Lezen 2016: een driemaster of driedubbel spiegelei. Samen aan het werk. [update]

 

schermafdruk-2016-10-09-19-41-08Lezen is tegenwoordig een driemaster. Dat betekent dat de lezer meer moet kunnen dan in de tijd van de eenmaster, die we in onze schoolboeken zien rondvaren. De dominante manier waarop informatie wordt gedeeld is via internet, dus online. Vaardigheden die leerlingen leren bij onderwijs in tekstbegrip zijn niet voldoende om geletterd te zijn op internet (Coiro & Moore, 2012; Clemens, 2014). Het gaat hier dus niet om lezen op het scherm (Driessen, 2013; Stichting Lezen, 2016), maar om het begrijpen en gebruiken van nieuwe tekstsoorten en manieren van communicatie online, door mij onlinegeletterdheid genoemd. Dus we moeten aan de slag. En dat gebeurt steeds meer, gelukkig.

De teksten zijn sterk veranderd. Digitale bronnen/ tekstsoorten verschillen sterk van de lineaire inleiding-kern-slot teksten die we nu vooral gebruiken in het onderwijs. Online teksten zijn meestal niet lineair, maar hyperteksten, multimediaal, steeds veranderend en met vaak onduidelijke auteurs.
De lees- en leertaken van lezers worden steeds complexer en digitaler. Op school moeten leerlingen steeds vaker onderzoek doen voor grotere opdrachten waarvoor ze in staat moeten zijn bronnen te zoeken en vinden, deze bronnen te beoordelen op deugdelijkheid en bruikbaarheid, deze bronnen gericht lezen om antwoord te krijgen op hun onderzoeksvraag, de antwoorden systematisch op te slaan en deze bronnen te synthetiseren/ samenvoegen in een eigen tekst en daarna hun bevindingen te delen met anderen op allerlei manieren, ook online. Hierin zitten veel nieuwe vaardigheden als goed gebruiken van zoekmachines, wordt er nog meer beroep gedaan op metacognitieve vaardigheden (zelfsturing, gericht lezen) en zijn de dingen die zij nu leren bij vaardigheden, zoals kritisch lezen, niet meer voldoende bij kritisch lezen van online informatie. Veel leerlingen zijn daar niet goed in. We zien ook dat de overheid en het bedrijfsleven die vaardigheid verwacht van de burger: betalen belasting moet online, de overheid communiceert met ons via ons persoonlijk dossier en om een baan te krijgen moet je je goed kunnen presenteren via allerlei digitale kanalen.

