Lezen 2016: een driemaster of driedubbel spiegelei. Samen aan het werk. [update]

 

schermafdruk-2016-10-09-19-41-08Lezen is tegenwoordig een driemaster. Dat betekent dat de lezer meer moet kunnen dan in de tijd van de eenmaster, die we in onze schoolboeken zien rondvaren. De dominante manier waarop informatie wordt gedeeld is via internet, dus online. Vaardigheden die leerlingen leren bij onderwijs in tekstbegrip zijn niet voldoende om geletterd te zijn op internet (Coiro & Moore, 2012; Clemens, 2014). Het gaat hier dus niet om lezen op het scherm (Driessen, 2013; Stichting Lezen, 2016), maar om het begrijpen en gebruiken van nieuwe tekstsoorten en manieren van communicatie online, door mij onlinegeletterdheid genoemd. Dus we moeten aan de slag. En dat gebeurt steeds meer, gelukkig.

De teksten zijn sterk veranderd. Digitale bronnen/ tekstsoorten verschillen sterk van de lineaire inleiding-kern-slot teksten die we nu vooral gebruiken in het onderwijs. Online teksten zijn meestal niet lineair, maar hyperteksten, multimediaal, steeds veranderend en met vaak onduidelijke auteurs.
De lees- en leertaken van lezers worden steeds complexer en digitaler. Op school moeten leerlingen steeds vaker onderzoek doen voor grotere opdrachten waarvoor ze in staat moeten zijn bronnen te zoeken en vinden, deze bronnen te beoordelen op deugdelijkheid en bruikbaarheid, deze bronnen gericht lezen om antwoord te krijgen op hun onderzoeksvraag, de antwoorden systematisch op te slaan en deze bronnen te synthetiseren/ samenvoegen in een eigen tekst en daarna hun bevindingen te delen met anderen op allerlei manieren, ook online. Hierin zitten veel nieuwe vaardigheden als goed gebruiken van zoekmachines, wordt er nog meer beroep gedaan op metacognitieve vaardigheden (zelfsturing, gericht lezen) en zijn de dingen die zij nu leren bij vaardigheden, zoals kritisch lezen, niet meer voldoende bij kritisch lezen van online informatie. Veel leerlingen zijn daar niet goed in. We zien ook dat de overheid en het bedrijfsleven die vaardigheid verwacht van de burger: betalen belasting moet online, de overheid communiceert met ons via ons persoonlijk dossier en om een baan te krijgen moet je je goed kunnen presenteren via allerlei digitale kanalen.

