Docentontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start

De docent-ontwikkelgroep ‘Schrijven op de schop’ is van start. Lees hier meer over hier en hier.
Ik heb gisteren een Facebook-groep gestart. Dit is een besloten groep, maar wel zichtbaar voor iedereen.  We gaan actief aan het werk online via Facebook en GoogleDrive en in levende lijve. Eind januari nodig ik de deelnemers uit op mijn school Helen Parkhurst in Almere voor een eerste bijeenkomst, in newspeak een kick-off meeting.
Maar de online wereld is ongeduldig. Gisterenavond was er gelijk een zeer grote hoeveelheid collega’s die lid wilde worden worden van de FB-groep. We hebben echter besloten dat we niet zo maar nieuwe leden toelaten tot de FB-groep en de Google werkomgeving. Als je toch echt-echt mee wil doen en ideeën en ervaring hebt en je per ongeluk niet hebt opgegeven is er nog een achterdeurtje. ‘ Collega’s die zich niet eerder hebben aangemeld moeten eerst een online formulier invullen, waarin ze meer informatie over zichzelf geven en laten weten wat ze willen bereiken en kunnen inbrengen.’. Dan wordt besloten of je alsnog mee kan doen.  Er is dus een ballotage. Kwaliteit gaat voor. Maar goede mensen zijn van harte welkom. 

 

Docentontwikkelgroep Schrijven van start: Geef je op!

Per 16/12/16 hebben zich 23 collega’s (1 man!) aangemeld. Het wordt een volle klas. Vandaag laatste dag voor inschrijven.
Recent heb ik in een blogbericht en op de Facebookpagina’s Actief leren zonder cijfers en Leraar Nederlands een oproep gedaan om samen te werken aan het ontwerpen van een leerlijn voor schrijven, waarbij formatief toetsen/ feedback, keuzevrijheid leerlingen/ leertrajecten, verschillende manieren van afsluiten, online en offline samenwerken en integratie met onlinegeletterdheid onderdelen zijn.
Tot mijn vreugde hebben  veel mensen enthousiast gereageerd, dus we gaan van start. Ik vraag iedereen die geïnteresseerd is een kort formulier in te vullen. Klik HIER.
Deze informatie deel ik dan later met jullie en op grond daarvan doe ik een voorstel voor de volgende stap. Een eerste live bijeenkomst op mijn school is bijvoorbeeld mogelijk. Ik heb er veel zin in

Leerlijn schrijven herschrijven. Het kan en moet beter.

Laten we samen aan de slag met het ontwerpen van een moderne leerlijn schrijven. Deze behoefte heb ik als leraar Nederlands en sluit ook aan bij mijn onderzoek en ontwikkelwerk rond onlinegeletterdheid.
Ik heb net een oproep via de sociale media gedaan om samen na te denken over en te gaan ontwerpen van een leerlijn schrijven. Mijn invalshoek is bovenbouw VO, maar onderbouw VO en MBO hebben natuurlijk eenzelfde probleem, denk ik.
De schoolboeken leveren niets bruikbaars, het is alleen schrijven voor een cijfer, leerlingen worden hetzelfde behandeld, nieuw mogelijkheden krijgen geen aandacht, leerlingen kunnen geen individueel traject kiezen, (zie verder beneden). Ook is schrijven tegenwoordig in in onze crossmediale informatieomgeving heel anders dan vroeger. Dit kan beter.
Ik ben heel benieuwd naar andermans ideeën en hoop op een ontwikkelgroep. Lees de oproep die ik op sociale media – met name de groepen Actief leren zonder cijfers en Leraar Nederlands op Facebook- hieronder en reageer.

Ik ben ontevreden over de leerlijn schrijven op mijn eigen school, die het niveau van een aantal opdrachten in het PTA niet overschrijdt. Ik probeer wel van alles, maar het is niet systematisch en dat wil ik wel.
Wie wil meedenken en meewerken over/ aan het ontwerpen van een leerlijn – in eerste instantie voor de bovenbouw – voor schrijven, waarbij formatief toetsen/ feedback, keuzevrijheid leerlingen/ leertrajecten, verschillende manieren van afsluiten, online en offline samenwerken en integratie met onlinegeletterdheid een onderdeel zijn. Maar ik wil niet een theoretische leerlijn, maar ook praktisch een verzameling opdrachten, didactische werkvormen, misschien een online werkomgeving (heb vroeger hiervoor wel Wikis gemaakt). Wie doet mee?