Waar hoort onlinegeletterdheid in het curriculum thuis? Mijns inziens is het in elk geval een geïntegreerd onderdeel van Nederlands. En – maar dan hebben we het over een 21e eeuwse versie van taalbeleid- hoort het natuurlijk bij alle vakken aandacht te krijgen. De definitie van geletterdheid moet worden uitgebreid en onlinegeletterdheid moet daarin geïntegreerd aandacht krijgen. Veel aandacht. Van alle docenten.
Gelukkig sta ik met deze gedachte  niet alleen. De SLO zegt in haar rapport Curriculumspiegel 2015 Deel B: vakspecifieke trendanalyse het volgende “Om problemen van verkaveling en eenzijdig toetsen aan te pakken, wordt de laatste jaren sterk gepleit voor ontkaveling van het onderwijs Nederlands, ofwel voor geïntegreerd taalonderwijs. Daaronder verstaan we taalonderwijs waarin leerlingen vaardigheden (lezen, schrijven, spreken, luisteren) en kennis over taal (spelling, woordenschat, grammatica/taalbeschouwing) niet in cursorische deelleergangen maar in onderlinge samenhang verwerven. Hierbij staan de taaltaken die leerlingen uitvoeren centraal. Een taaltaak is een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context die moet leiden tot een concreet resultaat of product. Ook taaltaken die belangrijk zijn in 21e eeuwse gedigitaliseerde communicatie horen hierbij, zoals het omgaan met digitale bronnen, het lezen en schrijven van webteksten en het gebruik van korte tekstberichten. Bij het uitvoeren van taaltaken komen verschillende taalvaardigheden geïntegreerd aan de orde (curs. Auteur).”. (SLO, 2015). In een andere publicatie van SLO, Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (van der Leeuw, Meestringa, & van Silfhout, 2015), wordt ook aandacht besteed aan onlinegeletterdheid en integratie. De auteurs pleiten ervoor dat er meer aandacht moet komen voor nieuwe ontwikkelingen zoals “online geletterdheid, aandacht voor gamen, hyperteksten, mixed media”. En geven aan dat we “geen nieuwe domeinen [moeten] ontwikkelen zoals digitale vaardigheden. (van der Leeuw et al., 2015).
Gelukkig begint de overheid het belang van een goede beheersing van onlinegeletterdheid ook te beseffen. In het eindrapport Onderwijs2032 wordt op twee plaatsen gesproken over onlinegeletterdheid. Bij Nederlands en in de paragraaf Digitale Geletterdheid. Bij Nederlands wordt gezegd “ Ook kritisch teksten lezen en bespreken en leren omgaan met het steeds grotere aantal informatiebronnen verdienen meer aandacht. Digitale teksten en beelden komen steeds vaker in de plaats van papieren tekstvormen en ook daar moeten leerlingen vaardig mee kunnen omgaan. Een digitale tekst lees en schrijf je anders dan een tekst op papier en om via filmpjes informatie te kunnen verwerven moet je begrijpend kunnen kijken en luisteren.” (Schnabel, 2016)p. 30.  Onder het kopje Digitale Geletterdheid worden 4 verschillende dingen verstaan. Wat bij informatievaardigheden staat valt voor een groot deel samen met de kennis en vaardigheden van onlinegeletterdheid. Maar dit wordt als apart

Hoe kunnen we deze uitdaging aanpakken?  De inhoud van wat wordt geleerd en onderwezen m.b.t. geletterdheid moet worden uitgebreid ten opzichte wat er nu in kerndoelen, eindtermen en schoolboeken staat en, zolang er nog niets in het beschikbare lesmateriaal staat, gaan we dat samen maken. Dat doe ik de afgelopen jaren met steeds meer scholen, leraren en studenten (zie http://bit.ly/onletishot).
Het probleem is dat er nog niet zoveel lesmateriaal en didactiek direct ter beschikking is in Nederland. We kunnen dan wachten op de lange weg: Nieuwe inzichten en regels overheid, aanpassen eindtermen en referentieniveaus, aanpassen schoolboeken. Maar dit duurt zekere 5 jaar, als je optimistisch bent.
Dus propageer ik ook de korte weg te kiezen: zelf doen, de power of the crowd gebruiken, de uitdaging aangaan. Dus: in met leraren, docent-ontwikkelteams (op school en landelijk) aan het werk met zelf ontwerpen van lessen en didactiek en het onderzoeken van de effectiviteit daarvan.
Dit gebeurt al enige tijd, dus er is al materiaal voorhanden en de ontwikkelteams/ leraren maken steeds meer zelf. Deze uitkomsten wil ik steeds meer gaan delen met mensen die zelf ook willen bijdragen aan nieuwe inzichten en materiaal. Neem contact op als je je aangesproken voelt. In een volgend stuk zal ik voorbeelden geven van ontwikkeld materiaal en resultaten. Het kan, als we het willen.

