Onderzoeksobject om input vragen: Slim of Stom?

[update 25/10/13] Het doet niet toe of het slim of stom was. Een vraag op deze wijze stellen levert niets op. Weer iets geleerd.
In het kader van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip komt na de herfstvakantie Noord-Midden, op 1 november, een online vragenlijst online voor docenten Nederlands. Zie de oproep. De score is bijna 300 op 25/10/13.  Ik heb in het voorjaar een pilot survey gedaan en daar veel van geleerd. Ik de nieuwe versie van de vragenlijst bijna klaar. Nu vroeg ik mij af:  Waarom kan je niet vooraf de doelgroep, die ook het onderzoeksobject is, vragen wat zij zouden willen weten om te kunnen bepalen waarom wij/zij nog niets doen aan online tekstbegrip en wat we zouden kunnen doen om online tekstbegrip een serieuze plaats binnen het curriculum te laten krijgen. [Rustig lezen, de zin loopt goed. Tekstbegrip 😉Ik heb het ze dus zelf gevraagd. Het onderzoeksobject heeft invloed op het onderzoek waar ze later aan deelneemt. Is dit slim of is dit stom?
Hieronder staat de mail die de docenten die al aan hebben gegeven deel te willen nemen net hebben gekregen. Continue reading

European Conference on Reading 2013 Presentations & Keynotes

I’m the representative of the Netherlands at the IDEC, International Development of Europe Committee of the International Reading Association, IRA.
Every second year the IDEC organises a European Reading Conference. The 18th European Conference on Reading was held in Jönköping, Sweden, August 6-9, 2013 and was a success. More than 300 participants, almost 170 presentations and workshops.The weather was great and so was Jönköping. I had a workshop there too.
I’m also the webmaster of the IDEC website. Look at the website to see the programme of the conference and the presentations, workshops and posters available online.

Ideeën voor onderwijsonderzoek

Dick van der Wateren plaatste de volgende oproep op de blog van het Blogcollectief OnderwijsOnderzoek.
Als een van de deelnemers aan dit blogcollectief neem ik deze oproep hier over op mijn eigen EduBlog, zodat de verspreiding misschien nog groter is.

Oproep tot het aandragen van ideeën voor onderwijsonderzoek

NRO-logoIn de zomer van 2012 heeft het ministerie van OCW besloten tot de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is ingesteld om de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs te verkleinen. Vanaf 2014 zal het NRO onderzoek naar onderwijs laten uitvoeren. Dit zal deels gebeuren door onderzoeksteams waarin scholen en wetenschappers samenwerken.

Voor de invulling van het onderzoek is het van belang de juiste thema’s vast te stellen. Essentieel criterium is dat de thema’s relevantie hebben voor de onderwijspraktijk: de onderzoeksresultaten moeten bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Het NRO hoort graag van onderzoekers en van professionals uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid welke thema’s volgens hen de komende jaren op de agenda moeten staan. U kunt uw ideeën aan de hand van onderstaande vragen tot 15 mei 2013 opsturen naar info@nro.nl.

  1. Beschrijf het thema en het (theoretische, beleidsmatige en/of onderwijspraktijkgerichte) kader waarin dit beschouwd moet worden.
  2. Beschrijf de relevantie van het thema: waarom moet de komende jaren juist naar dit thema onderzoek gedaan worden en voor welke onderwijssector(en) is het (vooral) relevant.
  3. Beschrijf welke partijen (uit onderzoek, praktijk en/of beleid) bij het onderzoek betrokken moeten worden.

Het NRO streeft ernaar alle binnengekomen ideeën deze zomer te inventariseren. Via de website http://www.nro.nl en met een emailbericht aan alle inzenders maakt de Stuurgroep van het NRO na de zomer bekend welke thema’s gekozen zijn voor een eerste onderzoeksprogramma. Naar verwachting kunnen in het najaar bij het NRO subsidieaanvragen worden ingediend voor dit onderzoeksprogramma.

Missie

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) coördineert de programmering en financiering van onderzoek naar onderwijs.
Het bevordert de wisselwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid en de toepassing van onderzoeksresultaten.
Zo draagt het NRO bij aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs.

www.nro.nl

Vragen over deze oproep kunt u sturen naar: info@nro.nl
http://onderzoekonderwijs.net/2013/04/11/ideeen-voor-onderwijsonderzoek/

Oplossing of valkuil?

