Eerste reactie SLO boekje Digitale geletterdheid en 21e-eeuwse-vaardigheden

De SLO heeft net een concept boekje geschreven over Digitale geletterdheid en 21-eeuwse vaardigheden.
Omdat ik bezig ben met promotieonderzoek op het gebied van online geletterdheid / online tekstbegrip voelde ik de behoefte hier kort op te reageren, omdat volgens mij de kant van online geletterdheid als een uitbreiding van de vaardigheid lezen en schrijven teveel buiten beeld blijft. Om leraren erbij te betrekken is het van groot belang om de samenhang met wat ze al zien als vakinhoud te benadrukken. In mijn geval is dat door te stellen dat voor het begrijpen van begrijpen van online teksten  – online geletterdheid  – additionele vaardigheden nodig zijn. Online geletterdheid is dus een uitbreiding van de traditionele definitie van geletterdheid / lees- en schrijfvaardigheid. En ik spreek hierbij in elk geval de leraren Nederlands aan. Zoals al eerder gezegd lijkt dit aan te slaan omdat de interesse uit het veld groot is.
Ik citeer mijn reactie [er zijn een paar typo’s uitgehaald] en ik ben mij ervan bewust dat dit gezien kan worden als een schreeuw om aandacht voor mijzelf. Dat is niet de bedoeling. De SLO is er voor het onderwijs en ik vind dat het boekje voor het onderwijs nog te weinig biedt. Later ga ik er hier nog wat dieper op in.

Met interesse heb ik jullie conceptboekje gelezen over digitale geletterdheid en 21e-eeuwse vaardigheden. Zoals je weet ben ik bij Joke Voogt bezig met promotieonderzoek naar online geletterdheid. Daarbij constateer ik dat het feit dat geletterdheid in de zin van lezen en schrijven nu zoveel is veranderd dat er een nieuwe definitie aan moet worden gegeven en vooral dat het onderwijs in geletterdheid flink moet veranderen. Er is veel bewijs dat veel leerlingen niet meer goed in staat zijn online teksten te begrijpen, omdat daar additionele vaardigheden voor nodig zijn, die niet worden onderwezen en omdat andere vaardigheden en strategieën veel belangrijker zijn geworden ( zoals de door jullie genoemde kritische vaardigheden).
Jullie constateren terecht dat er veel termen worden gebruikt voor nieuwe of meer belangrijk geworden kennis en vaardigheden (en houding). In het onderwijs zie ik een terminologische verwarring.  En ik mis iets: Bij informatievaardigheden wordt leesvaardigheid als een voorwaardelijke vaardigheid gezien ( maar daarbij wordt uitgegaan van een traditioneel, niet meer passend beeld van leesvaardigheid / geletterdheid), en de KNAW lijkt vooral de ict-vaardigheid te benadrukken. De termen zoals jullie die bespreken in jullie rapport haken ook niet aan bij de leerkrachten en ( ik kijk even naar mijn school) nopen geheel niet tot integratie of uitbreiding van de eigen eindtermen van het vak, in mijn geval Nederlands. Ik schrijf hier ook over op mijn edublog zie bijv. http://bit.ly/1gFQ3Rl. Leraren hebben wel veel behoefte aan ondersteuning. Ik heb net een landelijke survey gehouden onder leraren Nederlands en zij hebben veel behoefte aan professionalisering maar niet aan nieuwe vakken (zie mijn artikel in Levende Talen Magazine: zie verderop). Ik zie de vaardigheid online teksten te begrijpen en te gebruiken dan ook als een uitbreiding van de definitie, in mijn geval van geletterdheid en de noodzaak meer nadruk te geven aan bepaalde vaardigheden in nieuwe digitale omgevingen. De school moet aan de slag. Ik kies hierbij pragmatisch om bij het vak Nederlands te beginnen en daar online teksten en bijbehorende vaardigheden te introduceren.
Ik heb daar net een artikel over gepubliceerd in Levende Talen Magazine.  Hierin zeg ik dat geletterdheid een andere inhoud heeft, online teksten fundamenteel anders zijn, leerlingen niet altijd goed zijn in die nieuwe vaardigheden en er nieuwe vaardigheden moeten worden onderwezen. Dit heeft ook consequenties voor het curriculum en de examens ( die nogal leidend zijn in ons land). In het oktobernummer van Van 12 tot 18 komt nog een artikel van mij hierover en in het septembernummer van Vives staat een interview met mij. De interesse uit het veld is groot van scholen tot uitgevers, van het CITO tot de (Vlaamse) lerarenopleidingen. Een uitgever heeft mij uitgenodigd om het auteursteam Nederlands te komen ondersteunen en mee te schrijven. De interesse is er nog niet van de SLO, ondanks het feit dat Jan vd Akker wel een keer tijdens een gesprekje zijn interesse toonde. Ik vind dat deze andere kijk op digitale geletterdheid niet genoeg in beeld is, ook niet in jullie verder mooie overzicht en dat daardoor de aansluiting bij het onderwijs minder goed plaatsvindt. Het gaat om het aansluiten van het onderwijs op de moderne tijd en dit is er een aspect van.
Groet,

Tagged , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Eerste reactie SLO boekje Digitale geletterdheid en 21e-eeuwse-vaardigheden

  1. wrubens says:

    Ik vind de invalshoek, die jij kiest, interessant en relevant. Ook omdat praktisch niemand daar oog voor heeft. Digitale geletterdheid wordt vaak breed geïnterpreteerd, maar -als ik jouw betoog goed lees- nog te smal (ook tot dusver door mij).

  2. W. de Hoog says:

    Ook ik vind het een verfrissende kijk op de zaak. Eigenlijk had ik het me eerder niet gerealiseerd: als het gaat over mediawijsheid, gaat er wel heel veel aandacht naar vaardigheden zoals onderzoek doen en problemen oplossen. Maar om een tekst (al dan niet digitaal) kritisch te beoordelen en interpreteren, moet je toch (begrijpend) kunnen lezen en daar vind je niets over. Wellicht vinden de auteurs van het SLO-rapport dit een vanzelfsprekendheid, maar dat is het in de (onderwijs)praktijk toch echt niet.

Leave a Reply