Facebook-groep Onlinegeletterdheid van start

Onlinegeletterdheid/ Digitale geletterdheid krijgt de laatste tijd wel de aandacht die zo nodig is. Maar het is nog vooral praten, rapporten schrijven en websites maken. Daar doe ik trouwens ook aan mee. En de verwarring is groot.
De praktische invulling is er echter nog maar mondjesmaat. Integratie in het curriculum is er nog nauwelijks. In deze Facebook-groep Onlinegeletterdheid in de praktijk wil ik een volgende stap doen en nog meer mensen uitnodigen praktisch te gaan ontwerpen en onderzoeken in de praktijk. Want er is een wil tot veranderen en energie onder de leraren en scholen. Ik heb dat in de praktijk ervaren, wanneer ik werk met leraren en scholen aan integratie van onlinegeletterdheid in het curriculum, vooral bij Nederlands, mijn vak. Voorbeelden zijn er ( zie bv hier ) , ideeën ook (zie hier en hier), maar die moeten op maat worden gemaakt en worden uitgebreid.
We kunnen het samen en hoeven niet te wachten op OCW, SLO en Kennisnet. En ik heb er nog steeds zin in. Aan de slag, dus. We starten als open groep en kijken of dat werkt. Zo niet dan maken we de groep besloten of heffen hem op. Denk mee, geef je mening en ontwerp mee. Je kan je daarnaast natuurlijk ook opgeven voor de Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid.

Internet en de verwarring van leerlingen

Digitale geletterdheid en mediawijsheid houdt ook in dat we met leerlingen praten over de waarde van informatie en ze daarover laten nadenken. Informatie is nog lang geen kennis en dat kan je vaak zien in de klas. Een voorbeeld.

Mijn leerlingen schrijven blogs over gelezen boeken. Pas geleden had een leerling uit VWO4 een recensie geschreven over Van de vos Reynaerde. De leerling was zelfstandig op zoek gegaan naar informatie en was wat in de war over wie de schrijver zou kunnen zijn. Dat zijn we allemaal omdat we dat niet zeker weten. Maar zij schreef het zo op “Dit boek heet van den vos Reynaerde en de auteur is onbekend, er zijn namelijk veel schrijvers van dit boek op internet te vinden. De auteur die het eerst verscheen was Paul Biegel en een andere auteur die gegeven wordt is “ene Willem”. Ze maakt voor het gemak maar geen keuze.

Ik ga er met haar over praten. Een goede tip is dat je altijd en zeker bij twijfel informatie dubbelcheckt. Dat betekent hier dat je onderzoekt wie die Biegel is, wat over die ‘ene Willem’ te vinden is en wat die met Reynaerde te maken hebben.
Dan is het antwoord duidelijk want zij zegt wel even later dat “dit boek is uitgegeven door Uitgeverij Taal & Teken, Leeuwarden en de eerste druk was ergens in de 13e eeuw.” Ik ben benieuwd wat ze vindt en leert na de dubbelcheck. En die Paul Biegel heeft er misschien op een andere manier wel mee te maken. En ik zal ook met haar even praten over de uitdrukking “de eerste druk was ergens in de 13e eeuw”. Er is nog veel te leren, maar dat is leuk, als het goed gaat. Het lijkt me nu al een leuk gesprek.

Onderwijsproject Verborgen Familieverleden ook interessant voor de pers

Het onderwijsproject Verborgen Familieverleden van Ferdi Schrooten en mij krijgt steeds meer aandacht van de lokale pers, zowel van dagbladen als van televisie. Zie eerdere blogs over dit onderwijsproject hier en hier.
Betekenisvol onderwijs en koppeling met onderzoeksvaardigheden, onlinegeletterdheid/ digitale geletterdheid, schrijven en persoonlijkheidsvorming is interessant, en niet alleen voor leraren.

