Oplossing of valkuil?

Mijn school, Helen Parkhurst, heeft meegedaan aan het onderzoeksproject van Kennisnet, Leren met meer effect. Over ons effect later.
Een groep basisscholen in Twente heeft onderzocht wat het verschil is in leereffect is voor de spelvaardigheid van leerlingen in de conditie 1. leerlingen gebruiken het programma Muiswerk & krijgen daarbij hulp van een onderwijsassistent en 2. de reguliere docent Nederlands geeft les zonder Muiswerk.
Het ICT cafe heeft het nog eens kort samengevat: ” Of een leerling nu les krijgt van een echte docent of van goede educatieve software met begeleiding van een onderwijsassistent, er zijn geen verschillen in leerprestaties. Dit is de conclusie van het onderzoek Taaltuin Twente, één van de experimenten van het onderzoeksprogramma ‘Leren met meer effect’ van Stichting Kennisnet.
Samen met basisscholen in de regio werkte de school aan het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten. Voor het onderzoek kreeg de experimentele groep les van de computerprogramma’s van Muiswerk Educatief en de controlegroep kreeg traditioneel les. Beide groepen scoorden hoger op de nameting dan op de voormeting. En ook de mate van de vooruitgang was gelijk. Er moet worden benadrukt dat de computerondersteunde lessen door onderwijsassistenten werden gegeven, terwijl de traditionele lessen door reguliere docenten werden gegeven. Op deze wijze werd met computerondersteuning een vermindering van de belasting voor docenten bewerkstelligd terwijl de leerprestaties gelijk bleven.
Locatiedirecteur Gerrit Brouwer: “Als je iets nieuws invoert in het onderwijs zijn docenten en leerlingen al gauw enthousiast, maar nu is voor het eerst ook objectief wetenschappelijk vastgesteld dat de leerprestaties gelijk blijven.”

Wat moeten we hier nu van vinden?
Aan de ene kant vind ik het een ondersteuning voor de gedachte dat voor automatiseren van preliminaire vaardigheden software een goed instrument is. Dat kan ook de docenten die nog niet zo overtuigd zijn van het nut daarvan misschien over de streep trekken. Ook de conclusie dat ” het versterken van het taalonderwijs (spelling en begrijpend lezen) zonder verhoging van de werkdruk van docenten [mogelijk is]”  is een goede uitkomst.
Waar ik wat bevreesd voor ben is dat deze uitkomst gebruikt zou kunnen worden om te beslissen dat er minder docenturen nodig zijn of dat voor ( een deel van ) Nederlands wel volstaan kan worden met een computer en een onderwijsassistent.
Ik denk dat er door gebruik te maken van software beter gedifferentieerd les gegeven kan worden, leerlingen meer ‘ kilometers kunnen maken’ om te automatiseren, zodat de docenten Nederlands meer aandacht aan hogere order vaardigheden en kennis kunnen besteden.
Maar het gevaar dat zo’n uitkomst gebruikt gaat worden om de klacht van docenten Nederlands dat ze teveel moeten doen in te weinig tijd ( wat ik ook vind) weg te wuiven of om te beslissen dat er wel bezuinigd kan worden op gekwalificeerde docenten ligt op de loer.
Dus hoera met mate.

Tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply