schrijfonderwijs: voetangels, klemmen en uitdagingen

Nu nog een ouderwetse grote klus van een leraar Nederlands: nakijken van scripties van eindexamenklassen. Ik laat ze digitaal inleveren, zodat de plagiaatkwesties nauwelijks meer voorkomen ( in onze ELO staat plagiaatdetectie aan), gebruik de reviewingmogelijkheid van Word en stuur ze het commentaar toe. Voordeel dat zij snel feedback krijgen, nadeel dat het heel veel tijd kost ( maar dat ligt niet aan Word maar aan mij: ik wil ze veel feedback geven, dus kost het minstens een half uur per scriptie en bij 55 scripties ben je zo een paar dagen verder).

Ik wil in de vakantie beter nadenken hoe ik ICT nog beter kan inzetten bij het begeleiden van schrijfonderwijs. Ik heb al eerder een bericht geschreven over inzetten van Google Docs. Heeft iemand hier meer ervaring mee?

Ook gaat mijn school deelnemen aan een onderzoeks- en ontwikkeltraject in het kader van Schoolbewijs van de UvA. We gaan met een aantal mensen een ontwerponderzoek doen naar Peer-reviewing, dus onderling feedback geven. Iemand van de UvA gaat daarop promoveren. Docenten Nederlands hebben al lang geprobeerd om dit verder te ontwikkelen, maar het is teveel blijven steken in invullen van formulieren. Dit werkt niet: de formulieren zijn te onduidelijk, het nut blijft te onduidelijk en leerlingen zijn nog niet gewend om echte feedback te geven ( vallen medeleerling niet af).
Dus heel interessant ( onderlinge feedback zorg voor beter leren volgens mij), maar ook moeilijk ( reflectievaardigheden verbeteren, nut later ervaren, in staat zijn om te zien wat er beter kan en dat ook nog begrijpelijk en bruikbaar formuleren). Dus weer een nieuwe uitdaging.

Online coachen via Google Docs

Las net een heel interessant bericht van Tom Barett Unobtrusing Collaboration in Google docs waarin hij beschreef hoe hij Google Docs gebruikte om basisschoolkinderen te helpen tijdens het schrijven.
Mijn kwestie is dat ik leerlingen ( bovenbouw Havo/VWO) werkstukken en scripties laat schrijven en vaak doen ze dat in de klas met laptops. Ik laat ze wel eens conceptversies inleveren via onze ELO, Studieweb, maar ben daar toch niet zo tevreden over. Je ziet maar een of twee conceptstukken, je kan het proces dus slecht volgen. Ook lezen ze het commentaar vaak niet omdat ze gewoon doorgaan met schrijven. Het is niet zo dwingend om naar het commentaar te kijken, behalve als ik ze daartoe dwing.
Het voorstel van Barett lijkt daar wat aan te kunnen doen: het is online, de leeringen zien het commentaar altijd omdat je samenwerkt in hetzelfde document waar zij mee bezig zijn en het is een vorm van niet al te verstorende ‘ unobtrusive’ commentaar en coaching. Maar misschien kost het wel heel veel tijd, moet je helemaal ‘omleren’ in het geven van opbouwend commentaar etc.
Ga het eens proberen met een subgroepje die vrijwilliger wil zijn. Ik hou u op de hoogte.