Call for Project ideas for 2017: Skills are Key!

Een oproep vanuit mijn Europese netwerk. Ik deel dit even met jullie. Mooie mogelijkheden een Europees project van de grond te krijgen. For whom it concerns. Groet.

Call for Project ideas for 2017: Skills are Key!
Dear Madam,
Dear Sir,Do you have a great idea for an innovative European Project on tackling skills challenges? Does it align with the priorities of the New Skills Agenda for Europe?
Whether it is in higher education, school or vocational education and training, adult education, youth or sports, get ready to set up your European project proposal and benefit from EU funding. Skills will be key in 2017!Pin down Thursday 8 and Friday 9 December 2016 in your agenda! You will get a unique insight in the Commission’s new priority on skills in the 2017 Erasmus+ and Horizon 2020 programme and meet European partners for your project idea.Find European partners for your next project on tackling skills challenge
During a project development workshop on Friday 9 December from 9.00 am to 3.30 pm, you can meet potential partners and compose your European consortium for the following upcoming calls for proposals in the field of skills:
Erasmus+ Key Action 2: Strategic Partnerships
Erasmus+ Key Action 3: Policy reforms
Horizon 2020: SwafS-11-2017 Science education outside the classroom or any other Horizon 2020 call related to skills
Or any other call from another programme that fits into the topic “Tackling skills challenges”.

How does it work?
Do you want to submit a proposal as a project leader? Please fill out the form by 16/09/2016. This form should only be completed by potential project promoters who have a clear project idea and who are willing to act as a project leader in one of the three EU-funding calls.

By the end of September 2016, we will distribute your project idea* among potential partners. Interested partners will be able to sign up for the project development workshop until 21/10/2016. An e-confirmation of participation will be sent in the last week of October.

To warm up, you can participate on Thursday 8 December in an afternoon seminar. During the evening network cocktail you will have the opportunity to exchange your views with experts on education and policy officers of the European Commission.

This event is a co-organisation of the Representation of the State of Baden-Württemberg to the EUEARLALLÎle-de-France Europethe Liaison agency Flanders-Europe (vleva), the Lifelong Learning Platform and the West-Finland European Office. Both events take place at vleva, Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels.

Get ideas for your project!
“Skills are a pathway to employability and prosperity. With the right skills, people are equipped for good-quality jobs and can fulfil their potential as confident, active citizens. In a fast-changing global economy, skills will to a great extent determine competitiveness and the capacity to drive innovation. They are a pull factor for investment and a catalyst in the virtuous circle of job creation and growth. They are key to social cohesion.”
Read more in the Commission’s Communication A new Skills Agenda for Europe.Priority competences:
  • Relevant and high quality competences: key competences – including basic, transversal, entrepreneurial and digital skills.
  • Social, civic, intercultural competences, media literacy and critical thinking.
Priority actions:
  • Better quality and relevance of skills.
  • Tools for the assessment of competences.
  • Effective and innovative teaching and assessment,
  • Open and innovative methods and pedagogies, in a digital era
  • Teacher’s, trainer’s and educator’s professional development, visibility and comparability of skills and qualifications, validation and recognition of informal and non-formal learning
  • Access to training and qualifications, in particular for the low-skilled,
  • Social inclusion

We are looking forward to reading your project idea!

Kind regards,

PDW Task Force – pdw2016skills@gmail.com
Karen Vandersickel – Liaison agency Flanders-Europe karen.vandersickel@vleva.eu
Ulrike Conrad –Representation of the State of Baden-Württemberg to the EU ulrike.conrad@bruessel.bwl.de
Christa Jakobsson – West Finland christa.jakobsson@westfinland.be
Claudia Engstrom – Lifelong Learning Platform claudia.engstrom@lllplatform.eu
Laure Antoniotti – Île-de-France Europe laure.antoniotti@iledefrance-europe.eu
Jugatx Ortiz – EARLALL earlall@earlall.eu

*Please note that this workshop is a partnering event. The organisation can not guarantee that your project idea will be selected for EU-funding. And only the best project ideas can be presented during the workshop on 9 December 2016.

Register Now!

Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid #2

http://www.bbc.co.uk/guides/z9r72hvIk ben begonnen met het verzenden van een nieuwsbrief over mijn activiteiten met onlinegeletterdheid. Zie hier de webversie.
Je kan je daarvoor hier aanmelden. Om een idee te krijgen hieronder een deel van de informatie die in de tweede nieuwsbrief staat die op 18 december 2015 is verstuurd.

Proefscholen. Op drie VO scholen wordt nu onderzoek gedaan naar het invoeren van onlinegeletterdheid in het curriculum. De scholen die participeren zijn: Piter Jelles / !mpulse in Leeuwarden, Vathorst Collega in Amersfoort en Helen Parkhurst in Almere.
Op dit moment zijn we bezig met het afnemen van een uitgebreide test onlinegeletterdheid en vragenlijsten bij  leerlingen en docenten. Daarnaast zijn we bezig met het ontwerpen van lessen rond zoeken / kiezen, kritisch beoordelen en synthetiseren van online informatiebronnen. Deze lessen worden zo veel mogelijk geïntegreerd in het curriculum Nederlands. In het onderzoek wordt gewerkt met experimentklassen en controleklassen. Eind januari gaan we de lessen geven in de experimentklassen.
Het eerste onderzoeksdoel is om in mei via dezelfde test en vragenlijsten te bepalen wat het resultaat is van deze interventie. Een tweede doel is om te kijken hoe het proces van toetsen, ontwerpen en geven van lessen verloopt.
Dit onderzoek resulteert in case-studies. Ook wordt de toetstomgeving onlinegeletterdheid getest en verbeterd.

Toets Onlinegeletterdheid ORCA-Nederlands
Om te kunnen bepalen hoe goed leerlingen zijn in onlinegeletterdheid hebben we een toetsomgeving nodig. In Nederland was deze nog niet beschikbaar. In Amerika is een professionele testomgeving ontworpen door Don Leu en collega’s, ORCA (Online Reading Comprehension Assessment) geheten. Deze test is uitgebreid getest op validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid en wordt daar al jaren gebruikt. Jeroen Clemens heeft de beschikking gekregen over deze test en wij zijn bezig deze test bruikbaar te maken voor de Nederlandse situatie. Drie leerlingen van zijn school zijn experts in programmeren en hebben de test opnieuw geprogrammeerd. We gebruiken deze test nu op de proefscholen.
Voor verdere ontwikkeling van deze testomgeving kunnen ook andere scholen contact opnemen met Jeroen Clemens. In onderling overleg kunnen dan afspraken worden gemaakt, waarin voorwaarden, inzet en kosten worden geregeld.

Vooronderzoek Curriculum Nederlands.
Om onlinegeletterdheid een volwassen plaats te geven in het curriculum is het nodig dat de kerndoelen en eindtermen daarop worden aangepast. In Amerika is dat inmiddels al gebeurd bij de aanpassing van de Common Core State Standards, waar onlinegeletterdheid is geïntegreerd in eindtermen van alle vakken, met speciale nadruk op taalonderwijs. Hierdoor is vanzelf ook een stap genomen in taalbeleid, waarbij onlinegeletterdheid overal een plaats heeft. Als dit hier ook zou gebeuren heeft dit een grote invloed op nieuwe lesmaterialen en toetsen.
Dit is nog niet zover, maar de SLO is bezig met een Vooronderzoek Curriculum Nederlands, waar ik ook commentaar op heb mogen leveren. Het opnemen van onlinegeletterdheid in het curriculum wordt nu heel serieus genomen. Dit zou veel helpen.