Ook de televisie heeft belangstelling. Op 20 april kwam NH TV/ Media op bezoek om het Scholengemeenschap Huizermaat in Huizen voor een item over de lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’. Ze hebben daarbij een leerling geïnterviewd die onderzoek had gedaan naar zijn grootvader die in de Tweede Wereldoorlog zowel aan de goede als aan de verkeerde kant had gestaan. NT TV heeft opnamen gemaakt op school, maar gaat ook, samen met de leerling praten met de familie. Dit item wordt gemaakt in de aanloop naar 4&5 mei op tv.

In de schrijvende pers staan artikelen in de Gooi en Eemlander en in het Nieuwsblad voor Huizen.

Gooi en Eemlander

 

 

European Conference on Literacy Madrid: July 3-6

Please attent the 20th European Conference of Literacy, with the main theme “Working together to encourage equity through literacy communities: a challenge of the 21st. Century“.

As organizers, we encourage teacher-educators and teachers, researchers, librarians, students, parents, etc. to actively participate in this event.
The AELE team informs that this European Conference takes place in parallel with a new edition of Ibero-american Forum “Literacy and Learning” to improve the communication node between cultures and the exchange of experiences and research knowledge.
For specific information about XX European Conference, the link is: http://aelemadrid2017.com/en/xx-european-conference/  The schedule is already online . And I will be there too, as a ‘highlighted rapporteur’. Topic: Literacy in a digital age: an interesting and big challenge for (language) teachers.

 

 

Schrijven als een proces van goudwinning, van grondstof tot eindproduct

In het schooljaar 2016-2017 heeft een groep VWO4/5-leerlingen van het Helen Parkhurst in Almere deelgenomen aan de lesmodule ‘Verborgen Familieleden’. De leerlingen gingen op zoek naar sporen van een overleden familielid, soms tot wel zeven generaties voor hen. Uiteindelijk doel: op basis van de gevonden informatie bij Nederlands een meesterproef schrijven die verwondert, intrigeert en verrast.
De opdracht De Meesterproef is een invulling van het schrijfonderwijs op Helen Parkhurst.  In deze module wilden we echter ook onderzoeksvaardigheid en onlinegeletterdheid geïntegreerd onderwijzen: zijn leerlingen in staat om goede en bruikbare bronnen te vinden en te beoordelen op bruikbaarheid en kunnen zij de gevonden informatie ook goed synthetiseren. Een derde doel was om te kijken of leerlingen in staat zijn een ander tekstgenre te produceren dan een traditioneel werkstuk: duik in de huid van je overleden grootvader uit de Oekraïne, of speel die belangrijke voetbalwedstrijd als een Ajax-speler uit 1932, die je overgrootvader bleek te zijn geweest. Verder dan het saaie werkstuk, een vorm van creatief schrijven, dat te vaak wordt weggelaten. We veronderstelden dat deze manier van onderwijs de leerlingen ook gemotiveerder maakt om te gaan schrijven en hun schrijfvaardigheid te verbeteren.

Tijdens de HSN-conferentie 2016 in Gent vertelden wij, de initiatiefnemers, journalist/schrijver Ferdi Schrooten en docent/onderzoeker Jeroen Clemens, al over opzet en voortgang van deze vorm van vernieuwend en betekenisvol onderwijs. Inmiddels zijn de resultaten beschikbaar en kan worden teruggekeken op de oogst, de motivatie én de lessen.
Op de HSN conferentie 2017 geven wij een workshop over de opbrengsten. We spiegelen het project ‘Verborgen Familieverleden’ daarbij aan het proces van goudwinning, van grondstof tot eindproduct. Een proces dat bepaald niet eenvoudig is en doorgaans menig te nemen horde kent, gepland en onverwacht. Maar de teksten zijn prachtig en ontroerend en de leerlingen en wij moe, maar blij. We discussiëren ook over de vraag of dit project ook elders zou kunnen worden ingezet.

Wij gaan dit project deze maand ook in een turbo-variant uitvoeren op Huizermaat in Huizen. Twee lessen vooraf en dan een hele week onderzoeken, organiseren en schrijven. Kom naar de HSN conferentie als jij of jouw school er meer over wil horen of neem contact op.