Waarom de driemaster of dubbel spiegelei in de titel? Afflerbach, de laatste jaren vaan samen met Cho, heeft veel onderzoek gedaan naar leesvaardigheid. Een van de onderzoeken  is een meta-onderzoek waarin gekeken wordt waar onderzoek mbt lezen zich vanaf 1995 tot 2011 op heeft gericht (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015; “Determining and describing reading strategies: Internet and traditional forms of reading,” 2010). We zien dat er eerst vooral onderzoek werd gedaan naar de basisvaardigheden van lezen, dat zo’n 15 jaar geleden de focus ook werd gericht op de aanvullende vaardigheden die nodig zijn om informatie uit meerdere teksten te combineren (synthese-vaardigheid) en dat het laatste decennium onlinegeletterdheid het meeste aandacht krijgt, omdat daar weer nieuwe vaardigheden voor nodig zijn. Dus het schip leesvaardigheid heeft tegenwoordig drie masten.
Lezen 1: basisvaardigheden van begrijpend lezen; traditioneel kern van curriculum; taalvaardigheden en metacognitieve vaardigheden/ strategieën. Met deze vaardigheden kan je op de binnenwateren varen. De lineaire tekst waarvan we meestal nog kunnen zeggen dat hij een inleiding, kern en slot heeft. Voorbeelden: samenhang binnen tekst, voorkennis inzetten, alinea-verbanden, functie tekstdelen. De nadruk ligt vaak op de betekenis die de schrijver in de tekst heeft gelegd.
Lezen 2: Meervoudige teksten. Combineren van meerdere teksten; hogere orde vaardigheid synthetiseren; relatie met curriculum en lesmateriaal. Hiermee kom je al in de grotere wateren van binnen- en buitenland. Voorbeelden: tekst 1 relateren aan tekst 2 en de overeenkomsten en verschillen interpreteren, gericht verschillende informatie halen uit meerdere teksten, voorkennis uit een tekst gebruiken bij het lezen van een tweede tekst, beoordelen van bruikbaarheid van een tekst ten opzichte van de andere. Hier moet een lezer al meer een eigen tekst construeren uit meerdere informatiebronnen.
Lezen 3: Onlinegeletterdheid. Verschillende studies hebben succesvol leesgedrag op internet bestudeerd. Een succesvolle lezer maakt strategische beslissingen welke teksten te lezen en in welke volgorde, gestuurd door een lees- of leervraag. Afflerbach en Cho noemen dit het proces van ‘realizing and constructing potential texts’ . Een lezer construeert, gebruik makend van verschillende bronnen, zijn eigen tekst (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015). Goede online lezers navigeren op internet gestuurd door een leervraag, monitoren hun leesproces, stellen zichzelf vragen, maken beslissingen over bruikbaarheid en deugdelijkheid, en bouwen zo een individuele leesroute. Er zijn nieuwe vaardigheden en strategieën betrokken bij dit proces van het verkennen en lezen van informatie online, zoals zoeken en vinden van bruikbare informatie, kritisch beoordelen op bruikbaarheid en deugdelijkheid van bronnen, kiezen welke deelinformatie bruikbaar is, en het synthetiseren van deze informatie (Donald J Leu, Kinzer, Coiro, Castek, & Henry, 2013). Daarnaast vraagt het vaardigheden dit ook online te communiceren

Als je alle drie masten goed hebt opgetuigd, kan je de grote oceaan van het internet ook bevaren en nieuwe uitdagingen aan. Je kan dan alle wateren bevaren en bent voorbereid op de maatschappij van tegenwoordig. Dit betekent dat wij in staat moeten zijn om, als we leerlingen willen leren alle informatie goed te begrijpen en gebruiken, we in staat moeten zijn de zeilen van alle drie masten in te zetten. We moeten in ons curriculum dus naast traditioneel tekstbegrip ook aandacht besteden aan werken met meerdere teksten en aan onlinegeletterdheid.
Het alternatieve beeld van spiegelei gebruik ik om aan te geven dat er een uitbreiding plaatsvindt. Lezen 1 is de eerste ei of rondje, Lezen 2 komt daar omheen en Lezen 3 daar weer omheen. De vaardigheden omsluiten elkaar. Dat betekent dat bij lezen 3 zijn de vaardigheden van lezen 1 en 2 ook nodig, maar het wordt complexer en er worden nieuwe vaardigheden en kennis aan toegevoegd.

Afflerbach, P., & Cho, B.-Y. (2010). Determining and describing reading Strategies. In W. Schneider & H. S. Waters (Eds.), Metacognition, Strategy Use, and Instruction (pp. 201–225). New York: Guilford Press.

Cho, B.-Y., & Afflerbach, P. (2015). Reading on the Internet. Journal of Adolescent & Adult Literacy58(6), 504–517.

Clemens, J. (2014). Online tekstbegrip en online geletterdheid. Het nieuwe lezen, anders bekeken. Levende Talen Magazine4(mei 2014).

