Eerste reactie SLO boekje Digitale geletterdheid en 21e-eeuwse-vaardigheden

De SLO heeft net een concept boekje geschreven over Digitale geletterdheid en 21-eeuwse vaardigheden.
Omdat ik bezig ben met promotieonderzoek op het gebied van online geletterdheid / online tekstbegrip voelde ik de behoefte hier kort op te reageren, omdat volgens mij de kant van online geletterdheid als een uitbreiding van de vaardigheid lezen en schrijven teveel buiten beeld blijft. Om leraren erbij te betrekken is het van groot belang om de samenhang met wat ze al zien als vakinhoud te benadrukken. In mijn geval is dat door te stellen dat voor het begrijpen van begrijpen van online teksten  – online geletterdheid  – additionele vaardigheden nodig zijn. Online geletterdheid is dus een uitbreiding van de traditionele definitie van geletterdheid / lees- en schrijfvaardigheid. En ik spreek hierbij in elk geval de leraren Nederlands aan. Zoals al eerder gezegd lijkt dit aan te slaan omdat de interesse uit het veld groot is.
Ik citeer mijn reactie [er zijn een paar typo's uitgehaald] en ik ben mij ervan bewust dat dit gezien kan worden als een schreeuw om aandacht voor mijzelf. Dat is niet de bedoeling. De SLO is er voor het onderwijs en ik vind dat het boekje voor het onderwijs nog te weinig biedt. Later ga ik er hier nog wat dieper op in.

Met interesse heb ik jullie conceptboekje gelezen over digitale geletterdheid en 21e-eeuwse vaardigheden. Zoals je weet ben ik bij Joke Voogt bezig met promotieonderzoek naar online geletterdheid. Daarbij constateer ik dat het feit dat geletterdheid in de zin van lezen en schrijven nu zoveel is veranderd dat er een nieuwe definitie aan moet worden gegeven en vooral dat het onderwijs in geletterdheid flink moet veranderen. Er is veel bewijs dat veel leerlingen niet meer goed in staat zijn online teksten te begrijpen, omdat daar additionele vaardigheden voor nodig zijn, die niet worden onderwezen en omdat andere vaardigheden en strategieën veel belangrijker zijn geworden ( zoals de door jullie genoemde kritische vaardigheden).
Jullie constateren terecht dat er veel termen worden gebruikt voor nieuwe of meer belangrijk geworden kennis en vaardigheden (en houding). In het onderwijs zie ik een terminologische verwarring.  En ik mis iets: Bij informatievaardigheden wordt leesvaardigheid als een voorwaardelijke vaardigheid gezien ( maar daarbij wordt uitgegaan van een traditioneel, niet meer passend beeld van leesvaardigheid / geletterdheid), en de KNAW lijkt vooral de ict-vaardigheid te benadrukken. De termen zoals jullie die bespreken in jullie rapport haken ook niet aan bij de leerkrachten en ( ik kijk even naar mijn school) nopen geheel niet tot integratie of uitbreiding van de eigen eindtermen van het vak, in mijn geval Nederlands. Ik schrijf hier ook over op mijn edublog zie bijv. http://bit.ly/1gFQ3Rl. Leraren hebben wel veel behoefte aan ondersteuning. Ik heb net een landelijke survey gehouden onder leraren Nederlands en zij hebben veel behoefte aan professionalisering maar niet aan nieuwe vakken (zie mijn artikel in Levende Talen Magazine: zie verderop). Ik zie de vaardigheid online teksten te begrijpen en te gebruiken dan ook als een uitbreiding van de definitie, in mijn geval van geletterdheid en de noodzaak meer nadruk te geven aan bepaalde vaardigheden in nieuwe digitale omgevingen. De school moet aan de slag. Ik kies hierbij pragmatisch om bij het vak Nederlands te beginnen en daar online teksten en bijbehorende vaardigheden te introduceren.
Ik heb daar net een artikel over gepubliceerd in Levende Talen Magazine.  Hierin zeg ik dat geletterdheid een andere inhoud heeft, online teksten fundamenteel anders zijn, leerlingen niet altijd goed zijn in die nieuwe vaardigheden en er nieuwe vaardigheden moeten worden onderwezen. Dit heeft ook consequenties voor het curriculum en de examens ( die nogal leidend zijn in ons land). In het oktobernummer van Van 12 tot 18 komt nog een artikel van mij hierover en in het septembernummer van Vives staat een interview met mij. De interesse uit het veld is groot van scholen tot uitgevers, van het CITO tot de (Vlaamse) lerarenopleidingen. Een uitgever heeft mij uitgenodigd om het auteursteam Nederlands te komen ondersteunen en mee te schrijven. De interesse is er nog niet van de SLO, ondanks het feit dat Jan vd Akker wel een keer tijdens een gesprekje zijn interesse toonde. Ik vind dat deze andere kijk op digitale geletterdheid niet genoeg in beeld is, ook niet in jullie verder mooie overzicht en dat daardoor de aansluiting bij het onderwijs minder goed plaatsvindt. Het gaat om het aansluiten van het onderwijs op de moderne tijd en dit is er een aspect van.
Groet,