 

 

Docentontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start


De docent-ontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start. Lees hier meer over hier en hier.
Ik heb gisteren een Facebook-groep gestart. Dit is een besloten groep, maar wel zichtbaar voor iedereen. We gaan actief aan het werk online via Facebook en GoogleDrive en in levende lijve. Eind januari nodig ik de deelnemers uit op mijn school Helen Parkhurst in Almere voor een eerste bijeenkomst, in newspeak een kick-off meeting.
Maar de online wereld is ongeduldig. Gisterenavond was er gelijk een zeer grote hoeveelheid collega’s die lid wilde worden worden van de FB-groep. We hebben echter besloten dat we niet zo maar nieuwe leden toelaten tot de FB-groep en de Google werkomgeving. Als je toch echt-echt mee wil doen en ideeën en ervaring hebt en je per ongeluk niet hebt opgegeven is er nog een achterdeurtje. Collega’s die zich niet eerder hebben aangemeld moeten eerst een online formulier invullen, waarin ze meer informatie over zichzelf geven en laten weten wat ze willen bereiken en kunnen inbrengen.’. Dan wordt besloten of je alsnog mee kan doen. Er is dus een ballotage. Kwaliteit gaat voor. Maar goede mensen zijn van harte welkom.

Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid #7

p025kdt4

De zevende nieuwsbrief Onlinegeletterdheid is op 10 oktober j.l. verstuurd. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: (1) Ontmoetingen in de analoge wereld. Meetings op HSN en in den lande, (2) Professionaliseren: Achter op de fiets en beter herhalen. Hergebruiken en verlagen drempel ontwikkelen en onderzoek doen, (3) Lezen 2016: een driemaster of driedubbel spiegelei. We gaan aan het werk, (4) Recente activiteiten rond onlinegeletterdheid, (5) Luistertip.
Voor het archief Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid kijk HIER. Veel leesplezier en laat wat van je horen.

Lezen 2016: een driemaster of driedubbel spiegelei. Samen aan het werk. [update]

 

schermafdruk-2016-10-09-19-41-08Lezen is tegenwoordig een driemaster. Dat betekent dat de lezer meer moet kunnen dan in de tijd van de eenmaster, die we in onze schoolboeken zien rondvaren. De dominante manier waarop informatie wordt gedeeld is via internet, dus online. Vaardigheden die leerlingen leren bij onderwijs in tekstbegrip zijn niet voldoende om geletterd te zijn op internet (Coiro & Moore, 2012; Clemens, 2014). Het gaat hier dus niet om lezen op het scherm (Driessen, 2013; Stichting Lezen, 2016), maar om het begrijpen en gebruiken van nieuwe tekstsoorten en manieren van communicatie online, door mij onlinegeletterdheid genoemd. Dus we moeten aan de slag. En dat gebeurt steeds meer, gelukkig.

De teksten zijn sterk veranderd. Digitale bronnen/ tekstsoorten verschillen sterk van de lineaire inleiding-kern-slot teksten die we nu vooral gebruiken in het onderwijs. Online teksten zijn meestal niet lineair, maar hyperteksten, multimediaal, steeds veranderend en met vaak onduidelijke auteurs.
De lees- en leertaken van lezers worden steeds complexer en digitaler. Op school moeten leerlingen steeds vaker onderzoek doen voor grotere opdrachten waarvoor ze in staat moeten zijn bronnen te zoeken en vinden, deze bronnen te beoordelen op deugdelijkheid en bruikbaarheid, deze bronnen gericht lezen om antwoord te krijgen op hun onderzoeksvraag, de antwoorden systematisch op te slaan en deze bronnen te synthetiseren/ samenvoegen in een eigen tekst en daarna hun bevindingen te delen met anderen op allerlei manieren, ook online. Hierin zitten veel nieuwe vaardigheden als goed gebruiken van zoekmachines, wordt er nog meer beroep gedaan op metacognitieve vaardigheden (zelfsturing, gericht lezen) en zijn de dingen die zij nu leren bij vaardigheden, zoals kritisch lezen, niet meer voldoende bij kritisch lezen van online informatie. Veel leerlingen zijn daar niet goed in. We zien ook dat de overheid en het bedrijfsleven die vaardigheid verwacht van de burger: betalen belasting moet online, de overheid communiceert met ons via ons persoonlijk dossier en om een baan te krijgen moet je je goed kunnen presenteren via allerlei digitale kanalen.