Waar hoort onlinegeletterdheid in het curriculum thuis? Mijns inziens is het in elk geval een geïntegreerd onderdeel van Nederlands. En – maar dan hebben we het over een 21e eeuwse versie van taalbeleid- hoort het natuurlijk bij alle vakken aandacht te krijgen. De definitie van geletterdheid moet worden uitgebreid en onlinegeletterdheid moet daarin geïntegreerd aandacht krijgen. Veel aandacht. Van alle docenten.
Gelukkig sta ik met deze gedachte  niet alleen. De SLO zegt in haar rapport Curriculumspiegel 2015 Deel B: vakspecifieke trendanalyse het volgende “Om problemen van verkaveling en eenzijdig toetsen aan te pakken, wordt de laatste jaren sterk gepleit voor ontkaveling van het onderwijs Nederlands, ofwel voor geïntegreerd taalonderwijs. Daaronder verstaan we taalonderwijs waarin leerlingen vaardigheden (lezen, schrijven, spreken, luisteren) en kennis over taal (spelling, woordenschat, grammatica/taalbeschouwing) niet in cursorische deelleergangen maar in onderlinge samenhang verwerven. Hierbij staan de taaltaken die leerlingen uitvoeren centraal. Een taaltaak is een realistische taak in een zo authentiek mogelijke context die moet leiden tot een concreet resultaat of product. Ook taaltaken die belangrijk zijn in 21e eeuwse gedigitaliseerde communicatie horen hierbij, zoals het omgaan met digitale bronnen, het lezen en schrijven van webteksten en het gebruik van korte tekstberichten. Bij het uitvoeren van taaltaken komen verschillende taalvaardigheden geïntegreerd aan de orde (curs. Auteur).”. (SLO, 2015). In een andere publicatie van SLO, Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (van der Leeuw, Meestringa, & van Silfhout, 2015), wordt ook aandacht besteed aan onlinegeletterdheid en integratie. De auteurs pleiten ervoor dat er meer aandacht moet komen voor nieuwe ontwikkelingen zoals “online geletterdheid, aandacht voor gamen, hyperteksten, mixed media”. En geven aan dat we “geen nieuwe domeinen [moeten] ontwikkelen zoals digitale vaardigheden. (van der Leeuw et al., 2015).
Gelukkig begint de overheid het belang van een goede beheersing van onlinegeletterdheid ook te beseffen. In het eindrapport Onderwijs2032 wordt op twee plaatsen gesproken over onlinegeletterdheid. Bij Nederlands en in de paragraaf Digitale Geletterdheid. Bij Nederlands wordt gezegd “ Ook kritisch teksten lezen en bespreken en leren omgaan met het steeds grotere aantal informatiebronnen verdienen meer aandacht. Digitale teksten en beelden komen steeds vaker in de plaats van papieren tekstvormen en ook daar moeten leerlingen vaardig mee kunnen omgaan. Een digitale tekst lees en schrijf je anders dan een tekst op papier en om via filmpjes informatie te kunnen verwerven moet je begrijpend kunnen kijken en luisteren.” (Schnabel, 2016)p. 30.  Onder het kopje Digitale Geletterdheid worden 4 verschillende dingen verstaan. Wat bij informatievaardigheden staat valt voor een groot deel samen met de kennis en vaardigheden van onlinegeletterdheid. Maar dit wordt als apart

Hoe kunnen we deze uitdaging aanpakken?  De inhoud van wat wordt geleerd en onderwezen m.b.t. geletterdheid moet worden uitgebreid ten opzichte wat er nu in kerndoelen, eindtermen en schoolboeken staat en, zolang er nog niets in het beschikbare lesmateriaal staat, gaan we dat samen maken. Dat doe ik de afgelopen jaren met steeds meer scholen, leraren en studenten (zie http://bit.ly/onletishot).
Het probleem is dat er nog niet zoveel lesmateriaal en didactiek direct ter beschikking is in Nederland. We kunnen dan wachten op de lange weg: Nieuwe inzichten en regels overheid, aanpassen eindtermen en referentieniveaus, aanpassen schoolboeken. Maar dit duurt zekere 5 jaar, als je optimistisch bent.
Dus propageer ik ook de korte weg te kiezen: zelf doen, de power of the crowd gebruiken, de uitdaging aangaan. Dus: in met leraren, docent-ontwikkelteams (op school en landelijk) aan het werk met zelf ontwerpen van lessen en didactiek en het onderzoeken van de effectiviteit daarvan.
Dit gebeurt al enige tijd, dus er is al materiaal voorhanden en de ontwikkelteams/ leraren maken steeds meer zelf. Deze uitkomsten wil ik steeds meer gaan delen met mensen die zelf ook willen bijdragen aan nieuwe inzichten en materiaal. Neem contact op als je je aangesproken voelt. In een volgend stuk zal ik voorbeelden geven van ontwikkeld materiaal en resultaten. Het kan, als we het willen.