Online Geletterdheid is hot ! Een overzicht

Update 21/06/14.
Online tekstbegrip is hot! Het heeft lang geduurd, maar de interesse voor online tekstbegrip is nu nu echt serieus te noemen. Toen ik eind 2011 begon met mijn onderzoek, kreeg ik of blanco gezichten of reacties als ‘ maar dat is toch hetzelfde als 21st century skills en daar weet ik al veel van”. Er komen steeds meer aanvragen om iets te komen doen. Het varieert van uitnodigingen om te komen praten, presentaties te komen geven of artikelen te schrijven. Hier komen steeds updates.

Recente aanvragen en contacten

  • Januari 2015 Workshop op aanvraag op  de Good Practice Day Talen van de ICLON, universitaire lerarenopleiding in Leiden over online geletterdheid en de toepassing daarvan in het voortgezet onderwijs.
  • Schooljaar 2014-15 Ga 40 uur sectie Nederlands van Vathorstcollege te Amersfoort ondersteunen om aan de slag te gaan met online tekstbegrip. Combineer dat met mijn promotieonderzoek. Wordt een pilot waarin nieuwe teksten en didactiek gericht op online geletterdheid wordt ontwikkeld en geïmplementeerd. Vathorst is heel innovatief bezig met onderwijs.
  • 15 en 22 Oktober 2014 studiewerkmiddag in Hasselt, Vlaanderen. Verzoek geaccepteerd van de NDN (Netwerk Didactiek Nederlands ) om twee keer een studienamiddag aan te bieden over online geletterdheid in Hasselt en Gent. Doelpubliek: lerarenopleiders en leraren secundair onderwijs. Vlaanderen komt in beeld.
  • 19 september Workhop op de studiedag Programma studiedag Mbo van deTaalacademie
  • Vanaf 1/8/14  De uitgever Nederlands van Malmberg wil ook aandacht geven aan online geletterdheid en heeft mij gevraagd een rol te spelen in de implementatie daarvan bij onder- en bovenbouw Nederlands.De uitgever is bezig met een heel innovatief concept voor leermiddelen en leerarrangementen voor het vak Nederlands. Het schoolboek ver voorbij. Dit zie ik als een uitdaging, dus ik ga een halve dag per week daarmee aan de gang.
  • November 2014: HSN conferentie in Brugge. Ik ben kolomleider Innovatie en geef een workshop over online geletterdheid

Scholen: onderzoek en ondersteuning

  • Schooljaar 2014-15 Ga 40 uur sectie Nederlands van Vathorstcollege te Amersfoort ondersteunen om aan de slag te gaan met online tekstbegrip. Combineer dat met mijn promotieonderzoek. Wordt een pilot waarin nieuwe teksten en didactiek gericht op online geletterdheid wordt ontwikkeld en geïmplementeerd. Vathorst is heel innovatief bezig met onderwijs.
  • Ik heb overleg gehad met twee  scholen die interesse heeft om aan de slag te gaan met het ontwikkelen van didactiek en materialen op het gebied van online geletterdheid.
  • Aanvraag NRO: Mijn eigen school Helen Parkhurst en een partnerschool uit Almere, Echnaton, willen deelnemen aan ontwerpen in Docentontwikkelteams. Hiervoor is aanvraag ingediend bij de NRO. Update: deze aanvraag is afgewezen.