It Giet Oan! Een stap verder met de ontwerpgroep onlinegeletterdheid

Schermafdruk 2015-11-15 13.39.14

Dit schooljaar ben ik vooral bezig met het ontwikkelen van de concrete praktijk van onderwijs in onlinegeletterdheid. Ik ben blij dat er veel interesse is. Belangrijk is het nu meer concreet te maken door het ontwerpen van lessen en materiaal en dit uit te proberen. We zijn sinds kort weer een stapje verder. Er start een landelijke ontwerpgroep en voor mijn onderzoek werk ik met drie proefscholen die lessen ontwerpen en uitproberen. We gaan kijken of die lessen de leerlingen beter maken in onlinegeletterdheid. Dus moeten we ook zicht op te krijgen op hun onlinegeletterdheid voor- en achteraf. Hiervoor heb ik inmiddels een testomgeving gemaakt, die is gebaseerd op het ORCA (Online Reading Comprehension Assessment) instrument van Don Leu c.s. Dit heb ik gedaan in samenwerking met slimme leerlingen als programmeurs.
Maar inmiddels zijn er ook veel leraren, remedial teachers en scholen die aan de slag willen. De uitdaging is nu om dit zo te organiseren dat we kunnen werken aan co-creatie zonder dat we vaak bij elkaar komen. Er gaan namelijk mensen meedoen uit bijvoorbeeld Heerenveen, Goes en Brugge in Vlaanderen. Leraren geven zich op via de workshops die ik hou en als reactie op een oproep die ik heb gedaan om samen te gaan werken. Ik heb voorgesteld om vooral vooral online te gaan werken via een online community en via Google Drive. Ik heb  al ervaring met deze manier van samenwerken met mijn leerlingen en heb op deze wijze ook al samen met leraren opdrachten gemaakt voor de veranderde eindexamen Nederlands.
Maar het is niet makkelijk – elk geval niet voor mij – om een goed werkende online werkgemeenschap van de grond te krijgen. Alleen informatie, voorbeelden en een manier van werken is niet genoeg. Er moet toch een combinatie komen van live bijeenkomsten en online werken. Maar mijn tijd is beperkt, lesgeven en promoveren vragen ook veel tijd en aandacht. Op de HSN conferentie van 13 en 14 november heb ik hier tijdens mijn workshop en op andere momenten over gesproken met mensen die actief aan de gang willen. Hoe kunnen we regionaal en landelijk aan de slag in een combinatie van live bijeenkomsten en online. Een van de beslissingen die we hebben genomen is dat vooroplopende mensen een aanvullende rol gaan nemen om het ontwerpen op regionaal verband te ondersteunen. Dries Krikke uit Heerenveen is de eerste die deze rol wil gaan vervullen in het Noorden. Hij wordt het rayonhoofd in het Noorden van Nederland. Daarom in de titel het enthousiaste It Giet Oan! Hij gaat met de proefschool in Leeuwarden samenwerken en probeert ook anderen uit de regio actief te krijgen en te ondersteunen. Hij zou ook bijeenkomsten in die regio kunnen organiseren. Ik ben erg blij met deze nieuwe manier van werken. Ik ga eerst kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt, maart ben nu toch al op zoek naar collega’s die een vergelijkbare rol zouden willen en kunnen spelen voor de regio’s Randstad, Oosten en Zuiden. Neem contact op voor overleg hierover. We gaan zien of dit werkt. Ik wil zelf af en toe meewerken op een regionale bijeenkomst en iemand hebben die mij kan ondersteunen het proces actief te houden in de regio. Hopelijk is dit een vorm van professioneel samenwerken die het implementeren van onlinegeletterdheid een nieuwe impuls zal geven.
Een tweede beslissing die tijdens de HSN conferentie is genomen is dat ik meer halffabrikaten wil gaan maken van lessen en materialen voor onderwijs in onlinegeletterdheid. Het blijkt toch vaak te moeilijk om met alleen losse voorbeelden en informatie bruikbaar lesmateriaal te ontwerpen. Dit wist ik al maar had niet genoeg tijd om het anders te doen. Er is toch meer steun voor nodig. We kunnen nu een stap verder doen doordat ik een afspraak voor samenwerking heb gemaakt met Maarten Sprenger. Hij is specialist kinderinformatie en zoekgedrag bij startup Wizenoze, publiceerde het boek “Slim Zoeken op internet” en ontwikkelt een doorlopende leerlijn zoekvaardigheden als onderdeel van Onlinegeletterdheid. Maarten en ik gaan een serie lesmodules maken die door leraren en scholen op maat gemaakt kunnen worden. Hierdoor denken we dat het ontwerpen en uitproberen van lessen beter van de grond zal komen. Ook zullen Maarten en ik gaan werken aan een betere online community. Hij heeft daar veel ervaring mee. Zo heeft de HSN conferentie nog veel meer opgeleverd dan een goede conferentie voor de meer dan 400 aanwezigen. Ik ben er blij mee. Onderwijs is onlinegeletterdheid giet oan!