co-create: livebijeenkomst ontwerpgroep onlinegeletterdheid

cocreateDeze post staat ook onder de tab Ontwerpgroep. Daar zullen vanaf nu de updates komen.
De eerste live bijeenkomst van de ontwerpgroep onlinegeletterdheid is op zaterdag 14 november 2015 tijdens de HSN Conferentie. Meer details volgen later. Ik stuur mail daarover aan de mensen die zich hebben aangemeld. Of laat je informeren via de Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid met maandelijks informatie over onderzoek, de ontwerpgroep en lees-, kijk- en luistertips.
Het is belangrijk dat onderwijs aandacht besteedt aan onlinegeletterdheid. Maar er is nog nauwelijks bruikbaar (les)materiaal. Leraren hebben hier veel behoefte aan. Dit blijkt onder meer in uit een survey die ik heb uitgevoerd onder leraren Nederlands. We willen en moeten niet wachten tot de uitgevers en de SLO wakker is. Dat betekent: zelf materiaal ontwikkelen.
Daarom ben ik gestart met een ontwerpgroep onlinegeletterdheid, waarin leraren Nederlands en lerarenopleiders / studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen gaan werken aan het ontwerpen van nieuw lesmateriaal en didactiek voor onlinegeletterdheid. We gaan ontwerpen, uitproberen en delen. Veel leraren hebben enthousiast gereageerd op het idee. De vragen kwamen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo in Nederland en Vlaanderen. We gaan samen bepalen hoe we het best kunnen samenwerken, online, live bijeenkomsten etc. Als je interesse hebt, geef dit dan aan via dit online formulier. Geef deze uitnodiging door aan zoveel mogelijk collega’s. Dank alvast. Het gaat mooi worden! Stel vragen als iets onduidelijk is.
Naast deze ontwikkelgroep ben ik in schooljaar 2015-16 met vier proefscholen bezig met ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van lessen onlinegeletterdheid.

Onderzoek implementatie onlinegeletterdheid op proefscholen

kidsoncomputers

In mijn promotieonderzoek naar onlinegeletterdheid ben ik begonnen aan fase drie, een case study met drie proefscholen. Het doel is om met leraren Nederlands in dit najaar lesmateriaal en lessen te ontwikkelen en die lessen in het voorjaar uit te voeren. Vooraf en achteraf worden de leerlingen getest met een Nederlandse versie van een onderdeel van de ORCA testomgeving (Online Reading Comprehension Assessment) van Don Leu, Julie Coiro en collega’s. Zij hebben mij die ter beschikking gesteld en ik heb die opnieuw geprogrammeerd en vernederlandst met expert-hulp van drie van mijn leerlingen, bij de start 15 jaar oud uit 4VWO.
Vorig jaar heb ik op het Vathorstcollege in Amersfoort al een pilot gedaan waarbij we ontwerpen en implanteren van lessen onlinegeletterdheid hebben uitgeprobeerd. Femke Pool is een van de leraren Nederlands die meedoen aan mijn onderzoek. Zie in deze video van Leraar 24 een voorbeeld van haar lessen onlinegeletterdheid. Femke legt ook wat wat ze doet en waarom ze dit belangrijk vindt.

Aanleiding en reden voor dit project
Uit onderzoek blijkt dat veel leerlingen niet goed genoeg zijn in het omgaan met informatie online, op internet, dus met onlinegeletterdheid. Daar willen we wat aan doen. Het doel van dit project is om in de praktijk van vier scholen in een docent-ontwikkelgroep lesmateriaal, didactiek en lessen te ontwikkelen rond onlinegeletterdheid, die lessen uit te testen en te kijken wat dit oplevert voor leraren en leerlingen. We doen dit in live-bijeenkomsten en online via een gesloten GoogleDrive omgeving.

Concrete doelen zijn:

  1. Leraren hebben een goed idee wat onlinegeletterdheid inhoudt
  2. Zij kunnen onlinegeletterdheid verbinden aan hun reguliere curriculum
  3. Zij hebben lessen (her)ontwikkeld voor onlinegeletterdheid
  4. Zij hebben nagedacht over dit proces van onderwijsontwikkeling en dit geëvalueerd
  5. Zij hebben deze lessen gegeven en geëvalueerd
  6. Kennis van de vaardigheid onlinegeletterdheid van deelnemende leerlingen en hun motivatie voor en na de interventie / gegeven lessen
  7. Inzicht in contextfactoren van de school die invloed kunnen hebben op de implementatie van onlinegeletterdheid op school
  8. Een bijkomend voordeel kan zijn dat de school beter zicht heeft op nut, doel en plaats van onlinegeletterdheid in de school en van randvoorwaarden om dit een succes te laten zijn.