Conferenties, symposia, workshops en studiewerkmiddagen

  • Januari 2015 Workhop op uitnodiging in januari 2015 op  de Good Practice Day Talen van de ICLON, universitaire lerarenopleiding in Leiden over online geletterdheid en de toepassing daarvan in het voortgezet onderwijs. Geaccepteerd
  • 15 oktober 2014 netwerkmiddag in Hasselt Vlaanderen. Verzoek geaccepteerd van de NDN (Netwerk Didactiek Nederlands ) om een studienamiddag aan te bieden over online geletterdheid in Hasselt  Doelpubliek: lerarenopleiders en leraren secundair onderwijs. Vlaanderen komt in beeld.
  • 4 juni 14 Op de conferentie Weten wat werkt met ict in het onderwijs van Kennisnet ben ik online geïnterviewd over de combinatie lesgeven en onderzoek doen: wat schiet het onderwijs daar mee op.
  • 6-9 augustus 2013 Op de European Reading Conference in Jönköping heb ik in een ‘invited workshop’ gegeven. De baanbrekende onderzoeker op het gebied van online tekstbegrip, Donald Leu, was daar key-note speaker.
  • 21 november 2013 Het MBO college Rijn-IJssel organiseerde een mini-symposium  Taal en Rekenen. Daar heb ik, op uitnodiging,  een workshop gehouden.
  • Het Netwerk Didactiek Nederlands, de Vlaamse vereniging voor lerarenopleiders, heeft op haar website informatie gegeven over mijn promotieonderzoek, leraren opgeroepen mee te doen aan mijn vragenlijst en verzocht voor hun vereniging een artikel te schrijven.
  • 10 en 11 maart 2014  presentatie op het congres van de lerarenvereniging VELON  binnen een symposium ‘ICT en geletterdheid: Nieuwe uitdagingen voor het vak Nederlands?’
  • Op de tweedaagse conferentie HSN 25 (Den Haag) conferenties van 2011 was ik (samen met Amber Walraven) de key-note speaker,
  • Op de tweedaagse conferentie HSN26 (Brugge) in 2012 heb ik een workshop gegeven over Online Tekstbegrip
  • Op tweedaagse conferentie  HSN 2013 ( Utrecht) 29 en 30 november was ik, op verzoek, kolomleider en zaalvoorzitter Nieuwe Media en heb ik een workshop gegeven met veel deelnemers
  • Op de tweedaagse conferentie HSN 2014 ( Brugge) kolomleider Innovatie en workshop over online geletterdheid
  • 11 december 2013 een gastcollega gegeven op de lerarenopleiding van de Univerity Tilburg
  • Lopend. Aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt door dr. H. Hacquebord, hoofddocent Toegepaste Taalwetenschap, het onderwerp online tekstbegrip met nadruk onder de aandacht gebracht van Masterstudenten die een scriptieonderwerp zoeken.

Uitgevers, instellingen en bedrijven

  • 2014-15 Halve dag coachen en ontwikkelen. De uitgever Malmberg is bezig met een heel innovatief concept voor leermiddelen voor het vak Nederlands. Het schoolboek ver voorbij. De uitgever wil ook aandacht geven aan online geletterdheid en heeft mij gevraagd een rol te spelen in de implementatie daarvan in hun nieuwe leermidddelen voor onder- en bovenbouw Nederlands. Dit zie ik als een uitdaging, dus ik ga een halve dag per week daarmee aan de gang.
  • Op 13 januari 2014 heb ik op uitnodiging een presentatie gegeven bij het VO-team van het CITO
  • Lopend: Er is een overleg over samenwerking met Diataal, waarbij het ontwikkelen van online tekstbegripstoetsen het doel is.