co-create: livebijeenkomst ontwerpgroep onlinegeletterdheid

cocreateDeze post staat ook onder de tab Ontwerpgroep. Daar zullen vanaf nu de updates komen.
De eerste live bijeenkomst van de ontwerpgroep onlinegeletterdheid is op zaterdag 14 november 2015 tijdens de HSN Conferentie. Meer details volgen later. Ik stuur mail daarover aan de mensen die zich hebben aangemeld. Of laat je informeren via de Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid met maandelijks informatie over onderzoek, de ontwerpgroep en lees-, kijk- en luistertips.
Het is belangrijk dat onderwijs aandacht besteedt aan onlinegeletterdheid. Maar er is nog nauwelijks bruikbaar (les)materiaal. Leraren hebben hier veel behoefte aan. Dit blijkt onder meer in uit een survey die ik heb uitgevoerd onder leraren Nederlands. We willen en moeten niet wachten tot de uitgevers en de SLO wakker is. Dat betekent: zelf materiaal ontwikkelen.
Daarom ben ik gestart met een ontwerpgroep onlinegeletterdheid, waarin leraren Nederlands en lerarenopleiders / studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen gaan werken aan het ontwerpen van nieuw lesmateriaal en didactiek voor onlinegeletterdheid. We gaan ontwerpen, uitproberen en delen. Veel leraren hebben enthousiast gereageerd op het idee. De vragen kwamen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo in Nederland en Vlaanderen. We gaan samen bepalen hoe we het best kunnen samenwerken, online, live bijeenkomsten etc. Als je interesse hebt, geef dit dan aan via dit online formulier. Geef deze uitnodiging door aan zoveel mogelijk collega’s. Dank alvast. Het gaat mooi worden! Stel vragen als iets onduidelijk is.
Naast deze ontwikkelgroep ben ik in schooljaar 2015-16 met vier proefscholen bezig met ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van lessen onlinegeletterdheid.

Mediawijsheid en Onlinegeletterdheid meer vriendjes

onletcartoon

http://mhhsinternetsafety.weebly.com

Leerlingen hebben vaak moeite met onlinegeletterdheid: vaardigheden die te maken hebben met de complexe taaltaak van vooral lezen en schrijven online. Ik vind dat het onderwijs hier veel meer aan moet doen en daarom ben ik ook bezig met onderzoek op dit gebied. Maar een aantal jaren geleden was het moeizaam om het onderwijs hiervoor warm te krijgen.
Een van de redenen was  de Babylonische spraakverwarring met de, niet altijd even duidelijke, nieuwe terminologie: 21e eeuwse vaardigheden, digitale geletterdheid, mediawijsheid, informatievaardigheden, ICT-vaardigheden etc. Ik zag dat veel leraren (in elk geval die in het VO) de relatie met hun eigen vak niet zien, denken dat het weer een hobby van onderzoekers is en overgaan tot de orde van de dag. Om het belang van aandacht voor nieuwe taalvaardigheden online te laten aanslaan bij leraren, te beginnen bij leraren Nederlands, introduceerde ik de term onlinegeletterdheid. Een, gezien het voorafgaande, misschien een wat paradoxale stap. Een belangrijke reden om dat te doen was dat het rapport Digitale Geletterdheid van de KNAW uitkwam. De titel van dit rapport  heeft niets te maken met geletterdheid in de definitie van vaardigheid in lezen en schrijven, die mijn doelgroep daaraan geeft. Om hen ervan te overtuigen dat zij aandacht moeten besteden aan geletterdheid online en het een uitbreiding van hun vak is heb ik toen de nieuwe term onlinegeletterdheid geïntroduceerd, waarin ik geletterdheid koppel aan vaardigheid om online (op internet) goed te kunnen omgaan met nieuwe tekstsoorten, een vaardigheid die veel leerlingen niet hebben. Ik heb daarover toen ook gesproken met Kennisnet. De Podcast is hier te beluisteren.