Waarom de driemaster of dubbel spiegelei in de titel? Afflerbach, de laatste jaren vaan samen met Cho, heeft veel onderzoek gedaan naar leesvaardigheid. Een van de onderzoeken  is een meta-onderzoek waarin gekeken wordt waar onderzoek mbt lezen zich vanaf 1995 tot 2011 op heeft gericht (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015; “Determining and describing reading strategies: Internet and traditional forms of reading,” 2010). We zien dat er eerst vooral onderzoek werd gedaan naar de basisvaardigheden van lezen, dat zo’n 15 jaar geleden de focus ook werd gericht op de aanvullende vaardigheden die nodig zijn om informatie uit meerdere teksten te combineren (synthese-vaardigheid) en dat het laatste decennium onlinegeletterdheid het meeste aandacht krijgt, omdat daar weer nieuwe vaardigheden voor nodig zijn. Dus het schip leesvaardigheid heeft tegenwoordig drie masten.
Lezen 1: basisvaardigheden van begrijpend lezen; traditioneel kern van curriculum; taalvaardigheden en metacognitieve vaardigheden/ strategieën. Met deze vaardigheden kan je op de binnenwateren varen. De lineaire tekst waarvan we meestal nog kunnen zeggen dat hij een inleiding, kern en slot heeft. Voorbeelden: samenhang binnen tekst, voorkennis inzetten, alinea-verbanden, functie tekstdelen. De nadruk ligt vaak op de betekenis die de schrijver in de tekst heeft gelegd.
Lezen 2: Meervoudige teksten. Combineren van meerdere teksten; hogere orde vaardigheid synthetiseren; relatie met curriculum en lesmateriaal. Hiermee kom je al in de grotere wateren van binnen- en buitenland. Voorbeelden: tekst 1 relateren aan tekst 2 en de overeenkomsten en verschillen interpreteren, gericht verschillende informatie halen uit meerdere teksten, voorkennis uit een tekst gebruiken bij het lezen van een tweede tekst, beoordelen van bruikbaarheid van een tekst ten opzichte van de andere. Hier moet een lezer al meer een eigen tekst construeren uit meerdere informatiebronnen.
Lezen 3: Onlinegeletterdheid. Verschillende studies hebben succesvol leesgedrag op internet bestudeerd. Een succesvolle lezer maakt strategische beslissingen welke teksten te lezen en in welke volgorde, gestuurd door een lees- of leervraag. Afflerbach en Cho noemen dit het proces van ‘realizing and constructing potential texts’ . Een lezer construeert, gebruik makend van verschillende bronnen, zijn eigen tekst (Afflerbach & Cho, 2010; Cho & Afflerbach, 2015). Goede online lezers navigeren op internet gestuurd door een leervraag, monitoren hun leesproces, stellen zichzelf vragen, maken beslissingen over bruikbaarheid en deugdelijkheid, en bouwen zo een individuele leesroute. Er zijn nieuwe vaardigheden en strategieën betrokken bij dit proces van het verkennen en lezen van informatie online, zoals zoeken en vinden van bruikbare informatie, kritisch beoordelen op bruikbaarheid en deugdelijkheid van bronnen, kiezen welke deelinformatie bruikbaar is, en het synthetiseren van deze informatie (Donald J Leu, Kinzer, Coiro, Castek, & Henry, 2013). Daarnaast vraagt het vaardigheden dit ook online te communiceren

Als je alle drie masten goed hebt opgetuigd, kan je de grote oceaan van het internet ook bevaren en nieuwe uitdagingen aan. Je kan dan alle wateren bevaren en bent voorbereid op de maatschappij van tegenwoordig. Dit betekent dat wij in staat moeten zijn om, als we leerlingen willen leren alle informatie goed te begrijpen en gebruiken, we in staat moeten zijn de zeilen van alle drie masten in te zetten. We moeten in ons curriculum dus naast traditioneel tekstbegrip ook aandacht besteden aan werken met meerdere teksten en aan onlinegeletterdheid.
Het alternatieve beeld van spiegelei gebruik ik om aan te geven dat er een uitbreiding plaatsvindt. Lezen 1 is de eerste ei of rondje, Lezen 2 komt daar omheen en Lezen 3 daar weer omheen. De vaardigheden omsluiten elkaar. Dat betekent dat bij lezen 3 zijn de vaardigheden van lezen 1 en 2 ook nodig, maar het wordt complexer en er worden nieuwe vaardigheden en kennis aan toegevoegd.

Afflerbach, P., & Cho, B.-Y. (2010). Determining and describing reading Strategies. In W. Schneider & H. S. Waters (Eds.), Metacognition, Strategy Use, and Instruction (pp. 201–225). New York: Guilford Press.