 

 

Artikel LTM “Het nieuwe lezen, anders bekeken. Een belangrijke uitdaging voor de talenleraren”

Deze week is mijn artikel over Online tekstbegrip en online geletterdheid verschenen in Levende Talen Magazine. LTM is een vakblad voor talenleraren. De titel is Het nieuwe lezen, anders bekeken.  Een belangrijke uitdaging voor de taalleraren.
De lead zegt wat ik duidelijk wil maken:  De meeste van onze leerlingen zijn vrijwel constant online. Online communiceren gaat snel en via steeds weer nieuwe digitale middelen. Leerlingen hebben daar zo te zien geen enkel probleem mee. Deze kinderen hoeven niets meer te leren, zeker niet van de digital immigrants, die wij als oudere leraar zijn. Zij zijn verder en beter dan wij… Deze gedachtengang is voor een groot deel een misverstand, waar we als leraren talen snel vanaf moeten. Er is een nieuwe uitdagende opdracht en leraren zijn daar heel belangrijk bij.
Voor diegenen die onverhoopt geen lid zijn van Levende Talen hier het LTM artikel mei 2014
Ik hoop op veel reacties.

Online geletterdheid: weten waar we over praten

Deze post verschijnt ook op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs
Nieuwe vormen van communicatie online vragen een nieuwe vorm van geletterdheid. Over de vraag wat dat precies is, vindt een hevige discussie plaats. We weten al genoeg om te kunnen constateren dat het gebruiken van informatie online nieuwe vaardigheden vraagt, dat leerlingen hier niet altijd goed in zijn en dat er nieuwe didactiek en materiaal nodig is om in het onderwijs hier aandacht aan te kunnen besteden. Dit is onderwerp van mijn promotieonderzoek.
Ik krijg vanwege mijn onderzoek naar online tekstbegrip regelmatig scholen aan de lijn die willen praten over hoe zij aandacht zouden kunnen besteden aan het begrijpen en gebruiken van online informatie. Ook anderen willen hierover in gesprek (CITO, lerarenopleidingen, uitgevers etc). De ‘sense of urgency’begint te komen, het is hot.
In de gesprekken zie ik dat er veel verwarring is. Een belangrijke reden daarvoor is dat er een Babylonische spraakverwarring is rond werken met internet en online informatie.  Hier sprak ik al over in oktober 2011 (!)  “Come, let us go down and confound their speech”. Maar het is de afgelopen jaren niet beter geworden. Een onduidelijke terminologie zit innovatie van onderwijs in de weg, is mijn stellige overtuiging. Ik praat vooral met talendocenten. Ik ben er zelf ook een.

Een van de beletselen om als (talen)docent na te denken over een uitbreiden van het curriculum is de onduidelijke definitie en verwarrende terminologiie. Het gaat om termen als: 21st century skills, digitale geletterdheid, ict-vaardigheden, mediavaardigheden en –wijsheid, informatievaardigheden, online tekstbegrip, het nieuwe lezen en nog veel meer. In de Engelstalige literatuur wordt de term literacy (geletterdheid) veel gebruikt, maar die term is verworden tot een synoniem van vaardigheid en dus slecht bruikbaar geworden (Belshaw, 2011). Een rapport van de KNAW (KNAW, 2012) heeft als titel Digitale Geletterdheid, maar die term wordt daar gebruikt als synoniem voor ICT-vaardigheid, waar docenten informatica mee aan de slag kunnen. De term Informatievaardigheden wordt ook veel gebruikt (Brand-Gruwel, S., & Walhout, J., 2010).