Langzamerhand ben ik er meer van overtuigd dat ik meer moet aansluiten waar dat kan en minder verketteren. Waarom deze overgang? Patrick Koning en ik  hebben verschillende keren gesproken over waar hij (Mediawijsheid) en ik (onlinegeletterdheid) mee bezig waren. Zijn boek Mediawijsheid laat veel leraren, met name op het MBO, meer nadenken over vaardigheden die nodig zijn om competent te zijn online. Het werd ons duidelijk dat leraren Nederlands op het MBO, die vaak wel het boek lazen, voor hun vak niet goed handen en voeten kunnen geven aan eerste aanzetten die in zijn boek  staan, i.c. onlinegeletterdheid. Om te onderzoeken of het koppelen van mijn perspectief van onlinegeletterdheid en zijn veel ruimere perspectief van Mediawijsheid de leraren zou helpen, hebben wij vorige week een gezamenlijke workshop gegeven. De groep aanwezigen bestond uit leraren Nederlands en taalcoaches op het Willem I College. Die ingang was een groot succes. Zie Patricks blog hierover. We willen deze samenwerking meer uitbouwen.
Ik denk nog steeds dat voor leraren al die verschillende termen nog steeds verwarrend zijn, maar ik ben er nou meer van overtuigd dat ik veel meer moet verbinden en minder verketteren. Voortschrijdend inzicht op latere leeftijd zullen we meer zeggen. Gelukkig is de aandacht voor onlinegeletterdheid in het algemeen tegenwoordig groot. Het besef dat we aan het werk moeten is groot en daar ben ik blij mee.

Onderzoek implementatie onlinegeletterdheid op proefscholen

kidsoncomputers

In mijn promotieonderzoek naar onlinegeletterdheid ben ik begonnen aan fase drie, een case study met drie proefscholen. Het doel is om met leraren Nederlands in dit najaar lesmateriaal en lessen te ontwikkelen en die lessen in het voorjaar uit te voeren. Vooraf en achteraf worden de leerlingen getest met een Nederlandse versie van een onderdeel van de ORCA testomgeving (Online Reading Comprehension Assessment) van Don Leu, Julie Coiro en collega’s. Zij hebben mij die ter beschikking gesteld en ik heb die opnieuw geprogrammeerd en vernederlandst met expert-hulp van drie van mijn leerlingen, bij de start 15 jaar oud uit 4VWO.
Vorig jaar heb ik op het Vathorstcollege in Amersfoort al een pilot gedaan waarbij we ontwerpen en implanteren van lessen onlinegeletterdheid hebben uitgeprobeerd. Femke Pool is een van de leraren Nederlands die meedoen aan mijn onderzoek. Zie in deze video van Leraar 24 een voorbeeld van haar lessen onlinegeletterdheid. Femke legt ook wat wat ze doet en waarom ze dit belangrijk vindt.

Aanleiding en reden voor dit project
Uit onderzoek blijkt dat veel leerlingen niet goed genoeg zijn in het omgaan met informatie online, op internet, dus met onlinegeletterdheid. Daar willen we wat aan doen. Het doel van dit project is om in de praktijk van vier scholen in een docent-ontwikkelgroep lesmateriaal, didactiek en lessen te ontwikkelen rond onlinegeletterdheid, die lessen uit te testen en te kijken wat dit oplevert voor leraren en leerlingen. We doen dit in live-bijeenkomsten en online via een gesloten GoogleDrive omgeving.