Waar hoort onlinegeletterdheid in het curriculum thuis? Mijns inziens is het in elk geval een geïntegreerd onderdeel van Nederlands. En – maar dan hebben we het over een 21e eeuwse versie van taalbeleid- hoort het natuurlijk bij alle vakken aandacht te krijgen. De definitie van geletterdheid moet worden uitgebreid en onlinegeletterdheid moet daarin geïntegreerd aandacht krijgen. Veel aandacht. Van alle docenten.
Gelukkig sta ik met deze gedachte  niet alleen. De SLO zegt in haar rapport Curriculumspiegel 2015 Deel B: vakspecifieke trendanalyse het volgende “Om problemen van verkaveling en eenzijdig toetsen aan te pakken, wordt de laatste jaren sterk gepleit voor ontkaveling van het onderwijs Nederlands, ofwel voor geïntegreerd taalonderwijs. Daaronder verstaan we taalonderwijs waarin leerlingen vaardigheden (lezen, schrijven, spreken, luisteren) en kennis over taal (spelling, woordenschat, grammatica/taalbeschouwing) niet in cursorische deelleergangen maar in onderlinge samenhang verwerven. Hierbij staan de taaltaken die leerlingen uitvoeren centraal. Een taaltaak is een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context die moet leiden tot een concreet resultaat of product. Ook taaltaken die belangrijk zijn in 21e eeuwse gedigitaliseerde communicatie horen hierbij, zoals het omgaan met digitale bronnen, het lezen en schrijven van webteksten en het gebruik van korte tekstberichten. Bij het uitvoeren van taaltaken komen verschillende taalvaardigheden geïntegreerd aan de orde (curs. Auteur).”. (SLO, 2015). In een andere publicatie van SLO, Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (van der Leeuw, Meestringa, & van Silfhout, 2015), wordt ook aandacht besteed aan onlinegeletterdheid en integratie. De auteurs pleiten ervoor dat er meer aandacht moet komen voor nieuwe ontwikkelingen zoals “online geletterdheid, aandacht voor gamen, hyperteksten, mixed media”. En geven aan dat we “geen nieuwe domeinen [moeten] ontwikkelen zoals digitale vaardigheden. (van der Leeuw et al., 2015).
Gelukkig begint de overheid het belang van een goede beheersing van onlinegeletterdheid ook te beseffen. In het eindrapport Onderwijs2032 wordt op twee plaatsen gesproken over onlinegeletterdheid. Bij Nederlands en in de paragraaf Digitale Geletterdheid. Bij Nederlands wordt gezegd “ Ook kritisch teksten lezen en bespreken en leren omgaan met het steeds grotere aantal informatiebronnen verdienen meer aandacht. Digitale teksten en beelden komen steeds vaker in de plaats van papieren tekstvormen en ook daar moeten leerlingen vaardig mee kunnen omgaan. Een digitale tekst lees en schrijf je anders dan een tekst op papier en om via filmpjes informatie te kunnen verwerven moet je begrijpend kunnen kijken en luisteren.” (Schnabel, 2016)p. 30.  Onder het kopje Digitale Geletterdheid worden 4 verschillende dingen verstaan. Wat bij informatievaardigheden staat valt voor een groot deel samen met de kennis en vaardigheden van onlinegeletterdheid. Maar dit wordt als apart