Ik pleit voor de termen Online Geletterdheid en Online Tekstbegrip. Ik leg uit waarom. In gesprekken met (talen)docenten probeer ik consequent te blijven in mijn terminologie en aan te sluiten bij termen waar zij aan gewend zijn. In het talenonderwijs is de term geletterdheid bekend en dit is opgenomen in domeinen van het vak. Deze term omvat drie competenties: Lezen, Schrijven en Literaire competentie. Ik wil mij hier richten op de taalvaardigheidscomponenten, dus lezen en schrijven. Geletterdheid is een psycholinguistisch proces dat verschillende fasen omvat. Talendocenten hanteren als zij hierover praten meestal de hoofdfasen Verwerven, Verwerken en Verstrekken. Binnen deze fasen worden verschillende vormen van taalkennis, taalvaardigheden en -strategieën opgenomen. In de eerste twee fasen gaat het vooral over leesvaardigheid / tekstbegrip en de laatste fase betreft online schrijven, met onderliggende taalkennis, deelvaardigheden en strategieën.

Het lezen en schrijven vindt tegenwoordig vooral via internet plaats, online dus. Voor het goed kunnen lezen en schrijven online wil ik dan ook de term Online Geletterdheid hanteren, het (kunnen) lezen en schrijven online. Simple as that. Dit betekent een uitbreiding van de term en het domein dat wordt gehanteerd in talenonderwijs. Het is ook een duidelijk standpunt dat online geletterdheid bij talenonderwijs hoort en geen nieuw vak is, zoals informatievaardigheden of digitale geletterdheid, zoals gedefinieerd door de KNAW.  Bovengenoemde fasen komen overeen met wat in Engelstalig onderzoek Online Reading Comprehension wordt genoemd of de laatste jaren steeds vaker wel New Literacies ( Leu, 2013; OECD, 2011 ), en ook met de fasen die worden gehanteerd in de publikaties over informatievaardigheden.
Binnen online geletterdheid horen dan Online Tekstbegrip ( het begrijpen van online informatie) en Online Schrijfvaardigheid ( het communiceren via internet en digitale tools).

Ik gebruik de term online en niet digitaal. Het feit dat een tekst digitaal is niet zo belangrijk. Als een artikel integraal als PDF online wordt gezet is het niet veel anders dan de papieren variant en zijn de vaardigheden die je daarvoor nodig hebt ook vrijwel hetzelfde. Dit geldt ook voor e-boeken, meestal een exacte digitale kopie van een papieren boek. Wat ervoor zorgt dat online geletterdheid anders is, en dus een uitbreiding van het traditionele definitie van geletterdheid en tekstbegrip is dat veel online teksten helemaal niet lijken op papieren teksten. Het zijn nieuwe tekstsoorten met hun eigen, afwijkende kenmerken ( zie ook artikel in Levende Talen te verschijnen in het april/ meinummer). Voor die nieuwe tekstsoorten zijn nieuwe vaardigheden nodig. En die nieuwe vaardigheden vragen innovatie van het huidige onderwijs.

Ik hoop dat door iets preciezer te zijn met terminologie de discussie over wat we moeten doen makkelijker zal verlopen. We kunnen het dan sneller hebben om waar het om gaat, nieuwe vormen van taalvaardigheid onderwijzen. Daar hebben leerlingen in de huidige digitale netwerkmaatschappij recht op.

Brand-Gruwel, S., & Walhout, J. (2010). Informatievaardigheden voor leraren. Open Universiteit.
KNAW. (2012). Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs (pp. 1–44). Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Leu, D. J., Kinzer, C., Coiro, J., Castek, J., & Henry, L. A. (2013). New Literacies: A Dual-Level Theory of the Changing Nature of Literacy, Instruction, and Assessment. In N. J. Unrau, N. Unrau, D. Alvermann, & R. B. Ruddell (Eds.), Theoretical Models and Processes of Reading (6 ed., pp. 1150–1181). International Reading Association. doi:10.1598/0710.42
OECD. (2011). PISA 2009 Results: Students On Line (Vol. VI, p. 395). OECD Publishing. doi:10.1787/9789264112995-en

Dataverzameling Online Tekstbegrip beëindigd

Op 8 december is de dataverzameling voor de survey over online tekstbegrip beëindigd en de vragenlijst gesloten. De survey maakte gebruik van een online vragenlijst en is gericht op docenten Nederlands. Deze survey is een onderdeel van mijn promotieonderzoek dat is gericht op online tekstbegrip als een nieuwe uitdaging voor het onderwijs. Eerdere berichten over mijn promotieonderzoek en over de survey vind je hier.
Er zijn 307 docenten Nederlands gestart met het beantwoorden en 281 hebben de vragenlijst volledig ingevuld. Hartelijk dank voor de moeite die jullie hebben gedaan.
Ik ga nu de gegevens analyseren en daar conclusies uit trekken. Op gezette tijden zal ik hier, op mijn edublog, wat opvallende zaken bespreken en hopelijk ook daarover in discussie gaan met jullie.