Werkwijze
Voor het project gaan docenten samenwerken in een docent-ontwikkelgroep (DOT) met begeleiding van Jeroen Clemens, de onderzoeker. Een DOT bestaat uit minimaal twee docenten Nederlands die lessen online geletterdheid gaan ontwikkelen en geven. Afspraken hierbij zijn dat docenten werken in een jaarlaag waarbij een deel van de klassen experimentklassen worden en een deel controleklassen. We gaan werken in leerjaren en met experiment- en controlegroepen.

Fasen van het project

Our mailing address is: pdw2016skills@gmail.com
1. Voorbereiden
Begin schooljaar 2015-16 1.     Kiezen van leerlingen / klassen: we werken met experimentklassen (waar we lessen onlinegeletterdheid geven) en controleklassen

2.     Plannen wie wanneer de lessen gaat uitvoeren (–start: april /mei 2016)

3.     Plannen wanneer de leerlingen de test onlinegeletterdheid en de vragenlijsten maken (experiment- en controleklassen)

4.     Plannen wanneer de docenten de vragenlijsten maken

5.     Plannen van hoeveelheid lessen en data uitvoering.

2. Ontwikkelen
Najaar 2015 Ontwerpen 1.     Doelen vaststellen: waar gaan we aan werken in de lessen, hoe koppelen we de lessen aan huidige curriculum

2.     Ontwerpen lesmateriaal en lessen

3. Uitvoeren
Najaar 2015 toetsen afnemen 1.     afnemen toets onlinegeletterdheid leerlingen (ORCA, bewerkt voor Nederland)

2.     afnemen twee vragenlijsten leerlingen

3.     afnemen vragenlijst docenten

Januari- april 2016 1.     Lessen onlinegeletterdheid geven.
Mei 2016 1.     afnemen toets onlinegeletterdheid leerlingen

2.     afnemen twee vragenlijsten leerlingen

4. Evalueren
Evalueren  van lessen: wat gaat goed, wat kan beter en wat is daar voor nodig

Evalueren van ontwerp proces

Feedback van leerlingen die mee hebben gedaan

 

Deelnemers: scholen, docenten, klassen (nog voorlopig)
School Docenten Klassen
Vathorst College Amersfoort Femke Pool en .. Onderbouw H/V
Pieter Jelles !mpulse Leeuwarden Aljosja van der Baan, Anke Oosterhout & Ymke Visser stagiaire Onderbouw
Helen Parkhurst Almere Sonja van Overmeeren, Huug Samuël, Nico van Lieshout/ Joris Beun (stagiair ), Corina Huijben HAVO 4

 

 

Onderzoeksobject om input vragen: Slim of Stom?

[update 25/10/13] Het doet niet toe of het slim of stom was. Een vraag op deze wijze stellen levert niets op. Weer iets geleerd.
In het kader van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip komt na de herfstvakantie Noord-Midden, op 1 november, een online vragenlijst online voor docenten Nederlands. Zie de oproep. De score is bijna 300 op 25/10/13.  Ik heb in het voorjaar een pilot survey gedaan en daar veel van geleerd. Ik de nieuwe versie van de vragenlijst bijna klaar. Nu vroeg ik mij af:  Waarom kan je niet vooraf de doelgroep, die ook het onderzoeksobject is, vragen wat zij zouden willen weten om te kunnen bepalen waarom wij/zij nog niets doen aan online tekstbegrip en wat we zouden kunnen doen om online tekstbegrip een serieuze plaats binnen het curriculum te laten krijgen. [Rustig lezen, de zin loopt goed. Tekstbegrip 😉Ik heb het ze dus zelf gevraagd. Het onderzoeksobject heeft invloed op het onderzoek waar ze later aan deelneemt. Is dit slim of is dit stom?
Hieronder staat de mail die de docenten die al aan hebben gegeven deel te willen nemen net hebben gekregen. Continue reading

European Conference on Reading 2013 Presentations & Keynotes

I’m the representative of the Netherlands at the IDEC, International Development of Europe Committee of the International Reading Association, IRA.
Every second year the IDEC organises a European Reading Conference. The 18th European Conference on Reading was held in Jönköping, Sweden, August 6-9, 2013 and was a success. More than 300 participants, almost 170 presentations and workshops.The weather was great and so was Jönköping. I had a workshop there too.
I’m also the webmaster of the IDEC website. Look at the website to see the programme of the conference and the presentations, workshops and posters available online.