Coiro, J., & Moore, D. W. (2012). New Literacies and Adolescent Learners: An Interview With Julie Coiro. Journal of Adolescent & Adult Literacy55(6), 551–553.

Driessen, M. (2013). Het nieuwe lezen. Levende Talen Magazine100(8), 4–8.

Donald J Leu, J., Kinzer, C., Coiro, J., Castek, J., & Henry, L. A. (2013). New Literacies: A Dual-Level Theory of the Changing Nature of Literacy, Instruction, and Assessment. In R. B. Ruddell & D. Alvermann (Eds.), Theoretical models and processes of reading (6 ed., pp. 1150–1181). International Reading Association.

Schnabel, P. (2016). Ons onderwijs 2032. Eindadvies. Den Haag : Bureau Platform Onderwijs2032.

SLO. (2015). Curriculumspiegel Deel B: Vakspecifieke trend­analyse. Enschede: SLO.

Stichting Lezen. (2016). Leesmonitor – Het Magazine. Digitaal Lezen, Anders Lezen? Retrieved April 15, 2016, from http://www.lezen.nl/sites/default/files/Leesmonitor1-2016_lr.pdf

van der Leeuw, B., Meestringa, T., & van Silfhout, G. (2015). Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (pp. 1–3). Enschede: SLO.

 

 

 

 

 

 

 

 

It Giet Oan! Een stap verder met de ontwerpgroep onlinegeletterdheid

Schermafdruk 2015-11-15 13.39.14

Dit schooljaar ben ik vooral bezig met het ontwikkelen van de concrete praktijk van onderwijs in onlinegeletterdheid. Ik ben blij dat er veel interesse is. Belangrijk is het nu meer concreet te maken door het ontwerpen van lessen en materiaal en dit uit te proberen. We zijn sinds kort weer een stapje verder. Er start een landelijke ontwerpgroep en voor mijn onderzoek werk ik met drie proefscholen die lessen ontwerpen en uitproberen. We gaan kijken of die lessen de leerlingen beter maken in onlinegeletterdheid. Dus moeten we ook zicht op te krijgen op hun onlinegeletterdheid voor- en achteraf. Hiervoor heb ik inmiddels een testomgeving gemaakt, die is gebaseerd op het ORCA (Online Reading Comprehension Assessment) instrument van Don Leu c.s. Dit heb ik gedaan in samenwerking met slimme leerlingen als programmeurs.
Maar inmiddels zijn er ook veel leraren, remedial teachers en scholen die aan de slag willen. De uitdaging is nu om dit zo te organiseren dat we kunnen werken aan co-creatie zonder dat we vaak bij elkaar komen. Er gaan namelijk mensen meedoen uit bijvoorbeeld Heerenveen, Goes en Brugge in Vlaanderen. Leraren geven zich op via de workshops die ik hou en als reactie op een oproep die ik heb gedaan om samen te gaan werken. Ik heb voorgesteld om vooral vooral online te gaan werken via een online community en via Google Drive. Ik heb  al ervaring met deze manier van samenwerken met mijn leerlingen en heb op deze wijze ook al samen met leraren opdrachten gemaakt voor de veranderde eindexamen Nederlands.
Maar het is niet makkelijk – elk geval niet voor mij – om een goed werkende online werkgemeenschap van de grond te krijgen. Alleen informatie, voorbeelden en een manier van werken is niet genoeg. Er moet toch een combinatie komen van live bijeenkomsten en online werken. Maar mijn tijd is beperkt, lesgeven en promoveren vragen ook veel tijd en aandacht. Op de HSN conferentie van 13 en 14 november heb ik hier tijdens mijn workshop en op andere momenten over gesproken met mensen die actief aan de gang willen. Hoe kunnen we regionaal en landelijk aan de slag in een combinatie van live bijeenkomsten en online. Een van de beslissingen die we hebben genomen is dat vooroplopende mensen een aanvullende rol gaan nemen om het ontwerpen op regionaal verband te ondersteunen. Dries Krikke uit Heerenveen is de eerste die deze rol wil gaan vervullen in het Noorden. Hij wordt het rayonhoofd in het Noorden van Nederland. Daarom in de titel het enthousiaste It Giet Oan! Hij gaat met de proefschool in Leeuwarden samenwerken en probeert ook anderen uit de regio actief te krijgen en te ondersteunen. Hij zou ook bijeenkomsten in die regio kunnen organiseren. Ik ben erg blij met deze nieuwe manier van werken. Ik ga eerst kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt, maart ben nu toch al op zoek naar collega’s die een vergelijkbare rol zouden willen en kunnen spelen voor de regio’s Randstad, Oosten en Zuiden. Neem contact op voor overleg hierover. We gaan zien of dit werkt. Ik wil zelf af en toe meewerken op een regionale bijeenkomst en iemand hebben die mij kan ondersteunen het proces actief te houden in de regio. Hopelijk is dit een vorm van professioneel samenwerken die het implementeren van onlinegeletterdheid een nieuwe impuls zal geven.
Een tweede beslissing die tijdens de HSN conferentie is genomen is dat ik meer halffabrikaten wil gaan maken van lessen en materialen voor onderwijs in onlinegeletterdheid. Het blijkt toch vaak te moeilijk om met alleen losse voorbeelden en informatie bruikbaar lesmateriaal te ontwerpen. Dit wist ik al maar had niet genoeg tijd om het anders te doen. Er is toch meer steun voor nodig. We kunnen nu een stap verder doen doordat ik een afspraak voor samenwerking heb gemaakt met Maarten Sprenger. Hij is specialist kinderinformatie en zoekgedrag bij startup Wizenoze, publiceerde het boek “Slim Zoeken op internet” en ontwikkelt een doorlopende leerlijn zoekvaardigheden als onderdeel van Onlinegeletterdheid. Maarten en ik gaan een serie lesmodules maken die door leraren en scholen op maat gemaakt kunnen worden. Hierdoor denken we dat het ontwerpen en uitproberen van lessen beter van de grond zal komen. Ook zullen Maarten en ik gaan werken aan een betere online community. Hij heeft daar veel ervaring mee. Zo heeft de HSN conferentie nog veel meer opgeleverd dan een goede conferentie voor de meer dan 400 aanwezigen. Ik ben er blij mee. Onderwijs is onlinegeletterdheid giet oan!

