binnen de Technasium-afdeling en ze maken er een Profielwerkstuk van. De deadline PWS is pas in de 6VWO, maar uitdagen mag al in de vierde. Gewoon jaartje eerder klaar. Afdelingsleider akkoord en wij blij. Dit voor nu. Update: de Beta-versie is klaar. De programmeurs / leerlingen hebben prachtig werk geleverd. De test is bij een aantal klassen afgenomen en we breiden de testomgeving nu zo uit dat de test gedeeltelijk automatisch kan worden nagekeken en dat de testomgeving leert de de meer open vragen ook semi-automatisch te kunnen nakijken. Een nieuwe uitdaging. Daarna maken we de de echte versie 1.

Oproep: ik wil graag meer mooie voorbeelden van het inzetten van excellente leerlingen op school laten zien. Vertel erover in een commentaar op deze blog of stuur mij die toe. We hebben veel in huis, maar moeten dan wel zien en gebruiken.