Onderwijsdagen 12 november: po, vo en mbo-dag Update

Het was een interessant dag

De onderwijsdagen 2014 op 12 november. Ik heb een presentatie gegeven over onlinegeletterdheid binnen het thema Mediawijsheid in het onderwijs: visies uit de praktijk. Voor het eerst dat men mij wil associëren met Mediawijsheid. Een uitdaging. Hier staat het programma van 12 novemberGaat u twitteren, gebruik dan de hashtag #owd14. U vindt Kennisnet op Facebook en LinkedIn, en Dé Onderwijsdagen op Twitter (@OWD2014).

Mediawijsheid in het onderwijs: visies uit de praktijk
Sprekers : Jeroen Clemens (Helen Parkhurstcollege), Jorick Scheerens (mbomediawijs.nl)
Is online tekstbegrip hetzelfde als offline tekstbegrip? Jeroen Clemens, docent Nederlands op het Helen Parkhurst in Almere en promoverend onderzoeker, zal in de eerste helft van deze sessie ingaan op digitale geletterdheid. Hij pleit voor onderwijs in online tekstbegrip, omdat het belangrijk is dat leerlingen geschreven informatie goed kunnen begrijpen en gebruiken, en geeft voorbeelden hoe dat er in de praktijk uit kan zien. (..) Hij pleit voor onderwijs in online tekstbegrip, omdat veel online teksten niet lineair zijn, hyperlinks hebben, of er uitzien als een discussie met commentaren. Ook zoekresultaten bevatten dergelijke onduidelijke verwijzingen. Leerlingen hebben hier moeite mee, maar halen wel bijna al hun informatie van internet. Er is dus een ander soort tekstbegrip nodig.
In de tweede helft van de sessie gaat Jorick Scheerens van mbomediawijs.nl in op de vraag hoe je aan de slag kan gaan met mediawijsheid in het mbo. Hij laat praktische voorbeelden en tools zien waarmee docenten in het mbo mediawijsheidlessen kunnen ontwikkelen en delen. Mbomediawijs.nl, een product van het Practoraat Sociale Media, is het startpunt voor mediawijsheid in het mbo. Doel van dit project is om tot onderwijsverbetering te komen middels de inzet van sociale media.

Workshop in Hasselt Netwerk Didactiek Nederlands over onlinegeletterdheid

Op 15 oktober heb ik een workshop gehouden over onlinegeletterdheid op de lerarenopleiding PXL in Hasselt, Vlaanderen. Ik heb dit al eerder beschreven. Het was een zeer geslaagde middag. Hieronder een beschrijving door Ghislain Duchâteau van de HSN. Hij vat de bijeenkomst als volgt samen ” Lectoren van drie hogescholen, leraren uit middelbare scholen, studenten en een uitgever van schoolboeken beleefden deze netwerkmiddag met grote betrokkenheid bij de presentatie en met veel inzet in de interactie met de deskundige presentator.” Ghislain is een oudgediende in het vak Nederlands en wees mij erop dat ik eigenlijk, volgens de regels van de Nederlandse taal, onlinegeletterdheid aan elkaar zou moeten schrijven. Ik ga daar nog op studeren, maar volg nu even zijn raad op. Dat was weer leren van mij.

Netwerkmiddag over ‘Onlinetekstbegrip’ – woensdag 15 oktober 2014 in Hogeschool PXL Hasselt

Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) en Hogeschool PXL organiseerden op woensdagmiddag 15 oktober 2014 in de Hogeschool PXL Departement Education (Lerarenopleiding), Campus Vildersstraat lokaal C104 – Vildersstraat 5 – 3500 Hasselt de netwerkmiddag

Onlinetekstbegrip voor leerlingen

Spreker: Drs. Jeroen Clemens

Doelpubliek: leraren secundair onderwijs Nederlands en andere vakken, pedagogische begeleiders en lerarenopleiders

Tijdsperiode: 14 uur – 16.30 u.