Concrete doelen zijn:

  1. Leraren hebben een goed idee wat onlinegeletterdheid inhoudt
  2. Zij kunnen onlinegeletterdheid verbinden aan hun reguliere curriculum
  3. Zij hebben lessen (her)ontwikkeld voor onlinegeletterdheid
  4. Zij hebben nagedacht over dit proces van onderwijsontwikkeling en dit geëvalueerd
  5. Zij hebben deze lessen gegeven en geëvalueerd
  6. Kennis van de vaardigheid onlinegeletterdheid van deelnemende leerlingen en hun motivatie voor en na de interventie / gegeven lessen
  7. Inzicht in contextfactoren van de school die invloed kunnen hebben op de implementatie van onlinegeletterdheid op school
  8. Een bijkomend voordeel kan zijn dat de school beter zicht heeft op nut, doel en plaats van onlinegeletterdheid in de school en van randvoorwaarden om dit een succes te laten zijn.

Werkwijze
Voor het project gaan docenten samenwerken in een docent-ontwikkelgroep (DOT) met begeleiding van Jeroen Clemens, de onderzoeker. Een DOT bestaat uit minimaal twee docenten Nederlands die lessen online geletterdheid gaan ontwikkelen en geven. Afspraken hierbij zijn dat docenten werken in een jaarlaag waarbij een deel van de klassen experimentklassen worden en een deel controleklassen. We gaan werken in leerjaren en met experiment- en controlegroepen.

Fasen van het project

1. Voorbereiden
Begin schooljaar 2015-16 1.     Kiezen van leerlingen / klassen: we werken met experimentklassen (waar we lessen onlinegeletterdheid geven) en controleklassen

2.     Plannen wie wanneer de lessen gaat uitvoeren (–start: april /mei 2016)

3.     Plannen wanneer de leerlingen de test onlinegeletterdheid en de vragenlijsten maken (experiment- en controleklassen)

4.     Plannen wanneer de docenten de vragenlijsten maken

5.     Plannen van hoeveelheid lessen en data uitvoering.

2. Ontwikkelen
Najaar 2015 Ontwerpen 1.     Doelen vaststellen: waar gaan we aan werken in de lessen, hoe koppelen we de lessen aan huidige curriculum

2.     Ontwerpen lesmateriaal en lessen

3. Uitvoeren
Najaar 2015 toetsen afnemen 1.     afnemen toets onlinegeletterdheid leerlingen (ORCA, bewerkt voor Nederland)

2.     afnemen twee vragenlijsten leerlingen

3.     afnemen vragenlijst docenten

Januari- april 2016 1.     Lessen onlinegeletterdheid geven.
Mei 2016 1.     afnemen toets onlinegeletterdheid leerlingen

2.     afnemen twee vragenlijsten leerlingen

4. Evalueren
Evalueren  van lessen: wat gaat goed, wat kan beter en wat is daar voor nodig

Evalueren van ontwerp proces

Feedback van leerlingen die mee hebben gedaan

 

Deelnemers: scholen, docenten, klassen (nog voorlopig)
School Docenten Klassen
Vathorst College Amersfoort Femke Pool en .. Onderbouw H/V
Pieter Jelles !mpulse Leeuwarden Aljosja van der Baan, Anke Oosterhout & Ymke Visser stagiaire Onderbouw
Helen Parkhurst Almere Sonja van Overmeeren, Huug Samuël, Nico van Lieshout/ Joris Beun (stagiair ), Corina Huijben HAVO 4

 

 

Co-create lessen onlinegeletterdheid: power of the crowd

Naar aanleiding van verzoek van veel (toekomstige) collega’s ( leraren, lerarenopleiders en studenten in Nederland en Vlaanderen) start ik binnenkort een ontwikkelgroep onlinegeletterdheid, toegankelijk voor alle leraren Nederlands en lerarenopleiders. Als je interesse hebt, geef dit dan aan via dit online formulier . Geef deze uitnodiging door aan zoveel mogelijk collega’s. Dank alvast. Het gaat mooi worden!