Co-create lessen onlinegeletterdheid: power of the crowd

Naar aanleiding van verzoek van veel (toekomstige) collega’s ( leraren, lerarenopleiders en studenten in Nederland en Vlaanderen) start ik binnenkort een ontwikkelgroep onlinegeletterdheid, toegankelijk voor alle leraren Nederlands en lerarenopleiders. Als je interesse hebt, geef dit dan aan via dit online formulier . Geef deze uitnodiging door aan zoveel mogelijk collega’s. Dank alvast. Het gaat mooi worden!

In een nieuw te starten ontwikkelgroep wil ik met leraren Nederlands en lerarenopleiders / studenten Nederlands uit Nederland en Vlaanderen gaan werken aan het ontwerpen en uitproberen van nieuw lesmateriaal en didactiek voor onlinegeletterdheid. In conferenties, tijdens workshops en spontaan via mail of twitter hebben veel leraren al enthousiast gereageerd op het idee dit te gaan doen. De vragen die ik heb gekregen kwamen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo in Nederland en uit Vlaanderen. Ook lerarenopleiders po en vo en studenten worden uitgenodigd. Wachten op SLO en uitgevers duurt te lang en er zijn natuurlijk veel getalenteerde collega’s. Als we samen aan de slag gaan, hebben we binnenkort goed materiaal voor ons onderwijs. Ik wil samen bepalen hoe we het best kunnen samenwerken, hoe en hoeveel online, welke live bijeenkomsten we willen organiseren etc. Help mij ook bij nadenken hierover.The power of the crowd 😉

Dit jaar ben ik in mijn promotieonderzoek bezig met een pilot op het Vathorstcollege in Amersfoort. Ik werk daar met docenten Nederlands in een docentontwikkelgroep. Wij ontwerpen daar nu al lessen en proberen die uit. De leerlingen worden eerst getest met de Nederlandse versie van de ORCA-test, een veelgebruikte testomgeving uit Amerika van Don Leu en collega’s. Ik heb daar een Nederlandse versie van gemaakt samen met drie van mijn leerlingen als programmeurs. Die kan ook worden ingezet. Zie meer in deze blog.