 Programma:

– Ontvangst en aanmelding
– Presentatie ‘Onlinetekstbegrip’ – deel 1
– Koffiepauze – netwerking
– Presentatie ‘Onlinetekstbegrip’ – deel 2 met interactie
– Afsluiting – netwerking

Onlinetekstbegrip voor leerlingen

Beide organisatoren van deze netwerkmiddag zijn bekommerd om de vaardigheden die leerlingen moeten hebben om te kunnen functioneren in onze digitale kennismaatschappijEen belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, onlinetekstbegrip. Het onderwijs moet  daar aandacht aan besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. Natuurlijk is het van groot belang dat onlinetekstbegrip bij alle vakken geïntegreerd aandacht zou krijgen.

Een van de oorzaken van de problemen met onlinetekstbegrip is dat onlineteksten heel andere karakteristieken hebben dan offlineteksten.

Onlineteksten zijn
(1) niet lineair opgebouwd,
(2) vaak niet één tekst, maar een cluster van teksten of tekstdelen, verbonden via hyperlinks,
(3) teksten die vaak online en in samenwerking worden geschreven,
(4) meestal multimediaal en multimodaal
(5) teksten die snel veranderen (OECD, 2011).
Onlineteksten genereren nieuwe tekstsoorten met hun eigen kenmerken: websites, blogs, tweets…

Ook nieuwe specifieke vaardigheden en strategieën komen eraan te pas bij het lezen van onlineteksten.

De Nederlandse onderzoeker en leraar Jeroen Clemens gaf ons opheldering geven over deze thematiek. Hij heeft er ruim onderzoek naar gedaan en doctoreert op dit thema.

In het schooljaar 2014-15 start Jeroen Clemens met de sectie Nederlands van Vathorstcollege te Amersfoort een pilot implementatietraject onlinegeletterdheid. Hierin gaan ze samen lessen en materiaal ontwikkelen en onderzoeken wat werkt en wat niet. Vathorst is heel innovatief bezig met onderwijs.

Aanbevolen lectuur van Jeroen Clemens:
– Artikel LTM “Het nieuwe lezen, anders bekeken. Een belangrijke uitdaging voor de talenleraren”
– Artikel Onlinegeletterdheid in VanTwaalfTotAchttien oktober 2014

Aandachtige deelnemers Jeroen Clemens blijft boeien
De spreker legt uit en vat samen Specifiek voor onlinetekstbegrip



De presentatie van Jeroen Clemens wordt binnen de 14 dagen vanaf 15 oktober online geplaatst.

Lectoren van drie hogescholen, leraren uit middelbare scholen, studenten en een uitgever van schoolboeken beleefden deze netwerkmiddag met grote betrokkenheid bij de presentatie en met veel inzet in de interactie met de deskundige presentator.

Contact: Ghislain Duchâteau
E-post: info@netdidned.be – Tel: 011 22 86 25

Omhoog

Artikel Online Geletterdheid in Van Twaalf tot Achttien, oktober 2014

In het oktobernummer van Van Twaalf tot Achttien, p.52-53  is een artikel van mij verschenen over onlinegeletterdheid. Ik beveel dit in uw aandacht aan. Voor mensen die onverhoopt VTTA niet altijd lezen, heb ik een scan van dit artikel bijgevoegd.  Online teksten lezen vraagt om nieuwe vaardigheden. VTTA, okt. 2014.  Tot mijn verbazing zag ik in het biografiestukje dat ik  op het Vathorst College werk. Dat is niet zo. Ik werk nog steeds op Helen Parkhurst in Almere. Ik werk wel met een docent-ontwikkelteam van leraren Nederlands van het Vathorst College in Amersfoort aan het ontwerpen en uitproberen van lessen online geletterdheid. Dit is een deelonderzoek in het kader van mijn promotieonderzoek.
Voor mensen die interesse hebben in onlinegeletterdheid, zie ook mijn artikel van mei 2014 in Levende Talen over hetzelfde onderwerp.