Cho, B.-Y., & Afflerbach, P. (2015). Reading on the Internet. Journal of Adolescent & Adult Literacy58(6), 504–517.

Clemens, J. (2014). Online tekstbegrip en online geletterdheid. Het nieuwe lezen, anders bekeken. Levende Talen Magazine4(mei 2014).

Coiro, J., & Moore, D. W. (2012). New Literacies and Adolescent Learners: An Interview With Julie Coiro. Journal of Adolescent & Adult Literacy55(6), 551–553.

Driessen, M. (2013). Het nieuwe lezen. Levende Talen Magazine100(8), 4–8.

Donald J Leu, J., Kinzer, C., Coiro, J., Castek, J., & Henry, L. A. (2013). New Literacies: A Dual-Level Theory of the Changing Nature of Literacy, Instruction, and Assessment. In R. B. Ruddell & D. Alvermann (Eds.), Theoretical models and processes of reading (6 ed., pp. 1150–1181). International Reading Association.

Schnabel, P. (2016). Ons onderwijs 2032. Eindadvies. Den Haag : Bureau Platform Onderwijs2032.

SLO. (2015). Curriculumspiegel Deel B: Vakspecifieke trend­analyse. Enschede: SLO.

Stichting Lezen. (2016). Leesmonitor – Het Magazine. Digitaal Lezen, Anders Lezen? Retrieved April 15, 2016, from http://www.lezen.nl/sites/default/files/Leesmonitor1-2016_lr.pdf

van der Leeuw, B., Meestringa, T., & van Silfhout, G. (2015). Aanwijzingen voor een nieuw leerplankader Nederlands vo (pp. 1–3). Enschede: SLO.

 

 

 

 

 

 

 

 

Last Call for Papers European Conference on Literacy 2015 in Klagenfurt, Austria

We are very pleased to announce the CALL FOR PAPERS for the upcoming European Conference on Literacy 2015 in Klagenfurt, Austria, to be open from 31 May until 30th November, 2014!
Go to: www.lesenundschreiben.at/19th-european-conference-on-reading/call-for-papers.html.
If you have any questions regarding the Call for Papers or the conference as such, do not hesitate to come back to us. Have a look at the general pages concerning the conference and also follow us on Facebook and Twitter to stay up to date. We are looking forward to your contributions and to seeing you in Klagenfurt – as a speaker and/or a participant!

Kind regards from Austria,
Verena
Secretary Austrian Literacy Association (ALA)
c/o Lesezentrum Steiermark
Eggenberger Allee 15a 8020 Graz, Austria
office@lesenundschreiben.at
website: www.lesenundschreiben.at
Facebook: www.facebook.com/literacyaustria
Twitter: www.twitter.com/litera

Call for Papers – 28ste HSN-conferentie 14-15 november 2014 Brugge Deadline 15 maart

De 28ste HSN-conferentie 14-15 november 2014 Brugge
De HSN-conferenties zijn het resultaat van nauwe samenwerking van alle Nederlandse en Vlaamse  verenigingen van leraren/docenten en didactici Nederlands. Bovendien kunnen ze rekenen op de steun van o.a. de Nederlandse Taalunie en de Stichting Lezen Nederland. De conferenties zijn uitgegroeid tot een onmisbaar forum voor al wie zich bij de ontwikkelingen in het onderwijs Nederlands betrokken voelen.
Hierbij roepen de organisatoren in Vlaanderen en Nederland leraren/docenten/lectoren en didactici op om zich als spreker/workshopleider te melden. Uiterste datum voor aanmelding: 15 maart 2014 Er wordt vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en aan het vernieuwende karakter van de presentatie. Voor ervaringen uit eigen onderwijspraktijk en bevindingen uit kleinschalig onderzoek bestaat veel belangstelling. Gedacht wordt aan themakolommen zoals: nieuwe media; evaluatie; literatuuronderwijs; onderwijs Nederlands in een meertalige context; onderwijsinnovatie;  taalbeleid  en taalscreening; taalbeschouwing; taal- en letterkunde;  taalvaardigheid (spreek-, luister-, lees- en schrijfvaardigheid); zorgleerlingen.
Wilt u graag iets presenteren? Meld u zich dan aan via de de HSN-site  Daar staat ook het programma en vindt u verdere details.
HSN-28 beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt:
– basisschool;
– secundair onderwijs/voortgezet onderwijs: alle niveaus (aso, bso, kso, tso, /vwo, havo, mbo);
– hogeschool/universiteit;
– lerarenopleidingen.
Naar verwachting staan er weer een tachtigtal presentaties/workshops en andere activiteiten op het programma.