Ook ga ik volgend jaar mijn implementatieonderzoek uitbreiden en wil ik met minstens vijf scholen gaan werken. Ook daar kunnen we het samen ontwikkeld materiaal en didactiek uitproberen en onderzoeken.
Stel mij vragen als je meer toelichting wilt. Adresgegevens (mail, twitter, GooglePlus etc.) vind je op mijn profielpagina.

Online vakoverstijgende leeromgeving 1999-2002. Heelal, deel 2

Het Heelal leeromgeving In een andere blog heb ik al gesproken over de digitale vakoverstijgende leeromgeving die ik heb ontworpen aan het eind van de vorige eeuw. Ik vond het erg leuk dat ik informatie daarover terugvond op de (digitale) zolder.
Daarna vond ik nog meer informatie op diezelfde zolder. In 2002 werd ik geïnterviewd voor het NVOX-blad door Henny Kramers-Pals. We hadden het toen nog over het verschil tussen digitale leeromgevingen en Webquests ( weet je nog?). Wat een leuke dingen deed ik toen 😉
Hier staat het interview Jeroen Clemens over de digitale leeromgeving Het Heelal 

HSN28 Conferentie Onderwijs Nederlands Brugge 2014

De Conferentie Nederlands HSN28 op 14 en 15 november 2014 in Brugge was een groot succes. Bijna 500 deelnemers, verdeeld over twee dagen. Bij binnenkomst al gelijk een mooi ontworpen boek met de abstracts en het programma.

Deze wordt binnenkort ook online ter beschikking gesteld via het TaaluniveIMG_2514rsum van de Taalunie waar de andere conferentiebundels van de HSN conferenties ook staan. Er werden meer dan 80 workshops en presentaties aangeboden in 11 stromen (1) Basisonderwijs, (2) Evaluatie en toetsing, (3) Hoger onderwijs, (4) Leesbevordering, (5) Lerarenopleiding basisonderwijs, (6) Literatuuronderwijs, (7) Onderwijsinnovatie, (8) Taalbeleid en -screening, (10) Taalbeschouwing en (11) Taalvaardigheid

Jordi Castelyn van de Universiteit Gent (Ugent) en ik waren kolomleiders van de stroom Onderwijsinnovatie met zeven presentaties. De abstracts vind je hier. Binnenkort komen links naar een aantal presentaties hier beschikbaar. Kom dus regelmatig terug.

De volgende workshop zijn gegeven in de stroom Onderwijsinnovatie  (1) Leuridan & Eva Van de Wiele Digitale ondersteuning bij schrijfopdrachten, (2) Matthias Lefebvre Voer je eigen taalonderzoek!, (3) Elke Van Steendam & Luk Degrez Effecten van expliciete en impliciete instructie op verwerven van academische schrijftaak, (4) Differentiatie in het onderwijs, (5) Dhaenens, Bart Devos & Jordi Casteleyn’Storyboarding en leren presenteren, (6) Arnaud Kuipers & Rutger Cornelissen Flip je les Nederlands en (7) Jeroen Clemens Onlinegeletterdheid. Een uitdaging voor leraren en lerarenopleiders.

Mijn presentatie was de laatste op zaterdag, maar de vrees dat leerlingen het laatste uur geen zin meer hadden, was geheel ten onrechte. Het klaslokaal kon 65 mensen herbergen en het waren er meer. De interesse was groot, het was een divers publiek en het was zeer actief en inspirerend. Verschillende leraren en lerarenopleiders kwamen met interessante vragen en wilden ook zelf aan de slag. Ondanks dat mijn promotieonderzoek en ontwikkelwerk betrekking heeft op het VO, was er ook veel interesse uit het beroepsonderwijs, het PO en de PABO’s. Ook onderzoekers waren aanwezig. Ik geloof erg in de ‘wisdom of the crowd’, dus ik overweeg nu om een online ontwikkelomgeving te  maken, waarin leraren en lerarenopleiders uit Nederland en Vlaanderen samen aan het werk gaan om mooi lesmateriaal te ontwerpen. Een deel daarvan kan ik later weer onderzoeken op effectiviteit. Hierover later mee in een aparte blog. Heb inmiddels al een uitnodiging om in Torhout in West-Vlaanderen een studiemiddag te houden, zoals al eerder in Hasselt. Heel inspirerend allemaal.