Mijn portret in Vives september 2014

Ik ben er trots op, een portret van mij, mijn activiteiten rond ICT en leren van de afgelopen 25 jaar en mijn onderzoek naar online geletterdheid in Vives, 141, september 2014. Lees dit in de Vives op school of neem een abonnement voor maar 10 Euro. Vives is de moeite waard. Of, als je veel haast hebt is hier  Het Portret in woorden  en ook Het portret in beeld  Het beeld is de foto, gemaakt door mijn dochter Robin Alysha Clemens, fotograaf in opleiding. Naam staat er helaas niet bij in Vives, de papieren uitgave. Online wordt dit goed gemaakt, heb ik begrepen. Dan hier ook maar de link naar haar website.
Verder ook een heel leuke Vives, met bijna een verjaardagsfeestje-gevoel met @kardonsch @bososs @jasperbloemsma @FadiEsak @ernomijland @trendmatcher @FransDroog over onder meer Tablets, BYOD, TheCrowd, en een gesprek met Paul Rosenmöller van de VO-raad, die ineens zegt dat scholen willen innoveren. Hij brengt het als een observatie en conclusie. Optimistich, zullen we maar zeggen, maar wel een goede instelling.
Een prachtige eersteling van hoofdredacteur @karinwinters.  Gefeliciteerd, Karin. 

Eerste reactie SLO boekje Digitale geletterdheid en 21e-eeuwse-vaardigheden

De SLO heeft net een concept boekje geschreven over Digitale geletterdheid en 21-eeuwse vaardigheden.
Omdat ik bezig ben met promotieonderzoek op het gebied van online geletterdheid / online tekstbegrip voelde ik de behoefte hier kort op te reageren, omdat volgens mij de kant van online geletterdheid als een uitbreiding van de vaardigheid lezen en schrijven teveel buiten beeld blijft. Om leraren erbij te betrekken is het van groot belang om de samenhang met wat ze al zien als vakinhoud te benadrukken. In mijn geval is dat door te stellen dat voor het begrijpen van begrijpen van online teksten  – online geletterdheid  – additionele vaardigheden nodig zijn. Online geletterdheid is dus een uitbreiding van de traditionele definitie van geletterdheid / lees- en schrijfvaardigheid. En ik spreek hierbij in elk geval de leraren Nederlands aan. Zoals al eerder gezegd lijkt dit aan te slaan omdat de interesse uit het veld groot is.
Ik citeer mijn reactie [er zijn een paar typo’s uitgehaald] en ik ben mij ervan bewust dat dit gezien kan worden als een schreeuw om aandacht voor mijzelf. Dat is niet de bedoeling. De SLO is er voor het onderwijs en ik vind dat het boekje voor het onderwijs nog te weinig biedt. Later ga ik er hier nog wat dieper op in.