In een nieuw te starten ontwikkelgroep wil ik met leraren Nederlands en lerarenopleiders / studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen gaan werken aan het ontwerpen en uitproberen van nieuw lesmateriaal en didactiek voor onlinegeletterdheid. In conferenties, tijdens workshops en spontaan via mail of twitter hebben veel leraren al enthousiast gereageerd op het idee dit te gaan doen. De vragen die ik heb gekregen kwamen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo in Nederland en uit Vlaanderen. Ook lerarenopleiders po en vo en studenten worden uitgenodigd. Wachten op SLO en uitgevers duurt te lang en er zijn natuurlijk veel getalenteerde collega’s. Als we samen aan de slag gaan, hebben we binnenkort goed materiaal voor ons onderwijs. Ik wil samen bepalen hoe we het best kunnen samenwerken, hoe en hoeveel online, welke live bijeenkomsten we willen organiseren etc. Help mij ook bij nadenken hierover.The power of the crowd 😉

Dit jaar ben ik in mijn promotieonderzoek bezig met een pilot op het Vathorstcollege in Amersfoort. Ik werk daar met docenten Nederlands in een docentontwikkelgroep. Wij ontwerpen daar nu al lessen en proberen die uit. De leerlingen worden eerst getest met de Nederlandse versie van de ORCA-test, een veelgebruikte testomgeving uit Amerika van Don Leu en collega’s. Ik heb daar een Nederlandse versie van gemaakt samen met drie van mijn leerlingen als programmeurs. Die kan ook worden ingezet. Zie meer in deze blog.

Ook ga ik volgend jaar mijn implementatieonderzoek uitbreiden en wil ik met minstens vijf scholen gaan werken. Ook daar kunnen we het samen ontwikkeld materiaal en didactiek uitproberen en onderzoeken.
Stel mij vragen als je meer toelichting wilt. Adresgegevens (mail, twitter, GooglePlus etc.) vind je op mijn profielpagina.

Online vakoverstijgende leeromgeving 1999-2002. Heelal, deel 2

Het Heelal leeromgeving In een andere blog heb ik al gesproken over de digitale vakoverstijgende leeromgeving die ik heb ontworpen aan het eind van de vorige eeuw. Ik vond het erg leuk dat ik informatie daarover terugvond op de (digitale) zolder.
Daarna vond ik nog meer informatie op diezelfde zolder. In 2002 werd ik geïnterviewd voor het NVOX-blad door Henny Kramers-Pals. We hadden het toen nog over het verschil tussen digitale leeromgevingen en Webquests ( weet je nog?). Wat een leuke dingen deed ik toen 😉
Hier staat het interview Jeroen Clemens over de digitale leeromgeving Het Heelal 

Het Heelal, vakoverstijgende online leeromgeving 1999-2002

Nostalgia 2:
IMG_0422

Met de browser Netscape, een innovatie 😉

Aan het einde van de vorige eeuw, begin deze eeuw, was ik al bezig met het ontwerpen van elektronische leeromgevingen. Ik was gefascineerd door de mogelijkheden van internet en wilde graag vakoverstijgend laten leren met een nadruk op hogere orde vaardigheden. Ik citeer “En het is een interactief platform waar mensen met elkaar kunnen communiceren. Het Heelal – dat zich niet tot bètavakken beperkt – is gericht op vakoverstijgend leren en kan worden gebruikt door alle vakdocenten. De leeromgeving sluit aan bij het streven naar onafhankelijk en actief leren, naar productief leren en naar het werken met betekenisvolle taken.” Dit klinkt nu main-stream, maar dat was het 15 jaar geleden niet. Ik werkte bij het APS en had in Javascript, het meest moderne van toen, een elektronische omgeving laten programmeren, Het Heelal.
Ik vond net een artikel uit Didactief 2004, waarin een onderzoekje staat beschreven naar onze pilot met deze leeromgeving. Hierin kan je lezen wat de doelstelling en de opzet was. En zie je ook dat online samenwerken in die tijd heel moeilijk was, vanwege de matige kwaliteit van de electronica en internet. Bedenk: het was in de tijd dat internet heel traag was en er maar weinig computers op school waren. Ik kopieer de tekst hieronder en voeg het artikel Heelal Middelbare scholen testen elektronisch leren, waarin ook een mooie foto van toen, bij. Helaas heeft het APS de server, waar de elektronische leeromgeving op stond weggegooid. Hij is dus niet meer life te zien. Ik heb nog wel screenshots die ik later zal bijvoegen.

