Nederlands Nieuw Examen 2015 Crowd sourcing een succes

Er zijn inmiddels 50 teksten aangeleverd en ook enkele opdrachten. De uitgever Noordhoff heeft aangeboden om opdrachten te maken bij aangeleverde teksten die wij dan kunnen gebruiken. Diataal heeft aangeboden de teksten te ordenen in moeilijkheidsgraad, waardoor wij een betere opbouw in het curriculum kunnen maken. Ik heb beide aanbiedingen geaccepteerd. Mooie samenwerking van uitgever, toetsontwerper en de werkvloer ­čśë Crowd sourcing werkt, ook in het onderwijs.

In 2015 verandert het CSE voor Havo en VWO. Er is geen geleide samenvatting meer, maar de samenvatvaardigheid wordt op een andere manier getoetst.  Zie de syllabus en voorbeeldexamens op het Examenblad op http://bit.ly/18SckFc en http://bit.ly/18ScmwM.
De lesmethode is hier nog niet op aangepast, maar mijn sectie Nederlands wil wel aan het werk met de klassen waarvoor deze nieuwe examen zal gaan gelden. Maar er is nog geen materiaal. We spraken in de sectie af dat we wat teksten zouden gaan zoeken en zelf zouden gaan ontwerpen,  nieuwe opdrachten maken.
Ik heb veel vertrouwen in het samen professionaliseren, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt in @thecrowd Dus waarom niet gebruik maken van de kracht van de groep docenten Nederlands. Dit zou kunnen leiden tot een grotere hoeveelheid teksten en aanzetten tot opdrachten. En mijn vooronderstelling was dat meer docenten met dit probleem zitten en nog geen oplossing hebben. Deze vooronderstelling en┬á de hoop of misschien zelfs het vertrouwen dat er al meer collega’s zijn die het aandurven dingen te delen bleek te kloppen.
Ik stuurde vier dagen geleden een oproep via de listserv van de vakcommunity Nederlands. Hierin zei ik “Mijn sectie is op zoek naar teksten om de leerlingen mee te Continue reading

Voorstel nieuw CSE Nederlands blijft 20ste eeuws

Vanmorgen kreeg ik een uitnodiging om als iemand uit ‘het veld’ mijn oordeel te geven over aanpassingen in het CSE voor HAVO en VWO vanaf 2015. Dat is een positieve actie van het College voor Examens (CvE). De docent die het moet doen, moet natuurlijk om zijn/ haar mening worden gevraagd.
Ik kreeg de uitnodiging via Levende talen die niet geheel neutraal het verzoek zo formuleerde ” Mede naar aanleiding van de discussiebijeenkomst die we vorig jaar als vakvereniging hebben georganiseerd, heeft het College voor Examens besloten het examen Nederlands voor havo en vwo aan te passen. Zo wordt tot vreugde van velen de geleide samenvatopdracht geschrapt. In de concept-syllabus leest u wat daarvoor in de plaats komt.”

Ik heb me direct opgegeven en de conceptsyllabi gedownload. Wat ik daar aantrof was helaas wat ik had verwacht. De aanpassingen zijn vooral ingegeven door de wens nog betrouwbaarder te beoordelen, maar de validiteit van het examen is volgens mij slecht. Het is een examen uit de twintigste eeuw, we toetsen geen 21st century skills.
De verandering betreft een aanpassing van het gedeelte Leesvaardigheid, waarvan een deel bestond uit een (geleide) samenvatting.
Om met het positieve te beginnen: Ik ben het eens met de beslissing de manier waarop dit nu wordt getoetst te veranderen. Het is geenszins (ecologisch) valide als bij de opdracht tot het maken van een samenvatting de inhoudselementen die in die samenvatting voor moeten komen al vooraf zijn gegeven. In de wereld buiten de school zal je zoiets nooit tegenkomen en de vaardigheid een tekst samen te vatten wordt daar m.i. niet door getoetst. De beslissing dit zo te toetsen is louter ingegeven door de grote nadruk die er bij toetsen wordt gelegd op betrouwbaarheid. Zo kijkt het makkelijk na en iedereen komt ongeveer op hetzelfde cijfer uit. Betrouwbaarheid ‘rules’.