Met interesse heb ik jullie conceptboekje gelezen over digitale geletterdheid en 21e-eeuwse vaardigheden. Zoals je weet ben ik bij Joke Voogt bezig met promotieonderzoek naar online geletterdheid. Daarbij constateer ik dat het feit dat geletterdheid in de zin van lezen en schrijven nu zoveel is veranderd dat er een nieuwe definitie aan moet worden gegeven en vooral dat het onderwijs in geletterdheid flink moet veranderen. Er is veel bewijs dat veel leerlingen niet meer goed in staat zijn online teksten te begrijpen, omdat daar additionele vaardigheden voor nodig zijn, die niet worden onderwezen en omdat andere vaardigheden en strategieën veel belangrijker zijn geworden ( zoals de door jullie genoemde kritische vaardigheden).
Jullie constateren terecht dat er veel termen worden gebruikt voor nieuwe of meer belangrijk geworden kennis en vaardigheden (en houding). In het onderwijs zie ik een terminologische verwarring.  En ik mis iets: Bij informatievaardigheden wordt leesvaardigheid als een voorwaardelijke vaardigheid gezien ( maar daarbij wordt uitgegaan van een traditioneel, niet meer passend beeld van leesvaardigheid / geletterdheid), en de KNAW lijkt vooral de ict-vaardigheid te benadrukken. De termen zoals jullie die bespreken in jullie rapport haken ook niet aan bij de leerkrachten en ( ik kijk even naar mijn school) nopen geheel niet tot integratie of uitbreiding van de eigen eindtermen van het vak, in mijn geval Nederlands. Ik schrijf hier ook over op mijn edublog zie bijv. http://bit.ly/1gFQ3Rl. Leraren hebben wel veel behoefte aan ondersteuning. Ik heb net een landelijke survey gehouden onder leraren Nederlands en zij hebben veel behoefte aan professionalisering maar niet aan nieuwe vakken (zie mijn artikel in Levende Talen Magazine: zie verderop). Ik zie de vaardigheid online teksten te begrijpen en te gebruiken dan ook als een uitbreiding van de definitie, in mijn geval van geletterdheid en de noodzaak meer nadruk te geven aan bepaalde vaardigheden in nieuwe digitale omgevingen. De school moet aan de slag. Ik kies hierbij pragmatisch om bij het vak Nederlands te beginnen en daar online teksten en bijbehorende vaardigheden te introduceren.
Ik heb daar net een artikel over gepubliceerd in Levende Talen Magazine.  Hierin zeg ik dat geletterdheid een andere inhoud heeft, online teksten fundamenteel anders zijn, leerlingen niet altijd goed zijn in die nieuwe vaardigheden en er nieuwe vaardigheden moeten worden onderwezen. Dit heeft ook consequenties voor het curriculum en de examens ( die nogal leidend zijn in ons land). In het oktobernummer van Van 12 tot 18 komt nog een artikel van mij hierover en in het septembernummer van Vives staat een interview met mij. De interesse uit het veld is groot van scholen tot uitgevers, van het CITO tot de (Vlaamse) lerarenopleidingen. Een uitgever heeft mij uitgenodigd om het auteursteam Nederlands te komen ondersteunen en mee te schrijven. De interesse is er nog niet van de SLO, ondanks het feit dat Jan vd Akker wel een keer tijdens een gesprekje zijn interesse toonde. Ik vind dat deze andere kijk op digitale geletterdheid niet genoeg in beeld is, ook niet in jullie verder mooie overzicht en dat daardoor de aansluiting bij het onderwijs minder goed plaatsvindt. Het gaat om het aansluiten van het onderwijs op de moderne tijd en dit is er een aspect van.
Groet,

Netwerkmiddag in Vlaanderen

Ook Vlaanderen is geinteresseerd in de nieuwe uitdaging van Online Geletterdheid. Ook zij benadrukken de waarde van samenkomsten in netwerken. Interessant is dat zij behalve leraren Nederlands ook leraren van andere vakken uitnodigen. Zij kijken ook vakoverstijgend. Prima idee. Ook nodigen ze leraren en lerarenopleiders samen uit. Ook een goed idee. Het lijkt me op deze manier goed voor taalbeleid in alle vakken en daarnaast ook goed voor aansluiting lerarenopleiding en scholen. Ben benieuwd.

Online tekstbegrip – Netwerkmiddag woensdag 15 oktober 2014 in Hasselt – aankondiging

NDN en Hogeschool PXL organiseren op woensdagmiddag 15 oktober 2014 in de Hogeschool Departement Lerarenopleiding (Education) in Hasselt de netwerkmiddag

Thema: Online tekstbegrip voor leerlingen
Spreker: Drs. Jeroen Clemens
Doelpubliek: leraren secundair onderwijs Nederlands en andere vakken en lerarenopleiders
Tijdsperiode: 14 uur – 16.30 u.
Uitnodiging volgt.

Online tekstbegrip voor leerlingen
Beide organisatoren van deze netwerkmiddag zijn bekommerd om de vaardigheden die leerlingen moeten hebben om te kunnen functioneren in onze digitale kennismaatschappij. Een belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, online tekstbegrip. Het wordt doorgaans niet onderkend als probleem en krijgt hierdoor nauwelijks aandacht in het onderwijs. Dit is zeer ten onrechte. Het onderwijs behoort  daar aandacht aan te besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. Natuurlijk is het van groot belang dat online tekstbegrip bij alle vakken geïntegreerd aandacht zou krijgen.
Een van de oorzaken van de problemen met online tekstbegrip is dat online teksten heel andere karakteristieken hebben dan offline teksten. Er is dus sprake van nieuwe tekstsoorten.
Een paar belangrijke kenmerken zijn dat
(1) online teksten niet lineair zijn opgebouwd,
(2) online teksten vaak niet een tekst zijn, maar een cluster van teksten of tekstdelen, verbonden via hyperlinks,
(3) er nieuwe tekstsoorten zijn als websites, blogs en tweets, met hun eigen kenmerken,
(4) teksten vaak online en in samenwerking worden geschreven,
(5) online teksten meestal multimediaal en multimodaal zijn en
(6) online teksten snel veranderen (OECD, 2011).