Middelbare scholen testen elektronisch leren.
Het Heelal op proef.
Didactiek, jan. 2004
Voorzichtig starten scholen met het inzetten van een elektronische leeromgeving. De vooruitzichten zijn groots, maar in de praktijk blijken er flink wat kinderziektes te overwinnen. Twee middelbare scholen waagden een experiment met ‘Het Heelal’. De evaluatie levert nuttige gegevens op voor een volgende ronde.
Twee scholen voor voortgezet onderwijs, het Pleincollege Bisschop Bekkers en de vestiging Het Nieuwe Eemland van het Meridiaan College, voerden gedurende twee jaar een kleinschalig experiment uit met de elektronische leeromgeving ‘Het Heelal’. Het Heelal is een databasegestuurde website met een tweeledige functie. Het is een (informatie) bron waar opdrachten op staan waarvoor op internet gezocht moet worden. En het is een interactief platform waar mensen met elkaar kunnen communiceren. Het Heelal – dat zich niet tot bètavakken beperkt – is gericht op vakoverstijgend leren en kan worden gebruikt door alle vakdocenten. De leeromgeving sluit aan bij het streven naar onafhankelijk en actief leren, naar productief leren en naar het werken met betekenisvolle taken. Doorslaggevend argument voor de scholen om voor Het Heelal te kiezen was dat dit product reeds opdrachten bevatte, in tegenstelling tot veel andere elektronische leeromgevingen (elo’s). De scholen werkten tijdens twee schooljaren gedurende zes tot acht weken in 4 en 5 havo en/of vwo aan het project Het Heelal. De coördinatie en realisatie van het project berustte geheel bij de ict-coördinatoren, op beide scholen een bètadocent. Op beide scholen namen vier tot vijf leraren deel aan het project. Door vertrek van een aantal docenten die aanvankelijk het project zouden uitvoeren, moesten minder ictvaardige docenten hun taken overnemen. Het project is uitgevoerd bij de vakken anw, biologie, frans, klassieke talen en/of economie. De introductielessen vonden in de klas plaats, daarna werden de opdrachten door de leerlingen buiten de klas uitgewerkt op een door hen zelf gekozen plaats en tijdstip. Beoordelingscriteria en tijdsplanning waren bij de opdrachten vermeld. De bedoeling was dat de leerlingen on line zouden samenwerken en on line met de docenten over de vorderingen en producten zouden communiceren. Met de deelnemende leerkrachten is voorafgaand aan de start het programma doorlopen; tijdens de rit kregen ze technische begeleiding van de ict-coördinator. Overleg vond ad hoc plaats. De docenten konden bij problemen telefoneren of e-mailen met de externe begeleider. Er heeft geen onderwijskundige begeleiding plaatsgevonden. Op grond van de evaluatie van het eerste uitvoeringsjaar zijn er in Het Heelal een aantal verbeteringen aangebracht en hebben de docenten zelf opdrachten gemaakt voor het tweede uitvoeringsjaar, die ze trachtten in te passen in het curriculum. De opdrachten gingen over zaken als microorganismen, voortplanting, fabeldieren, of over het kopen en huren van een huis. Aan het einde van het tweede uitvoeringsjaar is opnieuw geëvalueerd.
RESULTATEN
Is het project geslaagd? Voor een deel wel, zo blijkt als we de vooraf geformuleerde doelen voor het management, de docenten en de leerlingen langslopen. De scholen hebben daadwerkelijk een elo ingezet in het primaire leerproces en ze gaan daar zeker mee door. Door het experiment hebben de schoolleiders nu een beter idee hoe dit vervolg opgezet moet worden. De link naar het leren en onderwijzen moet echter nog verder uitgewerkt worden. Of en in hoeverre de leraren beter zicht gekregen hebben op de mogelijkheden van een elo en op de mate waarin ze meer durf hebben gekregen ermee te werken, dat verschilt van docent tot docent. De meerderheid is gemotiveerd gebleven of geraakt om er in de toekomst gebruik van te maken. Maar wel is duidelijk geworden dat de opstellers van ict-projecten de mogelijkheden van leerkrachten niet moeten overschatten. De doelen voor de leerlingen zijn deels gerealiseerd. Alle scholieren hebben leren werken met een elo. En vrijwel alle leerlingen hebben samengewerkt en een ‘product’ gemaakt, zoals een powerpointpresentatie of een webpagina. Een deel heeft ook iets geleerd over een planning maken, een onderzoek uitvoeren en presenteren. De scholieren hebben daarbij vaker iets geleerd van zichzelf dan van de docent, van de elo of van de medeleerling. Dit beantwoordt aan de wens van de scholen dat leerlingen vooral zelfstandig leren.