Hoe kunnen we deze uitdaging aanpakken?  De inhoud van wat wordt geleerd en onderwezen m.b.t. geletterdheid moet worden uitgebreid ten opzichte wat er nu in kerndoelen, eindtermen en schoolboeken staat en, zolang er nog niets in het beschikbare lesmateriaal staat, gaan we dat samen maken. Dat doe ik de afgelopen jaren met steeds meer scholen, leraren en studenten (zie http://bit.ly/onletishot).
Het probleem is dat er nog niet zoveel lesmateriaal en didactiek direct ter beschikking is in Nederland. We kunnen dan wachten op de lange weg: Nieuwe inzichten en regels overheid, aanpassen eindtermen en referentieniveaus, aanpassen schoolboeken. Maar dit duurt zekere 5 jaar, als je optimistisch bent.
Dus propageer ik ook de korte weg te kiezen: zelf doen, de power of the crowd gebruiken, de uitdaging aangaan. Dus: in met leraren, docent-ontwikkelteams (op school en landelijk) aan het werk met zelf ontwerpen van lessen en didactiek en het onderzoeken van de effectiviteit daarvan.
Dit gebeurt al enige tijd, dus er is al materiaal voorhanden en de ontwikkelteams/ leraren maken steeds meer zelf. Deze uitkomsten wil ik steeds meer gaan delen met mensen die zelf ook willen bijdragen aan nieuwe inzichten en materiaal. Neem contact op als je je aangesproken voelt. In een volgend stuk zal ik voorbeelden geven van ontwikkeld materiaal en resultaten. Het kan, als we het willen.

Waarom de driemaster of dubbel spiegelei in de titel? Afflerbach, de laatste jaren vaan samen met Cho, heeft veel onderzoek gedaan naar leesvaardigheid. Een van de onderzoeken  is een meta-onderzoek waarin gekeken wordt waar onderzoek mbt lezen zich vanaf 1995 tot 2011 op heeft gericht (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015; “Determining and describing reading strategies: Internet and traditional forms of reading,” 2010). We zien dat er eerst vooral onderzoek werd gedaan naar de basisvaardigheden van lezen, dat zo’n 15 jaar geleden de focus ook werd gericht op de aanvullende vaardigheden die nodig zijn om informatie uit meerdere teksten te combineren (synthese-vaardigheid) en dat het laatste decennium onlinegeletterdheid het meeste aandacht krijgt, omdat daar weer nieuwe vaardigheden voor nodig zijn. Dus het schip leesvaardigheid heeft tegenwoordig drie masten.
Lezen 1: basisvaardigheden van begrijpend lezen; traditioneel kern van curriculum; taalvaardigheden en metacognitieve vaardigheden/ strategieën. Met deze vaardigheden kan je op de binnenwateren varen. De lineaire tekst waarvan we meestal nog kunnen zeggen dat hij een inleiding, kern en slot heeft. Voorbeelden: samenhang binnen tekst, voorkennis inzetten, alinea-verbanden, functie tekstdelen. De nadruk ligt vaak op de betekenis die de schrijver in de tekst heeft gelegd.
Lezen 2: Meervoudige teksten. Combineren van meerdere teksten; hogere orde vaardigheid synthetiseren; relatie met curriculum en lesmateriaal. Hiermee kom je al in de grotere wateren van binnen- en buitenland. Voorbeelden: tekst 1 relateren aan tekst 2 en de overeenkomsten en verschillen interpreteren, gericht verschillende informatie halen uit meerdere teksten, voorkennis uit een tekst gebruiken bij het lezen van een tweede tekst, beoordelen van bruikbaarheid van een tekst ten opzichte van de andere. Hier moet een lezer al meer een eigen tekst construeren uit meerdere informatiebronnen.
Lezen 3: Onlinegeletterdheid. Verschillende studies hebben succesvol leesgedrag op internet bestudeerd. Een succesvolle lezer maakt strategische beslissingen welke teksten te lezen en in welke volgorde, gestuurd door een lees- of leervraag. Afflerbach en Cho noemen dit het proces van ‘realizing and constructing potential texts’ . Een lezer construeert, gebruik makend van verschillende bronnen, zijn eigen tekst (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015). Goede online lezers navigeren op internet gestuurd door een leervraag, monitoren hun leesproces, stellen zichzelf vragen, maken beslissingen over bruikbaarheid en deugdelijkheid, en bouwen zo een individuele leesroute. Er zijn nieuwe vaardigheden en strategieën betrokken bij dit proces van het verkennen en lezen van informatie online, zoals zoeken en vinden van bruikbare informatie, kritisch beoordelen op bruikbaarheid en deugdelijkheid van bronnen, kiezen welke deelinformatie bruikbaar is, en het synthetiseren van deze informatie (Donald J Leu, Kinzer, Coiro, Castek, & Henry, 2013). Daarnaast vraagt het vaardigheden dit ook online te communiceren