Niemand beter dan de Nederlandse onderzoeker en leraar Jeroen Clemens kan ons opheldering geven over deze thematiek. Hij heeft er ruim onderzoek naar gedaan en doctoreert op dit thema. Daarom nodigen wij hem uit om ons zijn verheldering van tekstbegrip online over te brengen en ons de betekenis daarvan voor onze leerlingen te verduidelijken.

Contact: Ghislain Duchâteau
E-post: info@netdidned.be – Tel: 011 22 86 25

 

 

Levende Talen Magazine “Het nieuwe lezen, anders bekeken “

Deze week is mijn artikel over Online tekstbegrip en online geletterdheid verschenen in Levende Talen Magazine (LTM). LTM is een vakblad voor talenleraren. De titel is Het nieuwe lezen, anders bekeken.  Een belangrijke uitdaging voor de taalleraren. De lead zegt wat ik duidelijk wil maken:  De meeste van onze leerlingen zijn vrijwel constant online. Online communiceren gaat snel en via steeds weer nieuwe digitale middelen. Leerlingen hebben daar zo te zien geen enkel probleem mee. Deze kinderen hoeven niets meer te leren, zeker niet van de digital immigrants, die wij als oudere leraar zijn. Zij zijn verder en beter dan wij… Deze gedachtengang is voor een groot deel een misverstand, waar we als leraren talen snel vanaf moeten. Er is een nieuwe uitdagende opdracht en leraren zijn daar heel belangrijk bij.
Voor diegenen die onverhoopt geen lid zijn van Levende Talen hier het LTM artikel mei 2014 Ik hoop op veel reacties.

Onlinegeletterdheid: weten waar we over praten

Deze post verschijnt ook op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs
Nieuwe vormen van communicatie online vragen een nieuwe vorm van geletterdheid. Over de vraag wat dat precies is, vindt een hevige discussie plaats. We weten al genoeg om te kunnen constateren dat het gebruiken van informatie online nieuwe vaardigheden vraagt, dat leerlingen hier niet altijd goed in zijn en dat er nieuwe didactiek en materiaal nodig is om in het onderwijs hier aandacht aan te kunnen besteden. Dit is onderwerp van mijn promotieonderzoek.
Ik krijg vanwege mijn onderzoek naar online tekstbegrip regelmatig scholen aan de lijn die willen praten over hoe zij aandacht zouden kunnen besteden aan het begrijpen en gebruiken van online informatie. Ook anderen willen hierover in gesprek (CITO, lerarenopleidingen, uitgevers etc). De ‘sense of urgency’begint te komen, het is hot.
In de gesprekken zie ik dat er veel verwarring is. Een belangrijke reden daarvoor is dat er een Babylonische spraakverwarring is rond werken met internet en online informatie.  Hier sprak ik al over in oktober 2011 (!)  “Come, let us go down and confound their speech”. Maar het is de afgelopen jaren niet beter geworden. Een onduidelijke terminologie zit innovatie van onderwijs in de weg, is mijn stellige overtuiging. Ik praat vooral met talendocenten. Ik ben er zelf ook een.

Een van de beletselen om als (talen)docent na te denken over een uitbreiden van het curriculum is de onduidelijke definitie en verwarrende terminologiie. Het gaat om termen als: 21st century skills, digitale geletterdheid, ict-vaardigheden, mediavaardigheden en –wijsheid, informatievaardigheden, online tekstbegrip, het nieuwe lezen en nog veel meer. In de Engelstalige literatuur wordt de term literacy (geletterdheid) veel gebruikt, maar die term is verworden tot een synoniem van vaardigheid en dus slecht bruikbaar geworden (Belshaw, 2011). Een rapport van de KNAW (KNAW, 2012) heeft als titel Digitale Geletterdheid, maar die term wordt daar gebruikt als synoniem voor ICT-vaardigheid, waar docenten informatica mee aan de slag kunnen. De term Informatievaardigheden wordt ook veel gebruikt (Brand-Gruwel, S., & Walhout, J., 2010).