Nu het punt waar ik veel bezwaar tegen heb. Zoals lezers van deze edublog weten doe ik onderzoek naar online tekstbegrip. Kort samengevat doe ik dat omdat (1) tegenwoordig (in de 21ste eeuw) de meeste teksten online staan en online worden gelezen, (2) deze teksten (meestal hyperteksten) andere kenmerken hebben dan offline teksten: ze hebben een andere structuur, zijn niet lineair opgebouwd, zijn niet statisch, maar veranderend, zijn vaak een cluster van teksten ipv een enkele tekst, hebben niet altijd een aanwijsbare auteur etc., (3) we uit grootschalig onderzoek (PISA, ORCA) weten dat leerlingen problemen hebben met het begrijpen van online teksten. Ook weten we dat leerlingen nauwelijks gebruik maken van papieren teksten, geen papieren kranten en tijdschriften lezen en dat de maatschappij ook vooral communiceert via online teksten.

Een misschien ouderwetse gedachte is dat onderwijs normaal-functioneel is, zoals Ten Brinke het in 1976 formuleerde. De school bereidt de leerling voor op de maatschappij buiten de school. Het onderwijs in tekstbegrip / leesvaardigheid zou dan gericht moeten zijn op de manier waarop teksten nu worden gemaakt. Dat hoeft niet uitsluitend, want kunnen lezen van papieren, lineaire teksten is ook een groot goed. Maar de meerderheid van de teksten zijn online teksten met hun eigen kenmerken en problemen.

Als we kijken naar de beschrijving van het nieuwe examen komen we echter geen enkele verwijzing tegen naar online teksten en online tekstbegrip. We nemen het voorbeeld van het VWO. VWO leerlingen moeten teksten kunnen begrijpen van referentieniveau 4F. Deze wordt als volgt omschreven:
Lezen zakelijke teksten. Algemene omschrijving 4F ´┐╝Kan een grote variatie aan teksten lezen over tal van onderwerpen uit de (beroeps) opleiding en van maatschappelijke aard en kan die in detail begrijpen. Tekstkenmerken De teksten zijn complex en de structuur is niet altijd even duidelijk.

Als het over de keuze van de teksten gaat wordt gezegd:
Onderwerpen van de teksten. De kandidaten lezen teksten over onderwerpen van maatschappelijke aard. De teksten voor de havokandidaten zijn over het algemeen qua inhoud van een minder hoge abstractiegraad dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstkenmerken. De teksten zijn relatief complex, maar hebben een duidelijke structuur. De informatiedichtheid kan hoog zijn. De teksten die aan de havokandidaten worden aangeboden, zijn over het algemeen qua zinsbouw en woordkeuze minder ingewikkeld dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstsoorten. De kandidaten lezen informatieve, beschouwende en betogende teksten uit kranten en tijdschriften.

De keuze om alleen teksten te nemen uit kranten en tijdschriften met hun lineaire structuur en op geen enkele manier aandacht te besteden aan online teksten en tekstbegrip is is een keuze die past bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Het is geen nieuw examen dat aansluit bij de eenentwintigste eeuw. De leerlingen worden hierdoor niet goed opgeleid voor deze 21ste eeuw. Er is nog heel veel te doen.

Nederlands en Mediawijsheid moeten trouwen

Vooraf: een variant van deze blog staat op de weblog onderzoekonderwijs.net met als titel Online tekstbegrip Nederlands als sultan in de harem. Ook daar staan veel reacties. Interessant om daar ook even te kijken. 

Marcel Kesselring schrijft op Frankwatching een interessante blog Scholen en (social) mediawijsheid: hoe stoppen we de digitale kloof, waarin hij scholen oproept meer en beter aandacht te besteden aan wat hij noemt ” (social) mediawijsheid. Met de teneur van het betoog ben ik het helemaal eens, maar er mist wat in de redenering en in de discussie over de nieuwe vaardigheden die leerlingen zouden moeten hebben.

We zijn het er allemaal over eens dat de huidige maatschappij een kennismaatschappij is geworden, waarbij de meeste informatie digitaal wordt gedeeld. Op allerlei niveaus wordt hierbij benadrukt dat het aanleren hiervan een heel belangrijke opdracht is van het onderwijs (EU High Level Group on Literacy, 2012; European Commision, 2010). De meeste informatie halen we van internet en leren en kennis delen gebeurt veel online. Leerlingen gebruiken internet als voornaamste bron voor informatie voor werkstukken en andere schoolse taken (Beljaarts,2006). Een belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, online tekstbegrip. Dit is een vaardigheid die in de discussies die er zijn over informatievaardigheden en mediawijsheid niet aan bod komt. Dit is zeer te onrechte. Het onderwijs moet daar aandacht aan besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. Continue reading