 

Vragenlijst Online Tekstbegrip online en actief

Vragenlijst gesloten op 9/12/13  Respons 307 begonnen en 281 volledig ingevulde vragenlijsten.
Update 18/11/13:  Docenten Nederlands
kunnen nu rechtstreeks naar de vragenlijst gaan via deze link.
Veel interesse voor workshop Online Tekstbegrip op HSN27 . Daarom blijft de vragenlijst nog tot het eind van deze week open. Sluiting: zondag 8 december
De omweg via het invullen van een formuliertje en daarna vanuit SurveyMonkey als verzendadres niet meer nodig. Heb gemerkt dat sommige instellingen / scholen mail van SurveyMonkey blokkeren, omdat het begint met info@.. Dat scheelt weer antwoorden. Jammer. Dus dan is de directe link beter. Het onderwerp staat  inmiddels sterk in de aandacht. Het is hot!
Op maandag 4/11/13, om 18.00, is de vragenlijst Online Tekstbegrip online gezet. De docenten Nederlands die zich hadden aangemeld via een formulier online hebben op 4/11 een persoonlijke uitnodiging gekregen de vragenlijst in te vullen. Spontaan melden zich nog collega’s aan. Dank daarvoor.
Deze vragenlijst is een onderdeel van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip. Zie mijn berichten over mijn onderzoek en over de vragenlijst voor verdere details. Ik ben erg benieuwd naar de resultaten.

 

Onderzoek Online Tekstbegrip: Stand van zaken en oproep docenten Nederlands

Vragenlijst online tekstbegrip gaat online per 4 november.
Mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip gaat naar de volgende fase. Ik ga nu mijn collega’s in den lande, docenten Nederlands bevragen: waarom gebeurt er niets, wat vind je  en wat kunnen we  doen. Voor verdere details zie de andere blogberichten over mijn promotieonderzoek. Antwoorden op veel gestelde vragen staan hier.
In het voorjaar hebben 85 docenten Nederlands meegedaan aan een pilot-onderzoek over Online Tekstbegrip door een vragenlijst in te vullen. Op 4 november gaat de uiteindelijke versie online. Ik vraag zoveel mogelijk  docenten Nederlands in het VO om mee te doen aan dit onderzoek. Je kan vanaf 18/11/13 rechtstreeks de vragenlijst invullen  Vul dit korte aanmeldingsformulier in als je nog niet mee hebt gedaan aan het pilot-onderzoek. Je krijgt na de herfstvakantie een persoonlijke uitnodiging met een link naar de vragenlijst. Hier staat een promotekstje die je aan collega’s kan geven. Als je al mee hebt gedaan, hoef je niets te doen, want dan sta je al op een lijst.
Hopelijk willen alle geliefde lezers van mijn blog mij helpen door, ook als je zelf geen docent Nederlands bent, zoveel mogelijk collega’s uit te nodigen mee te doen aan dit onderzoek. Een groep van 500 enthousiaste collega’s vinden moet toch kunnen ? Het komt het onderwijs ten goede, denk ik, als we online tekstbegrip in ons curriculum opnemen. Ik heb er veel vertrouwen in dat jullie en veel van jullie collega’s mee willen doen. Komende week zal ik nog wat eerste impressies van de pilotafname op mijn weblog met jullie delen.

Onderzoeksobject om input vragen: Slim of Stom?