Mijn school, Helen Parkhurst, heeft meegedaan aan het onderzoeksproject van Kennisnet, Leren met meer effect. Over ons effect later.
Een groep basisscholen in Twente heeft onderzocht wat het verschil is in leereffect is voor de spelvaardigheid van leerlingen in de conditie 1. leerlingen gebruiken het programma Muiswerk & krijgen daarbij hulp van een onderwijsassistent en 2. de reguliere docent Nederlands geeft les zonder Muiswerk.
Het ICT cafe heeft het nog eens kort samengevat: ” Of een leerling nu les krijgt van een echte docent of van goede educatieve software met begeleiding van een onderwijsassistent, er zijn geen verschillen in leerprestaties. Dit is de conclusie van het onderzoek Taaltuin Twente, één van de experimenten van het onderzoeksprogramma ‘Leren met meer effect’ van Stichting Kennisnet.
Samen met basisscholen in de regio werkte de school aan het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten. Voor het onderzoek kreeg de experimentele groep les van de computerprogramma’s van Muiswerk Educatief en de controlegroep kreeg traditioneel les. Beide groepen scoorden hoger op de nameting dan op de voormeting. En ook de mate van de vooruitgang was gelijk. Er moet worden benadrukt dat de computerondersteunde lessen door onderwijsassistenten werden gegeven, terwijl de traditionele lessen door reguliere docenten werden gegeven. Op deze wijze werd met computerondersteuning een vermindering van de belasting voor docenten bewerkstelligd terwijl de leerprestaties gelijk bleven.
Locatiedirecteur Gerrit Brouwer: “Als je iets nieuws invoert in het onderwijs zijn docenten en leerlingen al gauw enthousiast, maar nu is voor het eerst ook objectief wetenschappelijk vastgesteld dat de leerprestaties gelijk blijven.”

Wat moeten we hier nu van vinden?
Aan de ene kant vind ik het een ondersteuning voor de gedachte dat voor automatiseren van preliminaire vaardigheden software een goed instrument is. Dat kan ook de docenten die nog niet zo overtuigd zijn van het nut daarvan misschien over de streep trekken. Ook de conclusie dat ” het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten [mogelijk is]”  is een goede uitkomst.
Waar ik wat bevreesd voor ben is dat deze uitkomst gebruikt zou kunnen worden om te beslissen dat er minder docenturen nodig zijn of dat voor ( een deel van ) Nederlands wel volstaan kan worden met een computer en een onderwijsassistent.
Ik denk dat er door gebruik te maken van software beter gedifferentieerd les gegeven kan worden, leerlingen meer ‘ kilometers kunnen maken’ om te automatiseren, zodat de docenten Nederlands meer aandacht aan hogere order vaardigheden en kennis kunnen besteden.
Maar het gevaar dat zo’n uitkomst gebruikt gaat worden om de klacht van docenten Nederlands dat ze teveel moeten doen in te weinig tijd ( wat ik ook vind) weg te wuiven of om te beslissen dat er wel bezuinigd kan worden op gekwalificeerde docenten ligt op de loer.
Dus hoera met mate.

Nieuwe vormen van onderzoek: het edonis project

Ik vond de volgende uitnodiging in mijn postbus. Interessant onderzoek van Tom Barett, waaraan ik mijn deelname heb toegezegd.

I would like to invite you to participate in the edonis project which commences at the start of November. edonis (educators online impact study) will run for at least three years, identifying, for example:

Trends in educators’ use of online communication, impact on teaching and learning, and professional development, good practice, implications for the learning sector and government.