ICT en leren in Lunteren

Gisteren was ik een dag op de I&I-conferentie in Lunteren.Het was de 19e keer en voor mij geloof ik de 5e of 6e. Het thema en de naam van de conferentie was ‘ in de wolken’ ( in the clouds), waarmee gerefereerd werd aan het feit dat steeds meer online gebeurt ( programma’s gebruiken, data bewaren).
Ik begin met een bekende irritatie, die er beetje uitziet als een slapstick.
Wederom opmerkelijk was dat de meeste aanwezigen helemaal niet in de wolken konden zijn, omdat er nog steeds gekozen wordt voor een locatie die een van de laatste plekjes in Nederland is waar bereik van telefoon / smartphone vrijwel afwezig is en waar je niet gratis online kan. En waar als je aan het eind van de dag een inlogcode krijgt, er nog steeds nauwelijks verbinding is.
Het was daardoor een beetje slapstickachtig: een workshop over twitteren waar je niet kan twitteren, een interactieve presentatie waar de meeste mensen niet met hun telefoon aan mee kunnen doen en workshops over het vervangen van eigen servers en eigen programmatuur door een volledige online ICT omgeving, terwijl je niet even kan meekijken op je eigen laptop.
Genoeg hierover: dit is al jaren de grote klacht en er blijken toch onbekende overwegingen te zijn om hier telkens weer heen te gaan en om deze problemen niet op te lossen.

Er was veel leuk, interessant en leerzaam.
Leuk is altijd om weer veel bekenden tegen te komen. Om de mogelijkheid te hebben lang met mensen te praten die je vooral online kent. Leuke gesprekken, niet, Willem, Margreet, Fons, .. ?
Ook om mensen tegenkomen die je alleen online kent en je nu voor het eerst ziet: leuk was het Annemarie, Fiona… ?
Om te overleggen over nieuwe projecten: werken met de hoogbegaafden van Leonardo, doorzetten met 23 dingen,..
Om kennis en ervaringen te delen, bij mijn eigen workshop over social software, bij workshops waar ik zelf deelnemer was.
Om weer dingen te zien en te horen die je al wel kende maar weer was vergeten en waarvan je nu denkt dat je ze nu toch echt gaat gebruiken: de interactieve powerpoint van Willen bijvoorbeeld.
En het netwerk werkt ook op een andere manier: uitnodiging voor onderwijsdagen als edublogger, misschien weer op pad met Apple.

Fons was weer op dreef in de TeachMeet met weer een paar nieuwe activerende werkvormen. Ook mooi is toch telkens weer dat op zo’n teachmeet mensen toch veel meer durven te zeggen en delen dat ze zef voor mogelijk hadden gehouden. Een sommigen hebben door goede ideeën te delen er ook nog een Flip aan over gehouden.

Ik was er maar een dag en heb lang niet alles gezien. Er waren voor zover ik kon zien geen spectaculaire nieuwe zaken, maar vooral inspiratie en uitwerken van krachtige mogelijkheden en uitdagingen als ‘ in the cloud’ werken, meer gebruik maken van mobiele apparaten, beter aansluiten op de jonge generatie. En misschien worden de smartboards op school nu veel smarter gebruikt als ze het spiksplinternieuwe boek over smartboards van de Rode Planeet eens goed lezen.