ADVIEZEN
Betrokkenen van beide scholen gaven een groot aantal adviezen voor verbetering van een project als Het Heelal en voor leeromgevingen als zodanig. Zo viel de hoeveelheid en ook de geschiktheid van de opdrachten tegen. En de beloofde dan wel gewenste uitbreiding van het aantal opdrachten vond vrijwel niet plaats. Behalve dat een aantal van twee deelnemende scholen daarvoor te gering is, bleken de uitvoerende docenten ook over te weinig tijd te beschikken om zelf meerdere opdrachten (met links naar andere bronnen) te ontwikkelen. Het ontwikkelen van opdrachten zal op een andere manier georganiseerd en gerealiseerd moeten worden. De nagestreefde on line communicatie kwam niet goed van de grond doordat docenten en leerlingen elkaar dagelijks zagen; mondelinge communicatie gaat dan sneller. On line samenwerking zal alleen lukken als er door leerlingen en docenten van verschillende locaties of scholen tegelijkertijd gezamenlijk aan een opdracht gewerkt wordt. Omdat Het Heelal nog in de experimenteerfase verkeerde, waren uitbreiding en integratie in het onderwijs niet mogelijk. Een schoolleider: “In een dergelijke fase heeft het alleen zin om er met pioniers aan te werken. Evenmin is in zo’n stadium een elo geschikt om docenten computervaardig te laten worden. Gebleken is dat het zeker een jaar duurt voordat een klein groepje docenten uit de voeten kan met een elo, zelfs als het een goed programma zou zijn. Een school moet nu eenmaal zelf kunnen ervaren, zelf uitvogelen”. Maar een dergelijk project moet wel planmatig aangepakt worden, met evaluatie en snelle bijstelling. Onderwijskundige begeleiding en de aanwezigheid van iets als een helpdesk zijn noodzakelijk. Expliciete ondersteuning door de schoolleiding spreekt voor zich. Of de leerlingen met Het Heelal meer kennis hebben opgedaan dan via een traditionele werkwijze, kon niet worden nagegaan. De leerlingen werkten buiten het zicht van de docent aan de opdrachten, toetsen was niet mogelijk. Voor het opdoen van vakkennis zou deze elo zich dan ook minder goed lenen. ‘Andere’ vaardigheden zouden gemakkelijker te realiseren zijn, zoals het leren omgaan met een elo, het doen van een onderzoekje, het maken van een planning of iets presenteren. Daaruit vloeit voort dat het werken met een elo beter in de lagere leerjaren kan plaatsvinden, nadat eerst cursussen in de basisvaardigheden, afgestemd op wat een leerling al kan, zijn gegeven. De kwaliteit van de leeromgeving ten slotte werd door de leerlingen gemiddeld als net voldoende beoordeeld. De leerlingen adviseren dan ook uitbreiding en een grotere toegankelijkheid van bronnen, meer ruimte, meer multimedia, een chatbox, maar ook een betere uitleg op de site van hoe de elo werkt. Een pagina met instructies is bijvoorbeeld door een deel van de leerlingen niet gezien. En de opdrachten werden door een deel van de scholieren tamelijk oninteressant gevonden, een belangrijk knelpunt. Slechts een enkele leerling heeft zelf een opdracht ontworpen. Evenmin waren alle scholieren tevreden over de rol van de docent. Enkele leraren kregen dan ook het advies zich zelf eerst voor te bereiden en pas dan duidelijk uit te leggen, meer interesse te hebben, meer persoonlijk contact te hebben met de leerling, meer te motiveren en meer ‘leraar’ te spelen. Het aantal doelen dat vooraf geformuleerd was voor het management, de docenten en de leerlingen blijkt achteraf te groot geweest te zijn voor een kleinschalig project als dit. Duidelijk is dat voor het inzetten van een elo een beperkt aantal realistische doelen geformuleerd moet worden en dat vooraf concreet uitgewerkt moet zijn hoe die doelen gerealiseerd en getoetst kunnen worden. De ontwikkelaars van Het Heelal werken inmiddels aan verbetering (http://heelal.aps.nl).
A.M. de Vries, Ervaringen met een elektronische leeromgeving in havo en vwo (lpc-kortlopend onderwijsonderzoek uitgevoerd op verzoek van het veld), GION/RUG. a.m.de.vries@ppsw.rug.nl