Gelukkig is de staatssecretaris Sander Dekker @SanderDekker, ook enthousiast over de aandacht voor onlinegeletterdheid 😉

Retweet van Sander Dekker staatssecretaris onderwijs

 

een wiki voor discussie en debat?

Ik ben weer bezig om lessen te ontwerpen voor discussie en debat. Ik doe dat op dit moment voor 4 VWO.
Er is al een aantal leerlingen bezig in een debatclub van de school, dus er is wel interesse. En leeringen moeten mondelinge en schriftelijke betogen houden, werkstukken schrijven, debatten en discussies voeren, etc

Een van mijn zwakkere kanten is is organisatie. Ik zie vaak leuke onderwerpen in de krant, op op tv of op internet waarvan ik denk dat dat een heel goed onderwerp is om een debat over te voeren of over te discussiëren. Ik knip dan uit en zet het in een mapje of deel het uit, maar het blijft te incidenteel. Het volgende jaar moet ik het weer voor een groot gedeelte overnieuw doen. En de onderwerpen blijven niet up-to-date genoeg.
Wat een zwakke kant is van leerlingen is het genereren van ideeën en probleemstellingen. Op mijn school, een Daltonschool, proberen we vaak ‘ het uit de leerlingen te laten komen’. Dat is moeilijk. Als ik ze vraag waar ze een scriptie, een betoog of een beschouwing over zouden willen houden, wat een brandende kwestie is om een mondeling betoog over te houden, blijft het bij de meeste leerlingen stil.
Vaak neem ik grote stapels kranten en dag- en weekbladen mee, maar, nog steeds tot mijn verbazing, halen ze daar heel moeilijk brandende kwesties uit, terwijl dat bijvoorbeeld bij de NRC-Next zo makkelijk te vinden is. Daar ga ik ook later nog eens mee aan de slag.

Om het mij en hen ook wat makkelijker te maken dacht ik aan een plek om alles bij elkaar te zetten en toegankelijk te maken voor het onderwijs, dus interessante kwesties neer te zetten om over te debatteren of te discussiëren en die up-to-date te houden. Hiervoor zou ik ideeën van collega’s en van leerlingen bij elkaar willen brengen.
Ik wil geen grote en daardoor onoverzichtelijke bak maken. Dit is de valkuil van het zo makkelijk toegankelijk zijn van informatie. Mijn Delicious is bijvoorbeeld al veel te onoverzichtelijk geworden. De boel wordt regelmatig opgeschoond.

Aangezien we in deze tijd van sociale software zoveel mogelijkheden hebben om expertise te bundelen heb ik het volgende idee ontwikkeld, waar ik graag commentaar op wil hebben.
We maken een WIKI. Die WIKI dient als Instructieruimte ( pagina’s : hoe pak ik een discussie/ debat aan, tips etc) en vooral als ideeënplaats of zoals de Vlamingen zo mooi zeggen een Denkpiste.
Ik zou mensen willen uitnodigen hieraan hun bijdrage te leveren. Hierbij denk ik aan mensen uit het onderwijs ( in brede zin), uit bibliotheken, de krant in de klas, jourmalisten (?) etc. En een paar leerlingen die ik / wij op basis van serieusheid uitkies of anderen aanbieden.

Wat denken jullie hiervan? En wil je meedoen?