[update 25/10/13] Het doet niet toe of het slim of stom was. Een vraag op deze wijze stellen levert niets op. Weer iets geleerd.
In het kader van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip komt na de herfstvakantie Noord-Midden, op 1 november, een online vragenlijst online voor docenten Nederlands. Zie de oproep. De score is bijna 300 op 25/10/13.  Ik heb in het voorjaar een pilot survey gedaan en daar veel van geleerd. Ik de nieuwe versie van de vragenlijst bijna klaar. Nu vroeg ik mij af:  Waarom kan je niet vooraf de doelgroep, die ook het onderzoeksobject is, vragen wat zij zouden willen weten om te kunnen bepalen waarom wij/zij nog niets doen aan online tekstbegrip en wat we zouden kunnen doen om online tekstbegrip een serieuze plaats binnen het curriculum te laten krijgen. [Rustig lezen, de zin loopt goed. Tekstbegrip ;-) Ik heb het ze dus zelf gevraagd. Het onderzoeksobject heeft invloed op het onderzoek waar ze later aan deelneemt. Is dit slim of is dit stom?
Hieronder staat de mail die de docenten die al aan hebben gegeven deel te willen nemen net hebben gekregen. Continue reading

European Conference on Reading 2013 Presentations & Keynotes

I’m the representative of the Netherlands at the IDEC, International Development of Europe Committee of the International Reading Association, IRA.
Every second year the IDEC organises a European Reading Conference. The 18th European Conference on Reading was held in Jönköping, Sweden, August 6-9, 2013 and was a success. More than 300 participants, almost 170 presentations and workshops.The weather was great and so was Jönköping. I had a workshop there too.
I’m also the webmaster of the IDEC website. Look at the website to see the programme of the conference and the presentations, workshops and posters available online.

Ideeën voor onderwijsonderzoek

Dick van der Wateren plaatste de volgende oproep op de blog van het Blogcollectief OnderwijsOnderzoek.
Als een van de deelnemers aan dit blogcollectief neem ik deze oproep hier over op mijn eigen EduBlog, zodat de verspreiding misschien nog groter is.

Oproep tot het aandragen van ideeën voor onderwijsonderzoek

NRO-logoIn de zomer van 2012 heeft het ministerie van OCW besloten tot de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is ingesteld om de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs te verkleinen. Vanaf 2014 zal het NRO onderzoek naar onderwijs laten uitvoeren. Dit zal deels gebeuren door onderzoeksteams waarin scholen en wetenschappers samenwerken.

Voor de invulling van het onderzoek is het van belang de juiste thema’s vast te stellen. Essentieel criterium is dat de thema’s relevantie hebben voor de onderwijspraktijk: de onderzoeksresultaten moeten bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Het NRO hoort graag van onderzoekers en van professionals uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid welke thema’s volgens hen de komende jaren op de agenda moeten staan. U kunt uw ideeën aan de hand van onderstaande vragen tot 15 mei 2013 opsturen naar info@nro.nl.

  1. Beschrijf het thema en het (theoretische, beleidsmatige en/of onderwijspraktijkgerichte) kader waarin dit beschouwd moet worden.
  2. Beschrijf de relevantie van het thema: waarom moet de komende jaren juist naar dit thema onderzoek gedaan worden en voor welke onderwijssector(en) is het (vooral) relevant.
  3. Beschrijf welke partijen (uit onderzoek, praktijk en/of beleid) bij het onderzoek betrokken moeten worden.

Het NRO streeft ernaar alle binnengekomen ideeën deze zomer te inventariseren. Via de website http://www.nro.nl en met een emailbericht aan alle inzenders maakt de Stuurgroep van het NRO na de zomer bekend welke thema’s gekozen zijn voor een eerste onderzoeksprogramma. Naar verwachting kunnen in het najaar bij het NRO subsidieaanvragen worden ingediend voor dit onderzoeksprogramma.

Missie

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) coördineert de programmering en financiering van onderzoek naar onderwijs.
Het bevordert de wisselwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid en de toepassing van onderzoeksresultaten.
Zo draagt het NRO bij aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs.

www.nro.nl

Vragen over deze oproep kunt u sturen naar: info@nro.nl
http://onderzoekonderwijs.net/2013/04/11/ideeen-voor-onderwijsonderzoek/