Your involvement would centre on: Replying to a brief fortnightly emailed question monthly; completion of a brief online survey termly; responding to stimulus eg image, video, comment yearly; participating in a one-hour online discussion relating to the findings of the study a one-to-one interview with myself during the period of research.

schrijfonderwijs: voetangels, klemmen en uitdagingen

Nu nog een ouderwetse grote klus van een leraar Nederlands: nakijken van scripties van eindexamenklassen. Ik laat ze digitaal inleveren, zodat de plagiaatkwesties nauwelijks meer voorkomen ( in onze ELO staat plagiaatdetectie aan), gebruik de reviewingmogelijkheid van Word en stuur ze het commentaar toe. Voordeel dat zij snel feedback krijgen, nadeel dat het heel veel tijd kost ( maar dat ligt niet aan Word maar aan mij: ik wil ze veel feedback geven, dus kost het minstens een half uur per scriptie en bij 55 scripties ben je zo een paar dagen verder).

Ik wil in de vakantie beter nadenken hoe ik ICT nog beter kan inzetten bij het begeleiden van schrijfonderwijs. Ik heb al eerder een bericht geschreven over inzetten van Google Docs. Heeft iemand hier meer ervaring mee?

Ook gaat mijn school deelnemen aan een onderzoeks- en ontwikkeltraject in het kader van Schoolbewijs van de UvA. We gaan met een aantal mensen een ontwerponderzoek doen naar Peer-reviewing, dus onderling feedback geven. Iemand van de UvA gaat daarop promoveren. Docenten Nederlands hebben al lang geprobeerd om dit verder te ontwikkelen, maar het is teveel blijven steken in invullen van formulieren. Dit werkt niet: de formulieren zijn te onduidelijk, het nut blijft te onduidelijk en leerlingen zijn nog niet gewend om echte feedback te geven ( vallen medeleerling niet af).
Dus heel interessant ( onderlinge feedback zorg voor beter leren volgens mij), maar ook moeilijk ( reflectievaardigheden verbeteren, nut later ervaren, in staat zijn om te zien wat er beter kan en dat ook nog begrijpelijk en bruikbaar formuleren). Dus weer een nieuwe uitdaging.

Wikimedia conferentie 2008

Ik ben gevraagd een presentatie te geven op de Wikimediaconferentie Nederland 2008. Vorig jaar had ik verteld over onderzoek naar samenwerkend leren via een wiki  en zij zijn nieuwsgierig naar de ervaringen.

Ik heb toegezegd en ga over die ervaring vertellen en over internationaliseringsprojecten met wikis (Nederland-Macedonie) die ik vorig jaar en dit jaar in de klas doe. Ook wil ik vertellen mijn mislukte poging een kennisdeel-wiki op te zetten, waarover later.

Leuk om gevraagd te worden en de ervaringen te delen.

Wiki in de klas (1): Eigen onderzoek

Ik heb nu enkele praktijkervaringen met wikis in mijn onderwijs en ook een onderzoekje naar het gebruik gedaan.

De start was toen mijn school, Helen Parkhurst in Almere, goedgekeurd was als academische school. Met twee andere scholen in Almere vormden wij de Academische school Almere. De bedoeling van de academische school is dat een school drie zaken met elkaar verbindt: leraren opleiden, onderwijs ontwerpen en onderwijs onderzoeken. Ik werd gevraag om onderzoeker te zijn bij mijn school. Dat betekende dat ik praktijkonderzoek ging doen met hulp van de universiteit van Amsterdam. Ik heb gekozen om CSCL te gaan onderzoeken (Computer Supported Collaborative Learning). Hiervoor heb ik een 5 VWO klas van mij samen met een andere 5VWO klas van de Meergronden een onderzoekje laten doen naar de Verlichting. Op de Meergronden deed het vak filosofie mee, bij ons de vakken Nederlands en Engels.
We gingen werken in een wiki. De wiki was zowel de leeromgeving ( er staan bronnen op, de handleiding etc) als het eindproduct ( de leerlingen moesten een wiki maken waarop zij lieten zien wat de Verlichting was, vanuit filosofisch en literair perspectief.
Ik heb onderzocht hoe het samenwerken verliep, of zij samenhang konden aanbrengen en hoe het ging met de motivatie.

Zie het eindresultaat op De WIKI De verlichting/( de leeromgeving en de opdracht) enResultaat Filosofieklas en de Resultaat Literatuurklas

Hierna volgen nog twee andere ervaringen met wikis: wikis gebruiken met leerlingen bij internationaliseren op onze school, de derde over gebruiken van wikis om kennis te delen met collega’s.