Als je alle drie masten goed hebt opgetuigd, kan je de grote oceaan van het internet ook bevaren en nieuwe uitdagingen aan. Je kan dan alle wateren bevaren en bent voorbereid op de maatschappij van tegenwoordig. Dit betekent dat wij in staat moeten zijn om, als we leerlingen willen leren alle informatie goed te begrijpen en gebruiken, we in staat moeten zijn de zeilen van alle drie masten in te zetten. We moeten in ons curriculum dus naast traditioneel tekstbegrip ook aandacht besteden aan werken met meerdere teksten en aan onlinegeletterdheid.
Het alternatieve beeld van spiegelei gebruik ik om aan te geven dat er een uitbreiding plaatsvindt. Lezen 1 is de eerste ei of rondje, Lezen 2 komt daar omheen en Lezen 3 daar weer omheen. De vaardigheden omsluiten elkaar. Dat betekent dat bij lezen 3 zijn de vaardigheden van lezen 1 en 2 ook nodig, maar het wordt complexer en er worden nieuwe vaardigheden en kennis aan toegevoegd.

Afflerbach, P., & Cho, B.-Y. (2010). Determining and describing reading Strategies. In W. Schneider & H. S. Waters (Eds.), Metacognition, Strategy Use, and Instruction (pp. 201–225). New York: Guilford Press.

Cho, B.-Y., & Afflerbach, P. (2015). Reading on the Internet. Journal of Adolescent & Adult Literacy58(6), 504–517.

Clemens, J. (2014). Online tekstbegrip en online geletterdheid. Het nieuwe lezen, anders bekeken. Levende Talen Magazine4(mei 2014).

Coiro, J., & Moore, D. W. (2012). New Literacies and Adolescent Learners: An Interview With Julie Coiro. Journal of Adolescent & Adult Literacy55(6), 551–553.

Driessen, M. (2013). Het nieuwe lezen. Levende Talen Magazine100(8), 4–8.

Donald J Leu, J., Kinzer, C., Coiro, J., Castek, J., & Henry, L. A. (2013). New Literacies: A Dual-Level Theory of the Changing Nature of Literacy, Instruction, and Assessment. In R. B. Ruddell & D. Alvermann (Eds.), Theoretical models and processes of reading (6 ed., pp. 1150–1181). International Reading Association.

Schnabel, P. (2016). Ons onderwijs 2032. Eindadvies. Den Haag : Bureau Platform Onderwijs2032.

SLO. (2015). Curriculumspiegel Deel B: Vakspecifieke trend­analyse. Enschede: SLO.

Stichting Lezen. (2016). Leesmonitor – Het Magazine. Digitaal Lezen, Anders Lezen? Retrieved April 15, 2016, from http://www.lezen.nl/sites/default/files/Leesmonitor1-2016_lr.pdf

van der Leeuw, B., Meestringa, T., & van Silfhout, G. (2015). Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (pp. 1–3). Enschede: SLO.