Ideeën voor onderwijsonderzoek

Dick van der Wateren plaatste de volgende oproep op de blog van het Blogcollectief OnderwijsOnderzoek.
Als een van de deelnemers aan dit blogcollectief neem ik deze oproep hier over op mijn eigen EduBlog, zodat de verspreiding misschien nog groter is.

Oproep tot het aandragen van ideeën voor onderwijsonderzoek

NRO-logoIn de zomer van 2012 heeft het ministerie van OCW besloten tot de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is ingesteld om de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs te verkleinen. Vanaf 2014 zal het NRO onderzoek naar onderwijs laten uitvoeren. Dit zal deels gebeuren door onderzoeksteams waarin scholen en wetenschappers samenwerken.

Voor de invulling van het onderzoek is het van belang de juiste thema’s vast te stellen. Essentieel criterium is dat de thema’s relevantie hebben voor de onderwijspraktijk: de onderzoeksresultaten moeten bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Het NRO hoort graag van onderzoekers en van professionals uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid welke thema’s volgens hen de komende jaren op de agenda moeten staan. U kunt uw ideeën aan de hand van onderstaande vragen tot 15 mei 2013 opsturen naar info@nro.nl.

  1. Beschrijf het thema en het (theoretische, beleidsmatige en/of onderwijspraktijkgerichte) kader waarin dit beschouwd moet worden.
  2. Beschrijf de relevantie van het thema: waarom moet de komende jaren juist naar dit thema onderzoek gedaan worden en voor welke onderwijssector(en) is het (vooral) relevant.
  3. Beschrijf welke partijen (uit onderzoek, praktijk en/of beleid) bij het onderzoek betrokken moeten worden.

Het NRO streeft ernaar alle binnengekomen ideeën deze zomer te inventariseren. Via de website http://www.nro.nl en met een emailbericht aan alle inzenders maakt de Stuurgroep van het NRO na de zomer bekend welke thema’s gekozen zijn voor een eerste onderzoeksprogramma. Naar verwachting kunnen in het najaar bij het NRO subsidieaanvragen worden ingediend voor dit onderzoeksprogramma.

Missie

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) coördineert de programmering en financiering van onderzoek naar onderwijs.
Het bevordert de wisselwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid en de toepassing van onderzoeksresultaten.
Zo draagt het NRO bij aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs.

www.nro.nl

Vragen over deze oproep kunt u sturen naar: info@nro.nl
http://onderzoekonderwijs.net/2013/04/11/ideeen-voor-onderwijsonderzoek/

Oplossing of valkuil?

Mijn school, Helen Parkhurst, heeft meegedaan aan het onderzoeksproject van Kennisnet, Leren met meer effect. Over ons effect later.
Een groep basisscholen in Twente heeft onderzocht wat het verschil is in leereffect is voor de spelvaardigheid van leerlingen in de conditie 1. leerlingen gebruiken het programma Muiswerk & krijgen daarbij hulp van een onderwijsassistent en 2. de reguliere docent Nederlands geeft les zonder Muiswerk.
Het ICT cafe heeft het nog eens kort samengevat: ” Of een leerling nu les krijgt van een echte docent of van goede educatieve software met begeleiding van een onderwijsassistent, er zijn geen verschillen in leerprestaties. Dit is de conclusie van het onderzoek Taaltuin Twente, één van de experimenten van het onderzoeksprogramma ‘Leren met meer effect’ van Stichting Kennisnet.
Samen met basisscholen in de regio werkte de school aan het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten. Voor het onderzoek kreeg de experimentele groep les van de computerprogramma’s van Muiswerk Educatief en de controlegroep kreeg traditioneel les. Beide groepen scoorden hoger op de nameting dan op de voormeting. En ook de mate van de vooruitgang was gelijk. Er moet worden benadrukt dat de computerondersteunde lessen door onderwijsassistenten werden gegeven, terwijl de traditionele lessen door reguliere docenten werden gegeven. Op deze wijze werd met computerondersteuning een vermindering van de belasting voor docenten bewerkstelligd terwijl de leerprestaties gelijk bleven.
Locatiedirecteur Gerrit Brouwer: “Als je iets nieuws invoert in het onderwijs zijn docenten en leerlingen al gauw enthousiast, maar nu is voor het eerst ook objectief wetenschappelijk vastgesteld dat de leerprestaties gelijk blijven.”

