Online tekstbegrip, taalbeleid en mediawijsheid

Op mijn blog Nederlands en Mediawijsheid moeten trouwen die op deze Edublog verscheen kwamen veel reacties. Veel reacties vonden ook dat Online Tekstbegrip aandacht moet krijgen in het onderwijs. Maar waar dan? Daar waren we het niet altijd eens: hoort het primair bij Nederlands, bij taalbeleid bij alle vakken of hoe zit het eigenlijk. Hier wil ik wat verder op doordenken.
Een van de reacties was van Margreet vd Berg die zei dat  ” mediawijsheid geen huwelijk aangaat met Nederlands, maar dat mediawijsheid er een harem op na gaat houden”. Hierdoor geïnspireerd ben ik de relatiemogelijkheden verder gaan onderzoeken en kwam op de blog op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs tot de variant Nederlands als sultan in de harem. Een tweede interessante reactie is van Marijke Kaatee op het Blogcollectief Onderwijs en Onderzoek waarin zij stelt dat tekstbegrip en taalbeleid geïntegreerd zou moeten zijn in alle vakken. Hier ben ik het mee eens. Maar zij stelt ook dat wij de manier waarop wij al leesstrategieën aanleren bij Nederlands ook kunnen gebruiken bij online teksten en dat het een kwestie is van andere teksten gebruiken. Daar ben ik het geheel niet mee eens. Nederlands besteedt nog geen aandacht aan online tekstbegrip, maar weet ook niet hoe dat moet. En dat is niet hetzelfde doen, maar dan met online teksten. Zoals ik al eerder betoogde zijn online teksten fundamenteel anders dan lineaire teksten op papier.

In principe vind ik dat tekstbegrip een fundamentele vaardigheid is die overal aandacht moet krijgen. Dat betekent dat we nog meer energie moeten steken in taalbeleid op school. Mijn ervaring van de laatste 20 jaar en ook recent bij het kijken naar de problemen die het op mijn eigen school geeft om dat voor elkaar te krijgen, zorgt ervoor dat ik zeg: Ja, het is een onderdeel van taalbeleid, maar het moet primair aandacht krijgen bij Nederlands, waar tekstbegrip een domein / vakonderdeel is. Een tegenargument is dat er door de doorgeschoten systeemscheiding op het VO waar de scheiding van de vakken nog heel groot is, er geen transfer zal zijn. Ook dat is waar, maar we moeten ergens beginnen.

Waarom ik het vak Nederlands benadruk is, omdat binnen dat vak geen enkele aandacht is voor online teksten en online tekstbegrip, noch in de eindtermen en referentieniveaus, noch in de toetsen en lesmaterialen. Binnen de voorstellen van Informatievaardigheden wordt ten onrechte gedacht dat we het begrijpen van online teksten als preliminaire vaardigheid kunnen beschouwen. Dit is een misverstand. De aandacht gaat bij Mediawijsheid vooral uit naar goed zoeken, beoordelen van bronnen, communiceren online en privacykwesties. Dit vind ik allemaal ook heel belangrijk en daarbij zouden Mediavaardigheid en Nederlands veel meer samen moeten werken. Daarover later meer.

Verder is er nog veel meer te doen bij Nederlands om de leerlingen voor te bereiden op het worden van een kritische burger in de digitale wereld. Een paar voorbeelden. Bij het onderdeel Documenteren (wordt in schoolboeken vaak apart gezet)  aandacht besteden aan zoeken en beoordelen van bronnen. Bij het onderdeel Argumenteren en Kritisch lezen ( vaak ook als aparte cursus in schoolboeken) aandacht besteden aan Kritische lezen en Redeneren. Bij Schrijven aandacht besteden aan online schijven / communiceren ( het is een gotspe dat leerlingen nog steeds alleen maar sollicitatiebrieven leren schrijven op de ouderwetse manier). etc.

Een ander punt is dat ik het gevaarlijk zou vinden als informatievaardigheden en mediawijsheid nieuwe vakken gaan worden en dan ergens daarbinnen online tekstbegrip een plaats heeft. Het is onduidelijk wie dat vak zou gaan geven en of hij/zij expertise heeft in (online) tekstbegrip.

Eigenlijk vind ik dat alles dat wordt gedaan bij mediawijsheid in brede zin ( dus ook online tekstbegrip) uiteindelijk ook geïntegreerd zou moeten worden aangepakt.
Dit lijkt in tegenspraak te zijn met dat ik het aanleren van online tekstbegrip een primaire taak van Nederlands noemde. Maar dat vind ik niet. Er is sprake van parallelle processen. Ik vind dat (online) tekstbegrip en het onderwijs daarin bij Nederlands het meeste aandacht en tijd zou kunnen krijgen. En dat daar de expertise op het gebied van tekstbegrip zou moeten worden gevonden. Ik geeft toe dat dat misschien soms een te zonnige blik op de expertise van de collega’s Nederlands is. Maar expertise op het gebied van Online Tekstbegrip moet nog worden aangeleerd.
Daarna en daarnaast moet het natuurlijk aandacht krijgen in alle vakken. Dat is taalbeleid.

Eigenlijk vind ik dus dat Online Tekstbegrip snel aandacht moet krijgen in het onderwijs, dat we, kijkend naar de praktijk, Nederlands hier eerst op moeten aanspreken. Verder valt er ook nog veel meer te verbeteren aan het vak. Verder ben ik van mening: er moet veel meer energie worden gestoken in taalbeleid. Ik heb gezegd.

Tagged , , . Bookmark the permalink.

One Response to Online tekstbegrip, taalbeleid en mediawijsheid

  1. Pingback: Online tekstbegrip, taalbeleid en de rol van Nederlands « Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Leave a Reply