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid nr.6

p025kdt4De inmiddels zesde nieuwsbrief Onlinegeletterdheid is verstuurd. Onderwerpen die aan de orde komen zijn:

  1. Laatste ronde voor de vakantie en mogelijkheden volgend jaar
  2. Resultaten van een ontwikkeltraject met scholen in het afgelopen schooljaar: ontwerpen lesmateriaal, kiezen waar die lessen betekenisvol een plaats konden krijgen, geven van lessen, nieuwe testomgeving onlinegeletterdheid en onderzoeken wat de resultaten. Een van die scholen is het Piter Jelles !mpulse in Leeuwarden. Hier heeft Ymkje Visser, de kar getrokken binnen het vak Nederlands en ze heeft daarover een mooie scriptie geschreven. Hier de resultaten.
  3. Testomgeving. We hebben nu ervaring met de testomgeving voor onlinegeletterdheid: ORCA-NED. Deze testomgeving is, gebaseerd op een testomgeving uit Amerika, Online Reading Comprehension Asessment (ORCA), van Don Leu en collega’s. Wij hebben een Nederlandse versie gemaakt, die nog in een testfase is.  Hier meer informatie over deze testomgeving en hoe je mee kan doen.
  4. Onlinegeletterdheid en onderwijs2032 en de relatie met ons werk aan onlinegeletterdheid. Uitdagingen en kansen.
  5. Volgend jaar aan de slag

Deze en vorige nummers van de Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid kan je lezen via de nieuwsbrief-pagina van deze site/ edublog. Veel leesplezier en laat wat van je horen. Prettige vakantie.

Update Lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’ Onlinegeletterdheid en Onderwijs2032 bij Nederlands

nonc-theo-fotos_26499174970_o

UPDATE Paul Schnabel, de voorzitter van de commissie onderwijs2032 geeft ons een compliment.
“.. een mooi plan, al is uw eigen voorbeeld natuurlijk wel meteen zeer jaloersmakend. Op het gymnasium ben ik zelf – meer dan 50 jaar geleden – ook de sporen van mijn eigen familie in de archieven gaan zoeken en een jaar of tien geleden heb ik over mijn grootvader bij gelegenheid van het afscheid van de toenmalige directeur van het Nationaal Archief een verhaal geschreven. Ik steun uw plan dus van harte en het past ook zeker bij de ideeën van Platform Onderwijs 2032 ( al is het ook weer niet zo specifiek dat het alleen daarbij zou passen, zie mijn eigen activiteit tijdens het pre-Mammoetonderwijs). Met vriendelijke groet, Paul Schnabel”

 “Iedereen heeft ze: opmerkelijke, interessante, geheimzinnige, bewonderenswaardige, rare, maar ook beruchte en omstreden familieleden. Ook jij. Sommigen ken je, of heb je gekend. Maar wat weet je eigenlijk van bloedverwanten die al lang geleden zijn overleden? Van sommigen heb je wellicht nog nooit gehoord, laat staan dat je de bijzondere belevenissen uit hun leven kent. In de lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’ wek je niet alleen een vergeten dode uit jouw eigen familiegeschiedenis weer tot leven. Je vertelt ook zijn of haar verhaal, in de vorm van een geschreven meesterproef. De beoordeling telt mee als cijfer voor het vak Nederlands.”  (deel van lesmateriaal voor de leerling)

Ik ben twee weken geleden begonnen met een lang project in VWO4, doorlopend tot februari 2017, wanneer de klas dus VWO 5 is geworden. Een tijdje geleden werd ik benaderd door Ferdi Schrooten, schrijver en zelfstandig (onderzoeks)journalist met twee decennia ervaring bij tv, print en online media in binnen- en buitenland. Hij is auteur van het non-fictieboek ‘Nonk Theo en de mijnen’. Hij wilde met me praten omdat hij een avontuurlijk onderzoek had gedaan naar een onduidelijke oom, Nonk Theo, die in de jaren ’50 was geëmigreerd naar Australië en daar rijk wilde worden met goud zoeken. Hij wist dat ik veel bezig was met onlinegeletterdheid en altijd geïnteresseerd ben in betekenisvol en uitdagend onderwijs. Hij zag veel aanknopingspunten van zijn onderzoek en mijn werk rond onlinegeletterdheid en uitdagend onderwijs voor nu. Het gesprek was heel interessant en we hebben inmiddels samen een lesmodule gemaakt waarin leerlingen zelf op zoek gaan naar interessante familieleden van lang geleden. In dit project wordt een groot beroep gedaan op de vaardigheden in onlinegeletterdheid van de leerlingen. Zoals bekend ben ik, naast lesgeven, bezig met onderzoek naar onlinegeletterdheid en het ontwikkelen van lesmateriaal samen met leraren en geef ik workshops en ondersteuning hierin. En nieuwe dingen uitproberen in je eigen klas is natuurlijk het meest leerzaam en zorgt er ook voor dat ik echte voorbeelden kan geven als ik met andere leraren werk. Ook ben ik altijd in voor voor leerlingen en mij uitdagende lesideeën. We hebben er allemaal veel zin in: Ferdi en ik, de leerlingen en de schoolleiding. Ik voer het eerst als een pilotproject uit, om te kijken wat goed gaat en wat beter kan. Daarna willen collega’s ook al mee doen. Misschien jij ook? Ik zal geregeld op mijn blog berichten hoe het verloopt.

Dit project past goed in recente ontwikkelingen in het denken, ook van de overheid, over onderwijsvernieuwingen. Zoals ik al in een eerder blogbericht schreef is de context voor het implementeren van onlinegeletterdheid bij Nederlands, en bij de andere vakken, beter geworden. ‘Verborgen Familieverleden’ is een voorbeeld van ‘betekenisvol onderwijs op maat’, zoals gepropageerd in de toekomstagenda ‘Ons onderwijs2032, onlangs gepubliceerd door Platform Onderwijs2032 onder leiding van Paul Schnabel. Binnen de lesmodule worden kennis en vaardigheden ontwikkeld door creativiteit en nieuwsgierigheid van de leerling aan te wakkeren en in te zetten. Motivatie komt voort uit leren aan de hand van ‘het echte leven’, nauw aansluitend bij het eigen ik en de eigen familie. Tevens draagt de lesmodule bij aan persoonsvorming en identiteitsontwikkeling van leerlingen, belangrijke pijlers onder het ‘toekomstgericht leren’. In al haar samenhang draagt de lesmodule bij aan Bildung, ontwikkeling en ontplooiing van leerlingen tot zelfstandige volwassenen die – om met een term uit ‘Ons onderwijs 2032’ te spreken – ‘vaardig, waardig en aardig’ zijn.

Hieronder wat meer informatie, geschreven door Ferdi Schrooten.
‘Verborgen familieverleden’ is een vernieuwend lesprogramma voor het voortgezet onderwijs. Deelnemende leerlingen halen informatie boven water over een lang geleden overleden familielid dat om wat voor reden dan ook de nieuwsgierigheid wekt. Er moet niet al te veel bekend zijn over het familielid; er moet nog wat te speuren en ontdekken zijn. Het onderzoek kan via alle denkbare bronnen: levend, papier, digitaal, online en offline. Denk daarbij onder meer aan interviews, (online) databanken en archieven. Op basis van gevonden en gewogen informatie schrijven de leerlingen uiteindelijk een meesterproef, in het Nederlands, voor het vak Nederlands. Andere vakken, zoals Geschiedenis, Maatschappijleer en CKV, kunnen bij het lesprogramma aansluiten. Dat maakt de lesmodule vakoverstijgend.
De lesmodule telt, verspreid over een aantal maanden, diverse lessen voor instructie, planning en begeleiding. Als start en als bron van inspiratie verdiepen de leerlingen zich in het boek ‘Nonk Theo en de mijnen’, van journalist en schrijver Ferdi Schrooten, een van de ontwikkelaars en begeleiders van deze lesmodule. Zijn boek beschrijft de bij tijd en wijlen gekmakende zoektocht naar sporen van een dode oom, die in Australië een even avontuurlijk als tragisch bestaan kende als pionier, kangoeroejager, geluk- en goudzoeker. In zekere zin gaan de leerlingen binnen de lesmodule op zoek naar hun eigen – ‘Nonk Theo’, maar dan in miniatuur en in hun eigen familie. De uitkomst is compleet ongewis. Dat maakt het proces spannend. Tegelijkertijd raakt het de leerlingen persoonlijk: ze wekken een bloedverwant tot leven.