Wat moeten we hier nu van vinden?
Aan de ene kant vind ik het een ondersteuning voor de gedachte dat voor automatiseren van preliminaire vaardigheden software een goed instrument is. Dat kan ook de docenten die nog niet zo overtuigd zijn van het nut daarvan misschien over de streep trekken. Ook de conclusie dat ” het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten [mogelijk is]”  is een goede uitkomst.
Waar ik wat bevreesd voor ben is dat deze uitkomst gebruikt zou kunnen worden om te beslissen dat er minder docenturen nodig zijn of dat voor ( een deel van ) Nederlands wel volstaan kan worden met een computer en een onderwijsassistent.
Ik denk dat er door gebruik te maken van software beter gedifferentieerd les gegeven kan worden, leerlingen meer ‘ kilometers kunnen maken’ om te automatiseren, zodat de docenten Nederlands meer aandacht aan hogere order vaardigheden en kennis kunnen besteden.
Maar het gevaar dat zo’n uitkomst gebruikt gaat worden om de klacht van docenten Nederlands dat ze teveel moeten doen in te weinig tijd ( wat ik ook vind) weg te wuiven of om te beslissen dat er wel bezuinigd kan worden op gekwalificeerde docenten ligt op de loer.
Dus hoera met mate.

Nieuwe vormen van onderzoek: het edonis project

Ik vond de volgende uitnodiging in mijn postbus. Interessant onderzoek van Tom Barett, waaraan ik mijn deelname heb toegezegd.

I would like to invite you to participate in the edonis project which commences at the start of November. edonis (educators online impact study) will run for at least three years, identifying, for example:

Trends in educators’ use of online communication, impact on teaching and learning, and professional development, good practice, implications for the learning sector and government.

Your involvement would centre on: Replying to a brief fortnightly emailed question monthly; completion of a brief online survey termly; responding to stimulus eg image, video, comment yearly; participating in a one-hour online discussion relating to the findings of the study a one-to-one interview with myself during the period of research.

schrijfonderwijs: voetangels, klemmen en uitdagingen

Nu nog een ouderwetse grote klus van een leraar Nederlands: nakijken van scripties van eindexamenklassen. Ik laat ze digitaal inleveren, zodat de plagiaatkwesties nauwelijks meer voorkomen ( in onze ELO staat plagiaatdetectie aan), gebruik de reviewingmogelijkheid van Word en stuur ze het commentaar toe. Voordeel dat zij snel feedback krijgen, nadeel dat het heel veel tijd kost ( maar dat ligt niet aan Word maar aan mij: ik wil ze veel feedback geven, dus kost het minstens een half uur per scriptie en bij 55 scripties ben je zo een paar dagen verder).

Ik wil in de vakantie beter nadenken hoe ik ICT nog beter kan inzetten bij het begeleiden van schrijfonderwijs. Ik heb al eerder een bericht geschreven over inzetten van Google Docs. Heeft iemand hier meer ervaring mee?

Ook gaat mijn school deelnemen aan een onderzoeks- en ontwikkeltraject in het kader van Schoolbewijs van de UvA. We gaan met een aantal mensen een ontwerponderzoek doen naar Peer-reviewing, dus onderling feedback geven. Iemand van de UvA gaat daarop promoveren. Docenten Nederlands hebben al lang geprobeerd om dit verder te ontwikkelen, maar het is teveel blijven steken in invullen van formulieren. Dit werkt niet: de formulieren zijn te onduidelijk, het nut blijft te onduidelijk en leerlingen zijn nog niet gewend om echte feedback te geven ( vallen medeleerling niet af).
Dus heel interessant ( onderlinge feedback zorg voor beter leren volgens mij), maar ook moeilijk ( reflectievaardigheden verbeteren, nut later ervaren, in staat zijn om te zien wat er beter kan en dat ook nog begrijpelijk en bruikbaar formuleren). Dus weer een nieuwe uitdaging.