Ik pleit voor de termen onlinegeletterdheid en online tekstbegrip. Ik leg uit waarom. In gesprekken met (talen)docenten probeer ik consequent te blijven in mijn terminologie en aan te sluiten bij termen waar zij aan gewend zijn. In het talenonderwijs is de term geletterdheid bekend en dit is opgenomen in domeinen van het vak. Deze term omvat drie competenties: Lezen, Schrijven en Literaire competentie. Ik wil mij hier richten op de taalvaardigheidscomponenten, dus lezen en schrijven. Geletterdheid is een psycholinguistisch proces dat verschillende fasen omvat. Talendocenten hanteren als zij hierover praten meestal de hoofdfasen Verwerven, Verwerken en Verstrekken. Binnen deze fasen worden verschillende vormen van taalkennis, taalvaardigheden en -strategieën opgenomen. In de eerste twee fasen gaat het vooral over leesvaardigheid / tekstbegrip en de laatste fase betreft online schrijven, met onderliggende taalkennis, deelvaardigheden en strategieën.

Het lezen en schrijven vindt tegenwoordig vooral via internet plaats, online dus. Voor het goed kunnen lezen en schrijven online wil ik dan ook de term onlinegeletterdheid hanteren, het (kunnen) lezen en schrijven online. Simple as that. Dit betekent een uitbreiding van de term en het domein dat wordt gehanteerd in talenonderwijs. Het is ook een duidelijk standpunt dat online geletterdheid bij talenonderwijs hoort en geen nieuw vak is, zoals informatievaardigheden of digitale geletterdheid, zoals gedefinieerd door de KNAW.  Bovengenoemde fasen komen overeen met wat in Engelstalig onderzoek Online Reading Comprehension wordt genoemd of de laatste jaren steeds vaker wel New Literacies ( Leu, 2013; OECD, 2011 ), en ook met de fasen die worden gehanteerd in de publikaties over informatievaardigheden.
Binnen online geletterdheid horen dan Online Tekstbegrip ( het begrijpen van online informatie) en Online Schrijfvaardigheid ( het communiceren via internet en digitale tools).

Ik gebruik de term online en niet digitaal. Het feit dat een tekst digitaal is niet zo belangrijk. Als een artikel integraal als PDF online wordt gezet is het niet veel anders dan de papieren variant en zijn de vaardigheden die je daarvoor nodig hebt ook vrijwel hetzelfde. Dit geldt ook voor e-boeken, meestal een exacte digitale kopie van een papieren boek. Wat ervoor zorgt dat online geletterdheid anders is, en dus een uitbreiding van het traditionele definitie van geletterdheid en tekstbegrip is dat veel online teksten helemaal niet lijken op papieren teksten. Het zijn nieuwe tekstsoorten met hun eigen, afwijkende kenmerken ( zie ook artikel in Levende Talen te verschijnen in het april/ meinummer). Voor die nieuwe tekstsoorten zijn nieuwe vaardigheden nodig. En die nieuwe vaardigheden vragen innovatie van het huidige onderwijs.

Ik hoop dat door iets preciezer te zijn met terminologie de discussie over wat we moeten doen makkelijker zal verlopen. We kunnen het dan sneller hebben om waar het om gaat, nieuwe vormen van taalvaardigheid onderwijzen. Daar hebben leerlingen in de huidige digitale netwerkmaatschappij recht op.

Brand-Gruwel, S., & Walhout, J. (2010). Informatievaardigheden voor leraren. Open Universiteit.
KNAW. (2012). Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs (pp. 1–44). Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Leu, D. J., Kinzer, C., Coiro, J., Castek, J., & Henry, L. A. (2013). New Literacies: A Dual-Level Theory of the Changing Nature of Literacy, Instruction, and Assessment. In N. J. Unrau, N. Unrau, D. Alvermann, & R. B. Ruddell (Eds.), Theoretical Models and Processes of Reading (6 ed., pp. 1150–1181). International Reading Association. doi:10.1598/0710.42
OECD. (2011). PISA 2009 Results: Students On Line (Vol. VI, p. 395). OECD Publishing. doi:10.1787/9789264112995-en