De keynote van John Moravec, Toward Education 3.0, gaf weer veel stof om over na te denken. Ik hou wel van ‘out of the box’ denken. Wat zou dat nou in het Nederlands zijn?

workshop web 2.0 met 23 dingen ?

Ik wil binnenkort, waarschijnlijk begin december een workshop gaan geven voor collega’s over social software / web 2.0 mogelijkheden. Ik ben ook ICT coördinator van mijn afdeling, maar biedt soms ook workshops aan voor de liefhebbers van de hele school. Je hebt een hobby of je hebt het niet 😉

Nu heb ik een paar presentaties en materialen langs zien komen over dit onderwerp, die ik weer kwijt ben. Willem, Pierre, Karin, wat was het ook al weer? Is het bruikbaar voor docenten VO die total beginners zijn? 

Zo denk ik er ook over 23 dingen te gaan aanbieden en dat daarna dan te begeleiden. Ik heb de versie van Kennisnet gezien, maar ook die waar zbdigitaal over schrijft. Hebben jullie daar ervaring mee en is het aan te raden dit aan te bieden? 

Graag wat ondersteuning bij het opzetten van deze professionalisering.

Wikimediaconferentie 2008: een reflectie

Op 1 november was de Wikimediaconferentie. Daar heb ik al eerder over geschreven.

Van de mij bekende edubloggers was Gerard Dummer ook aanwezig Hij hield een interessante presentatie over WikiKids. Hij heeft ook een fotoimpressie Wikimedia 2008 op zijn edublog gezet. Op een van de foto’s sta ik ook. Dus het is bewezen dat ik er was 😉

Ik had een langere presentatie van 45 minuten. Ik was van plan om te laten zien wat ik op het VO met wiki’s in het onderwijs doe , bijvoorbeeld (1) werken met een klas met een school in het buitenland, (2) als gereedschap voor leerlingen om samen aan een profielwerkstuk te werken, (3) als gereedschap om docenten te laten samenwerken en (4) ook wat te vertellen over een samenwerkingsproject met een andere school in Almere en het onderzoek dat ik heb gedaan op dat gebied.

Bij het vertellen over het onderzoek heb ik iets teveel nadruk gelegd op de problemen die onderzoek naar het effect van werken met WIKI’s met zich meebrengt.  Direct kwamen er slimmertjes en al dan niet competente hulpverlenertjes aan het woord, waardoor dit aspect teveel de overhand ging nemen. Zelfs na de presentaties kwamen mensen op mij af die hun slimme oplossingen aan kwamen bieden. 

Ik hoop dat in elk geval is overgekomen dat je heel veel verschillende dingen kan doen met wiki’s in het VO, dat het leuk is en motiverend, maar ook niet makkelijk voor de gewone docent.

Maar of dat ook is overgekomen vraag ik op het  edublogdiner  op 10 november aan Gerard.

Wikimedia conferentie 2008

Ik ben gevraagd een presentatie te geven op de Wikimediaconferentie Nederland 2008. Vorig jaar had ik verteld over onderzoek naar samenwerkend leren via een wiki  en zij zijn nieuwsgierig naar de ervaringen.

Ik heb toegezegd en ga over die ervaring vertellen en over internationaliseringsprojecten met wikis (Nederland-Macedonie) die ik vorig jaar en dit jaar in de klas doe. Ook wil ik vertellen mijn mislukte poging een kennisdeel-wiki op te zetten, waarover later.

Leuk om gevraagd te worden en de ervaringen te delen.

Workshop Internationaliseren

Maandag 6 oktober mag ik als vers aangestelde coördinator Internationaliseren van de school 2 workshops geven op een studiedag over internationaliseren. Wie heeft goede ervaringen met workshops die zij/hij heeft meegemaakt of zelf gegeven over dit onderwerp?

De meeste collega’s zijn hier helemaal niet mee bezig en ik wil dus vooral bezig gaan met met elkaar te praten over de mogelijkheden en de voordelen van internationaliseren in ons onderwijs. Ook de noodzaak moet wel aan de orde komen.