Dit bericht sluit aan op ideeën die ik heb geopperd over het literatuuronderwijs ( zie tags literatuuronderwijs) en ook aan het uitwerken ben over schrijfonderwijs.

meer liefde voor literatuur: ontwerp mee

Leerlingen weten weinig over literatuur en hebben over het algemeen een negatief vooroordeel over literatuur. Ik heb de afgelopen weken weer met 55 leerlingen een gesprek gehad over de boeken die ze de afgelopen jaren ( havo:8 en vwo:12 ) hebben gelezen voor Nederlands. Ik laat ze voorafgaande aan het mondeling een beschouwing schrijven over hun leeservaring en over het literatuuronderwijs. De meeste havo leerlingen zeggen niet van lezen te houden, soms zeggen ze ( en dat doet je goed) dat ze toen ze in de bovenbouw kwamen dachten dat literatuur heel saai zou zijn en dat dat meegevallen is. Een kleine overwinning, zal ik maar zeggen. Bij vwo zijn wat meer leerlingen die lezen wel leuk vinden.
Ik laat veel toe, ik vind dat vrij veel boeken op de lijst mogen, maar leerlingen weten niet veel van wat er op de markt is. Ik dub de laatste tijd veel vaker over de vraag hoe ik ervoor kan zorgen dat ze meer in aanraking komen met interessante boeken.
Ik doe van alles, maar wat onsamenhangend: ik laat 4 en 5 vwo weblogs schrijven. ik zie dat dat enig effect heeft: ze lezen de blogs van elkaar, reageren soms en nemen dan een boek over van elkaar en dat is mooi. Vorig jaar liet ik leerlingen een boekpromotie houden, maar dat ontaardde al snel in een verplicht nummer, waar de anderen niet warm of koud van werden. Ik doe ook al 4 jaar mee met de Inktaap, maar daarmee bereik ik 10 leerlingen ( want ze hoeven niet, maar worden alleen uitgenodigd). En de laatste keer is dit mislukt omdat eigenlijk niemand het hele dikke boek van A.F.Th uit wilde lezen ( ik ook niet, ik hou niet van die schrijver). Ook maak ik een LibraryThing database waar leerlingen nu in kunnen zoeken. Daarbij gebruik ik tags om de boeken te categoriseren. Nu maak ik ook actief gebruik van de prachtige literatuurgeschiedenis.nl, waarbij leerlingen onderwerpen moeten onderzoeken en daar presentaties over houden.

Toch ben ik nog niet tevreden en ik wil daar met mensen over verder denken.
Nu heeft Theo Witte een nieuw idee, waarbij hij een online boekenlijst aan het maken is, waarbij wijde docenten, worden uitgenodigd mee te werken bij het kiezen en annoteren van boeken. hij koppelt dat ook nog aan zijn leesprofielen ( hij is daarop gepromoveerd). Op zich een goed idee, maar hij wil het beperken tot 200 boeken als een soort canon. Wat moet ik dan met de leerling die mij vorige week nog vroeg of er geen boeken zijn die gaan over kinderen van zijn leeftijd en die ook niet saai zijn. Die boeken zitten vast niet bij die 200.
En vroeger had Joop Dirsen een heel mooie site ( en daarbij een schoolboek ) waarop hij steeds meer boektitels publiceerde met een korte beschrijving en gecategoriseerd rond thema’s. Maar hij wil er sinds twee jaar geld aan verdienen, dus moet je nu CD-ROMs ( jazeker!) kopen voor elke leerling. en daar heb ik geen zin in.
En wat doen we met de hele mooie websites op het gebied van literatuur (van DBNL tot online gedichten) ? ik laat ze wel eens kijken, maar doe dat nog niet overwogen en gestructureerd genoeg. daarbij leuke opdrachten maken? webquestachtig?
En hoe zetten we nog beter de nieuwe mogelijkheden van ICT in: behalve weblogs ook podcastst, vodcasts of games?
Een laatste overdenking en een oproep: leerlingen vinden het soms interessant en inspirerend om te zien dat een bepaald thema / vraag op heel verschillende manieren is uitgewerkt door schrijvers. Daar ga ik wat vaker over vertellen ( ja, de meester als inspirator). Maar daarvoor wil ik presentaties gaan maken met powerpoint / keynote. Dat vind ik prettig als steun. Zijn hier al goed voorbeelden van?

Oproep:
wil je meedoen aan het ontwerpen van literatuuropdrachten gerelateerd aan internet? ( Janien!!), met nieuwe media (podcasts etc), het maken van presentaties over literaire thema’s ? laat het mij weten. misschien maak ik wel een wiki waar we het allemaal kunnen delen.
Hebben jullie nog veel betere ideeën dat ik op dit moment, laat het me weten!